Herhaalhulp

Mensen zijn soms best wel eigenaardig. Als ze proberen te communiceren, maar iemand verstaat iets niet, dan vraagt diegene “wat zei je?” en dan is het antwoord van diens gesprekspartner 50% van de tijd “of je worst lust”.

De andere 50% van de tijd gebeurt iets bijzonders. Ik noem het de herhaalhulp (of herhaalcorrecties, maar dat vond ik weer onnodig formeel klinken).

Persoon 1: “Hé, we gaan dus met de groep op stap vanavond. Je weet wel, Isabella en Anna en Peter enzo. Zin om te komen?”

Persoon 2: “Wat?”

Persoon 1: “Ik zei: Isabella, Anne en Peter gaan op stap. Wil je mee?”

In plaats van simpelweg te herhalen wat je net hebt gezegd, hebben veel mensen de neiging om zichzelf te verbeteren. De tweede keer dat ze iets zeggen is het vaak korter, duidelijker, maar nog steeds precies dezelfde informatie.

Soms heeft men zelfs ineens het woord gevonden waarnaar ze zochten:

(meer…)

Eigen risico

Sinds ik op mijn 18e verplicht werd om een zorgverzekering af te sluiten, is het eigen risico elk jaar verder en verder omhoog gegaan. Dat weet ik heel goed, omdat ik het elk jaar heb moeten betalen.

Nee, ik rook niet. Ik heb nooit aan drugs gedaan of alcohol gedronken. Ik heb sowieso nooit iets gedaan wat ook maar in de buurt van “gevaarlijk” of “ongezond” kwam.

Al jarenlang zie ik studenten (en middelbare scholieren) om me heen die zich ladderzat zuipen. Die leven op drie uur slaap, twee crackers, nul beweging, en een lading energydrankjes. Die mensen lachen mij uit als ze me oefeningen zien doen. Als ze horen dat ik liever vroeger naar bed ga, dat ik liever wat gezonds eet, dat ik vandaag nog moet sporten, dat ik bewust geen alcohol drink. Ze beginnen nog harder te lachen als ik zeg dat we de trap moeten nemen, in plaats van de lift. (Je kunt denk ik wel raden wat ze doen als ze mij kaarsrecht in de collegezaal zien zitten.)

Die mensen betalen geen vierhonderd euro eigen risico dit jaar. Ik wel.

Waarom? hoor ik je vragen. Waaraan ben jij elk jaar dