Over dichtheid (in kunst)

Al mijn hele leven ben ik creatief bezig. Het begon met muziek maken, sprong over op verhalen schrijven, en voor ik het wist liep het uit de hand en was elke kunstvorm ineens interessant.

Als ik één principe moest noemen dat in alle kunstvormen een belangrijke rol speelt, dan zou dat dichtheid zijn.

Ik kan nu een droge definitie van deze term geven, maar ik denk dat een voorbeeld veel beter werkt. Dit is een woordgrap die ik onlangs tegenkwam:

Een wielrenner die doping ontkent, ik trapper niet in!

Ik moet hier altijd wel om glimlachen, net als de meesten om mij heen. Maar waarom? Waarom is dit leuk? In feite is dit een betekenisloze zin waarin iemand een woord verkeerd speelt.

Het antwoord? Dichtheid. Deze ene zin heeft twee betekenissen. Je hebt de “normale zin” waarin iemand een statement maakt over wielrenners die doping gebruiken (wat voor velen herkenbaar zal zijn), en de “grapzin” waarin één woord is vervangen door een ander woord (dat met wielrennen te maken heeft, namelijk trapper).

Oftewel, deze zin heeft een hoge dichtheid, omdat het twee dingen bereikt. Het vangt twee vliegen in één klap.

In dit artikel wil ik drie dingen bereiken:

  • Een goede definitie/uitleg geven van kunstdichtheid
  • Voorbeelden geven uit verschillende kunstvormen (en waarom het óók in die vorm zeer belangrijk is)
  • En ingaan op waarom mensen zo’n hoge kunstdichtheid eigenlijk grappig/leuk/interessant vinden.

Hopelijk is het leerzaam en kun je er iets mee in je eigen werk! (En anders hoop ik dat het leuk was om te lezen en het niet voelt alsof ik je tijd heb verspild.)

Kunstdichtheid

Elk kunstwerk bestaat uit verschillende elementen.

Element = één van de blokjes waaruit iets is opgebouwd.

Een nummer heeft als elementen de algemene structuur (couplet, refrein, bridge), de tekst, de verschillende melodieën, etc. Een grafisch ontwerp heeft als elementen de verschillende vormen, lettertypes, kleurenschema, etc. Een boek heeft hoofdstukken, scenes, karakters, individuele zinnen, etc.

Tegelijkertijd wil een kunstwerk een bepaald idee laten zien of een bepaalde functie vervullen.

Dit staat, in principe, compleet los van de elementen. Iemand kan vierkanten gebruiken voor een grappige poster voor een kindervoorstelling, maar ook voor de poster van een serieuze documentaire.

In het Engels noemt men zoiets een proposition, wat ik dan maar vertaal naar propositie in het Nederlands.

Propositie = een idee gecommuniceerd door de elementen van een kunstwerk

Nu kunnen we een hele makkelijke definitie geven van kunstdichtheid.

Kunstdichtheid = het aantal proposities gedeeld door het aantal elementen

Kunstdichtheid = proposities / elementen (voor de wiskundigen onder ons)

Hoe hoger die dichtheid, hoe beter je creatie.

Balans

Dit principe geldt altijd.

Waar mensen vaak de mist in gaan, echter, is het toepassen van dit principe.

Hieronder is een gedachteproces dat vroeger vaak in mijn hoofd plaatsvond.

Stel we maken een grafisch ontwerp – een poster voor een festival in de buurt. Bij proposities kun je dan denken aan “de datum”, “het genre”, “de algemene sfeer”, etc. Bij elementen kun je denken aan “lettertypes”, “kleuren”, “locatie op de poster”, “icoontjes”, etc.

  • “Oké, ik moet deze 3 proposities overbrengen.”
  • (… een tijdje later …) “Yes, met deze 9 elementen is het gelukt! Maar … dat is te veel.”
  • “Weet je wat, dan gooi ik het aantal proposities wel omhoog.”
  • (… een tijdje later …) “Yes, met deze 3 extra elementen kan ik nog 3 extra proposities overbrengen! Maar … nu is het ontwerp te vol.”
  • “Weet je wat, ik ga kijken welke elementen ik weg kan halen”

Deze cirkel ging eindeloos door. Ik gooide steeds meer in het ontwerp, kwam erachter dat het toen te vol was, moest dingen weghalen, waardoor ik juist weer dichtheid verloor en terug bij af was.

Het is vrijwel nooit verstandig om het aantal proposities drastisch omhoog te gooien of het aantal elementen drastisch omlaag. Ze moeten juist in balans zijn en gelijkmatig stijgen. Soms voeg je een element toe dat wel drie dingen tegelijkertijd doet, soms betekent een element niets maar maakt deze het ontwerp gewoon duidelijker. Het is goed om efficiënt te zijn met je belangrijkste elementen, maar ook toe te staan dat de details eromheen het ontwerp simpelweg “afmaken”.

Als je het heel technisch wilt bekijken, kun je deze maatstaven aanhouden:

  • Dichtheid < 1 => dit betekent dat veel elementen dus geen betekenis hebben.
    • Het kunstwerk is ofwel redelijk betekenisloos (wat nooit goed is), of kan worden versimpeld zonder betekenis te verliezen.
  • Dichtheid = 1 => elk element betekent simpelweg letterlijk wat het betekent.
    • In dit soort gevallen is een kunstwerk meer een “formule” of een “kant en klaar product”. Het is geen verhaal, maar een opsomming van gebeurtenissen. Het is geen prachtig visueel meesterwerk, maar willekeurige vlekken op papier.
  • Dichtheid > 1 => het kunstwerk betekent meer dan de som van haar elementen.
    • Dit is wenselijk! Een dichtheid van 2 kan al helemaal prima zijn, maar hoe hoger hoe beter.

Simpel voorbeeld: stel je schrijft een gedicht van 4 zinnen. Elke zin heeft een dubbele betekenis. Dan is je dichtheid dus 8 / 4 = 2. Dat is al goed!

In de meeste gevallen, echter, moet je niet proberen om alles exact te tellen en uit te rekenen. Als je een boek hebt met 80,000 woorden, of een tekening voor een kinderboek met honderd elementen, is dat ook veel te lastig.

In plaats daarvan moet je leren om onbewust, haast op intuïtie, op de juiste plekken de juiste dichtheid te maken.

Dit artikel gaat proberen hierbij te helpen. (Een groot deel is natuurlijk gewoon “oefening baart kunst”.)

Duidelijkheid

De allerbelangrijkste vraag uit het vorige stuk is natuurlijk:

Maar als een hogere dichtheid goed is, hoe kan iets dan “te vol” zijn?

Dit lijkt inderdaad tegenstrijdig. Hoe “voller” een ontwerp, hoe meer dingen het overdraagt, hoe hoger de dichtheid, toch?

Nou, nee dus :p Het antwoord vinden we weer in het woordje “balans”.

Mensen hebben een limiet aan het aantal dingen dat ze tegelijkertijd kunnen waarnemen, begrijpen en in hun hoofd opslaan. Als iets té veel tegelijkertijd probeert te doen, zal men niet weten waarop ze moeten focussen en er juist minder van meekrijgen. De elementen en proposities zijn niet meer duidelijk. Die mag je dus niet meetellen bij de dichtheid, waardoor deze juist omlaag gaat.

Voorbeeld: we gaan weer terug naar die festivalposter van hierboven. Stel nou dat ik iedereen die heeft meegewerkt aan het festival op de poster stop. Met een beetje moeite past dat wel: kleiner lettertype, alles tegen elkaar drukken, enzovoort. Dan bevat mijn ontwerp ineens héél veel proposities!

Maar iemand die de poster voor het eerst ziet, gaat niet begrijpen wat er aan de hand is en niks kunnen lezen (zeker van afstand). De proposities worden niet gecommuniceerd, dus de dichtheid is juist heel laag.

In essentie kun je dit onthouden met het volgende principe:

Duidelijkheid gaat voor alles.

Ook van dit principe heb ik gemerkt dat het overal terugkomt. Als je dit blog al een tijdje leest zal je het ook al vaak voorbij hebben zien komen. Maar nu, met deze uitleg van kunstdichtheid, is er ook een goede verklaring voor waarom “duidelijkheid” voor alles gaat. Zonder duidelijkheid zal de dichtheid enorm laag zijn.

Voorbeeld 1: Verhalen

Ik heb nu al zovaak een grafisch voorbeeld gegeven (want die is het simpelste), dat ik nu wil beginnen met iets anders :p

Een veelgehoord advies is dat verhalen “een diepere laag” moeten hebben en dat dialoog “subtext” moet hebben (je moet tussen de lijntjes een extra boodschap kunnen lezen).

Sterker nog, vaak worden verhalen met die diepere laag en die dubbelzinnigheid véél beter beoordeeld. Verhalen die dit missen, of minder goed hebben uitgewerkt, krijgen er flink van langs in de kritieken. (“Het was een leuk boek, vermakelijk, interessant, maar ik miste wel de diepere laag. 2,5 ster.”)

Je kunt je afvragen hoe eerlijk dit is, maar het feit blijft dat mensen die dichtheid in kunst zoeken. Ons hoofd vindt dat interessant en hecht daar enorm veel waarde aan. Zo zijn mensen nou eenmaal.

Maar hoe geef je het verhaal die diepere laag? Je raadt het al: dingen doen die meerdere betekenissen hebben :)

In mijn ogen kan dit op een microschaal (met subtext) en op een macroschaal (met die diepere laag, hoe vaag dat begrip ook is).

Subtext

Bekijk onderstaande scene. (Ik bedenk dit voorbeeld ter plekke, dus verwacht niet de meest extraordinaire proza die je ogen ooit hebben mogen aanschouwen.)

In de verte zag Harry een silhouet dat hij herkende. Zijn handen begonnen te trillen. Ze kwam steeds dichterbij, maar zag hem nog steeds niet. Hij kon haar deoderant ruiken. Zelfs na die tien lange jaren herkende hij de geur direct. Toen Harry haar bijna kon aanraken, sprong hij op haar af.
‘Cassie! Wat leuk om je weer te zien!’
‘Harry! Wat leuk om jou weer te zien,’ zei Cassie, terwijl ze een stap naar achteren deed.

Hierin zit al veel dubbelzinnigheid.

Het verhaal vertelt slechts dat Harry’s handen trilden, maar voor de meeste lezers zal dit meer betekenis hebben: hij is blijkbaar nerveus, misschien bang, misschien onzeker.

Het verhaal vertelt slechts dat Harry iemand ziet lopen die hij herkent. Maar tegelijkertijd doe ik moeite om een paar zinnen nog niet te noemen wie het is. Dit brengt een extra laag van spanning of nieuwsgierigheid.

Het verhaal vertelt slechts dat Cassie blij is om Harry te zien en dan een stap naar achteren zet. Maar wij weten wel meer: deze stap naar achteren klopt niet met wat ze zegt, dus blijkbaar liegt ze tegen hem en is ze eigenlijk bang voor Harry (of heeft gewoon geen zin in hem).

Al deze dubbelzinnigheden geven niet direct een diepere laag, maar ze maken de scene wel een stuk interessanter. Dit is dichtheid op het microniveau.

Vergelijk het namelijk met dezelfde scene zonder dubbelzinnigheden:

In de verte zag Harry een herkenbaar silhouet: Cassie. Hij werd nerveus. Ze kwam steeds dichterbij, en toen hij haar bijna kon aanraken, sprong hij op haar af.
‘Cassie! Wat leuk om je weer te zien!’
‘Harry! Wat leuk om jou weer te zien,’ zei Cassie. Maar ze was niet blij om hem te zien.

Alles betekent letterlijk wat het betekent. Het is prima te volgen en het plot blijft hetzelfde, maar het is een stuk minder interessant.

Symboliek

Als je praat over een “diepere laag”, is dit het eerste waar mensen aan denken.

Symboliek = bepaalde elementen in het verhaal zijn een metafoor of staan symbool voor iets anders

Een bekende theorie is dat de hele Harry Potter saga een metafoor is voor de Tweede Wereldoorlog. Of dat de Kronieken van Narnia op heel veel plekken een symbool zijn voor het Katholicisme.

Of de musical Sweeney Todd. Deze gaat over een barbier die wordt verbannen (nadat diens vrouw wordt afgepakt). Hij komt terug met enorme wraakgevoelens en besluit om iedereen die bij hem komt (voor een scheerbeurt) te vermoorden. Ooit las ik de theorie dat Sweeney eigenlijk al een “geest” is vanaf het moment dat hij terugkomt – die wraakgevoelens hebben de oude, lieve Sweeney Todd allang vermoord.

Zie jij wat ik zie? Dichtheid! Elementen hebben een betekenis binnen het verhaal, maar een andere betekenis erbuiten.

Het hoeft natuurlijk niet zo groots te zijn. Je kunt ook één scene hebben die iets anders symboliseert. Een treffende vergelijking met iets anders, of een vergelijking tussen twee personages die je het hele boek volhoudt. Of een personage dat instaat voor iets anders.

Hiervan zijn de meeste voorbeelden te vinden, dus ik zal er niet te lang bij stilstaan. Pak je favoriete boek en ga op zoek naar de dubbelzinnigheid op grote schaal.

Opmerking: ik merk dat ik vaak de populaire voorbeelden geef, zoals Harry Potter. Ik zou wel iets anders willen doen, maar het werkt gewoon zo goed :p Bijna iedereen kent het goed genoeg om het voorbeeld te begrijpen, en het is op zichzelf een makkelijk voorbeeld. (Want Harry Potter blijft natuurlijk van origine een kinderboekenserie.) Andere voorbeelden zouden meer uitleg vereisen en minder bekend zijn.

Opmerking: natuurlijk is dit vaak ook een gebied met veel discussie. Verschillende mensen zien verschillende symboliek/betekenis in een verhaal. Een verhaal kan voor mij heel veel betekenen, terwijl jij het niks vindt en de diepere laag nergens kan bekennen.

Mysterie zonder vaagheid

Deze theorie heb ik wel lekker helemaal zelf bedacht! Het was zelfs de reden om dit artikel eindelijk helemaal te schrijven. Achteraf gezien is de theorie niet zo indrukwekkend, maar het is nog steeds handig om te realiseren.

Onlangs schreef ik een artikel over twijfelkennis – het geheim achter elk goed spel. Dit artikel legt uit hoe een goed spel zoveel mogelijk informatie wil geven, maar nooit alle informatie. Er moet duidelijkheid en kennis zijn, en tegelijkertijd onduidelijkheid en twijfel.

Dit principe geldt in mindere mate ook voor andere kunstvormen, waaronder verhalen. Je wilt duidelijk schrijven, maar niet dat je lezer precies kan voorspellen wat er gebeurt of het allemaal maar saai vindt. Een verhaal is een reeks mysteries. Als je alle antwoorden meteen geeft, is er geen verhaal meer over.

Als schrijver heb je dus de lastige taak om een balans te vinden tussen duidelijkheid ( + letterlijk vertellen wat er gebeurd) en mysterie.

Hoe doe je dit? Je zou het niet denken: dichtheid.

Stel je schrijft een scene ( = één element in het verhaal). Het eerste instinct is om in één scene precies één belangrijk ding te laten gebeuren ( = één propositie in het verhaal). Misschien ontdekt de hoofdpersoon in deze scene een extra clue. Of misschien krijgen de hoofdpersonen eindelijk een relatie. Of misschien heeft iemand een belangrijk inzicht of moment van zelfreflectie.

Als je dit doet, is het 100% duidelijk. De lezer weet precies wat er gebeurt en wat dat betekent. De duidelijkheid is goed … maar je kunt hier nauwelijks een verhaal mee schrijven. Hoe ga je ooit de lezer benieuwd maken naar wat er gaat gebeuren? Hoe ga je een diepere laag toevoegen? Hoe ga je een mysterie opzetten, en uitbreiden, zonder het al binnen vijf regels zelf op te lossen? Je vertelt immers alles direct en in klinkklare taal aan je lezer.

Maar wat nou, als we die ene scene meerdere dingen laten doen? De hoofdpersoon ontdekt een clue, maar komt ook een nieuw personage tegen, krijgt ruzie met zijn vriendin, en krijgt informatie die suggereert dat de clues niks waard zijn.

Wat moet hij doen? Gaat hij zijn relationele problemen oplossen? Gaat hij achter de clue aan, of gelooft hij dat ze niks waard zijn en in de verkeerde richting zoeken? Misschien vraagt dat nieuwe personage hem wel mee te gaan, omdat hij hem iets wil laten zien. Gaat hij met hem mee?

Hoewel precies duidelijk is wat er gebeurd, heeft één scene meerdere functies en dus meerdere mogelijke gevolgen. Je geeft de lezer alle informatie en zet diegene tegelijkertijd aan het twijfelen. Bingo!

Er zit zelfs een extra voordeel aan. Als je genoeg dubbelzinnigheid in de scene stopt, zonder duidelijkheid te verliezen, zal de lezer niet alles evenveel meekrijgen. Afhankelijk van wie het leest en waar diegene op focust, zal diegene iets anders uit de scene halen. De problemen met zijn vriendin zijn opgevallen, maar dat het nieuwe personage misschien niet te vertrouwen is, werd niet opgepikt.

Omdat er meerdere betekenissen zijn, weet je als lezer niet aan welke je de meeste waarde moet hechten. Terwijl, als uiteindelijk de oplossing komt, het antwoord op het mysterie, denk je als lezer: “Verdorie! Ik had het kunnen weten!” Want het stond gewoon heel duidelijk in de tekst.

Oftewel, je krijgt gratis mysterie en vaagheid, zonder onduidelijk te zijn (of nauwelijks informatie te geven).

Ik denk dat ik deze theorie ook gewoon onder twijfelkennis schaar. Het is een goede titel :p

Voorbeeld 2: Muziek

Ja, dichtheid speelt ook een grote rol in de muziek. Het ligt misschien minder voor de hand dan bij andere kunstvormen, maar het is er wel degelijk.

Ik ben eigenlijk van origine een muzikant, dus deze hele dichtheidstheorie is voor mij met muziek begonnen. (Natuurlijk heb ik het niet helemaal zelf bedacht. Anders zou ik allang een pretentieus boek erover hebben geschreven en talks geven op verschillende congressen. Zoek maar op propositional density.)

Muziek werkt vooral met patronen en herhalingen. Vaak wordt exact dezelfde tekst en melodie een paar keer herhaald (in het refrein). Vaak wordt de melodie van het couplet “in aangepaste vorm” gebruikt in het refrein of de bridge.

Ook dit is dichtheid! (Mits je het goed toepast, dus niet zoals veel popartiesten doen.)

Door iets te herhalen, maar net een beetje te veranderen, krijgt het een dubbele betekenis. De luisteraar weet dat het te maken heeft met iets wat eerder voorkwam, maar tegelijkertijd is het anders (en heeft een nieuwe betekenis).

Enkele voorbeelden zijn:

  • Het tweede couplet heeft ongeveer dezelfde melodie, maar op sommige plekken net iets anders.
  • Het laatste refrein heeft een andere tekst.
  • Om het echt bont te maken, kun je het refrein een bepaalde structuur geven (bijvoorbeeld, elke zin begint met “ik”). Het laatste refrein heeft dan diezelfde structuur, maar nu begint alles met “wij”. Zo krijg je meteen een mooi verhaaltje :p
  • De bridge/solo gebruikt dezelfde melodie als eerst, maar nu hoger, of omgekeerd, of sneller.

Je gebruikt letterlijk een nieuwe tekst/melodie, maar tegelijkertijd heeft het een extra betekenis die refereert aan iets wat vooraf ging.

Voorbeeld: Stephen Sondheim, een van de grootste musicalcomponisten aller tijden, heeft dit al vaker gezegd. Hij heeft slechts een handjevol originele, unieke ideeën per musical. Niet genoeg om die 10-20 nummers mee te vullen. Dus vervolgens pakt hij zo’n idee, en verandert het een beetje, totdat hij een nieuw nummer krijgt. Hij draait de noten om, maakt het sneller of langzamer, stopt er iets tussen, verandert de toonhoogte, gebruikt deels dezelfde structuur en deels een nieuwe structuur, etc.

In plaats van dat zoiets voelt als “valsspelen” of “eentonig”, krijgt een musical juist een eigen herkenbare “sound”, en zijn er dubbele betekenissen tussen nummers.

Voorbeeld: Op diezelfde manier hebben musicals vaak een reprise. Een van de grote nummers uit de eerste akte wordt later nog een keer herhaald, maar nu net wat anders. Vaak is dit om te laten zien wat er allemaal veranderd is. Hoe de hoofdpersoon is veranderd, nu ergens anders over denkt, of voor een vergelijkbare keuze staat. Dit ziet niemand als lui, maar juist als een mooie en passende herhaling, want het heeft een hoge dichtheid.

Hieronder noem ik nog wat andere mogelijkheden tot dubbelzinnigheid.

Instrumentatie

Je zoekt iets van samenhang, herhaling, of referenties tussen de instrumenten.

Voorbeeld: In het nummer “Hoofd onder Water” van “I.O.S.” gaan aan het einde de gitaar en de piano samenspelen. Ze lopen allebei dezelfde toonladder af, maar de piano doet vooral het bovenste stuk, en de gitaar het onderste stuk.

Context van noten

Bepaalde akkoordenschema’s of intervallen tussen noten kunnen betekenis hebben.

Voorbeeld: Een sprong van (bijna) een octaaf wordt vaak gezien als “energiek” en “hoopvol”

Voorbeeld: Een kleine verandering wordt vaak gezien als “warm” en “zacht” en “lief”

Voorbeeld: Ik heb een keer een nummer geschreven voor een musical waarbij iemand op een schip zat. Het thema was natuurlijk “water”. Dus toen dacht ik: hoe kan ik dat uitbeelden met de muziek? Uiteindelijk liet ik de akkoorden golven: van laag naar hoog, en weer van hoog naar laag, de hele tijd.

Tekst

Natuurlijk kan je heel veel dubbelzinnigheid kwijt in teksten.

Moet ik hier nog voorbeelden van geven? :p

Voorbeeld: Oké dan, de musical De Tweeling heeft meerdere koppelingen tussen twee nummers. Aan het einde heb je het nummer “Mijn Hart Is Open” voordat de twee zusjes elkaar weer ontmoeten. Hierbij is men dus hoopvol en blij. Maar even later heb je het nummer “Hoop Vervlogen” wat precies hetzelfde refrein heeft, maar dan met “mijn hoop vervlogen” ipv “mijn hart is open”. De ontmoeting is namelijk niet zo fijn verlopen als men hoopte. Het is simpel, maar het werkt.

Zo’n zelfde idee wordt gebruikt bij “Huwelijkswals I” en “Huwelijkswals II”. De eerste keer is hoopvol (want ze trouwen en dansen!),  tweede keer is het langzamer en juist verdrietig/bezorgd (want hun man gaat naar de oorlog).

Zoals je merkt: doe dit niet te vaak, want dan verliest het zijn betekenis.

Voorbeeld: In het nummer “Sleep on the Floor” van The Lumineers zit een aanstekelijk refrein. Inmiddels komt hun nieuwe album bijna uit, maar ze hebben al drie nummers online gezet. Eentje daarvan, “Life In The City”, gebruikt twee keer precies dezelfde tekst, maar over een net wat andere melodie. Het voelt niet alsof ze gewoon geen inspiratie hadden – het maakt hun muziek juist beter!

Daarnaast vertellen ze vaak een verhaal met hun nummers. Zinnen uit het ene nummer, hebben dan een extra betekenis in een ander nummer van het album. Dichtheid! Dichtheid! The Lumineers is daardoor een van de weinige artiesten waarvan ik vaak het hele album luister.

Dit zijn slechts voorbeelden. Probeer gewoon het algemene principe te volgen: probeer elementen iets extra’s te laten betekenen, door te referereren naar andere delen van de muziek, of bepaalde symboliek te gebruiken.

Voorbeeld 3: Tekenen/Grafisch Ontwerp

Als laatste nog een voorbeeld uit de grafische wereld. Dit is de wereld waarin je dichtheid misschien wel het makkelijkste kunt waarnemen, mede doordat wij nou eenmaal sterk visueel ingestelde wezens zijn.

Daarom zal ik het hier kort houden.

Afbeeldingsresultaat voor fedex logoIedereen kent wel het FedEx logo, waarbij de ruimte tussen de “E” en de “x” een pijl vormt. Zo simpel kan het zijn. De tekst is niet alleen letterlijk de naam van het bedrijf, maar heeft ook nog eens een extra betekenis. In dit geval is die betekenis passend: een pijl, aangezien FedEx een bezorgingsdienst is.

Dat hoeft niet persé. Logo’s zijn gemaakt om te herkennen, niet zodat je in één oogopslag precies ziet wat een bedrijf doet.

Het telt dus ook als je een hoge dichtheid hebt die op zich niks met het bedrijf zelf te maken heeft.

Een ander voorbeeld is het logo van Bol.com. In alle verschillende ontwerpen wordt een cirkel gebruikt, oftewel: een bol. Daarnaast staan, in die cirkel, de letters “bol”, maar op zo’n manier dat het een gezichtje lijkt.

Dubbelzinnigheid overal!

Ook hierbij kan je kijken naar symboliek of context. Doorgaans worden cirkels/curves als “zachte vormen” gezien, en vierkanten als redelijk neutraal, maar driehoeken als hele “harde vormen”. Als je kijkt naar prentenboeken, zie je vaak dat de “slechterik” of het “enge monster” vol zit met driehoeken en andere rechte hoeken. De hoofdpersoon van het verhaal, echter, heeft vaak de cirkels en de curves :p

En als je genoeg vormen hebt gezien, heb je nog zoiets als kleurenschema’s en lettertypes om mee te spelen. Misschien zijn twee dingen in dat prentenboek wel verbonden met elkaar en geef je ze daarom dezelfde kleur. (Aan het einde is er dan een plot twist waarbij de lezer dit ook ontdekt … maar ze hadden het eerder kunnen weten, dankzij de hoge dichtheid van je kunst!)

Misschien pak je een lettertype met een bepaalde historische context, waardoor het een dubbelzinnige betekenis krijgt.

Misschien bedenk je wel meerdere filmposters voor een franchise (deel 1, deel 2, deel 3, etc.) en kun je een onderliggende structuur gebruiken om al deze delen te verbinden.

Het punt blijft dat je een element méér betekenis kan geven dan slechts zijn letterlijke of meest voor de hand liggende interpretatie. Vaak gebeurt dit door een onderliggende structuur, door te kijken naar de context van je visuele elementen, of door het samenspel tussen de elementen.

Hoe hoger de dichtheid, hoe beter. Mensen herkennen dat, bewust of onbewust, raken geïnteresseerd en denken “hé, dat is een goed ontwerp!”

Waarom is hoge dichtheid beter?

In de praktijk zie je razendsnel dat iets met een hoge dichtheid beter wordt beoordeeld. Denk maar terug aan die woordgrap helemaal aan het begin van het artikel: ik hoef niet uit te leggen “dit is grappig! lach dan!” Deze waardering voor een hoge dichtheid zit ingebakken in alle mensen.

Maar je kunt je nog steeds afvragen: waarom is dat zo? Heel leuk dat we het in de praktijk zien, maar waarom zou ik dit principe nu ook moeten gaan gebruiken?

Het antwoord is enerzijds glashelder, en anderzijds erg vaag.

Mensen zijn extreem sociale wezens, die toch moeite hebben om dingen te onthouden of van anderen aan te nemen.

We zijn graag sociaal, praten graag met elkaar, en vinden het ook fijn om ditzelfde gedrag te bestuderen. Is mijn gedrag acceptabel binnen de groep? Wat is mijn sociale gedrag eigenlijk? Wanneer vind ik anderen sociaal of asociaal?

Om die reden zijn wij ooit begonnen met verhalen vertellen. Om het gedrag van de personages in de verhalen te kunnen bespreken en bestuderen. We hadden iets om over te praten, konden ons sociaal ontwikkelen (en ons gedrag verbeteren), terwijl we ook nog eens vermaakt werden met een leuk verhaal.

Als extensie daarvan werden verhalen gebruikt om te waarschuwen voor gevaren. Als je tegen iemand zegt: “pas op voor beren”, hoe groot is de kans dat diegene luistert? Hoe groot is de kans dat diegene deze waarschuwing onthoudt?

Als je daarentegen een verhaal vertelt over iemand die niet uitkeek voor beren en daardoor vervelende gevolgen moest ondervinden (zoals, waarschijnlijk, doodgaan), dan komt het binnen. Mensen onthouden het. Mensen nemen het serieus.

Opmerking: een moderner voorbeeld is misschien dat iemand zegt “je moet niet de hele dag snoep eten”. Je knikt wel, maar je doet er niks mee. Je vergeet het meteen. Maar als diegene vertelt over iemand die ernstig ziek werd of geen leuke dingen meer kon doen, omdat diegene ongezond at, nou, dat komt wel binnen.

Als iets een hoge dichtheid heeft, heeft het meer betekenis voor ons, waardoor we het beter onthouden. We investeren meer tijd, en zijn geïnteresseerder, omdat we er potentieel meer uit kunnen halen voor onszelf. Daarnaast vinden mensen het leuk om sociaal gedrag te bestuderen: een verhaal heeft personages in sociale situaties, muziek kan refereren naar de maatschappij of een bepaalde emotie, een grafisch ontwerp kan spelen met een sociale context. Als laatste zijn mensen gek op patronen herkennen: hoe hoger de dichtheid, hoe meer patronen en hoe meer samenhang. Maar dat wordt al zó vaak genoemd dat ik er niet meer tijd aan wilde besteden.

Dat is hoe ik het zie.

Opmerking: ik merk dat ook als ik veel verhalen schrijf. In die verhalen stop ik vaak boodschappen die ik ook wel eens letterlijk tegen vrienden/familie heb verteld. Toen ik dat letterlijk zei, werd er niks mee gedaan. Misschien vond men het zelfs een beetje awkward of belerend van mijn kant. Maar toen men het in de verhalen tegenkwam, gingen ze er echt over nadenken, en waren ze zo van “hmm interessant dat je daarmee bezig bent”. Mensen zijn raar :p

Conclusie

Hopelijk heb je nu een goed beeld van wat ik bedoel met dichtheid, waarom het belangrijk is, en hoe je het kunt toepassen.

Het is zeker niet het enige onderdeel of het allerbelangrijkste onderdeel. Zoals ik al zei: duidelijkheid komt voor alles. Daarnaast zal je daadwerkelijk veel verstand moeten hebben van je vakgebied om iets moois te maken.

Maar het is één van de belangrijkste onderdelen, die vaak wordt vergeten (in de uitwerking) of niet nadrukkelijk wordt benoemd.

Probeer niet te ver te gaan en alles een zevendubbele betekenis te geven, want dan is het te vol, niet te begrijpen, en verliest alles juist zijn betekenis. Maar probeer, als je iets maakt, altijd jezelf de vraag te stellen: kan dit beter? Kan ik meer dingen met elkaar verbinden? Kan ik met één toevoeging meerdere problemen oplossen? Betekent alles slechts wat het betekent, of ontstaat er, als ware het magie, een groter geheel uit dit handjevol elementen?

En als je dat doet, dan weet ik zeker dat je snel zult verbeteren. Zo, dit was mijn spreekbeurt over kunstdichtheid.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *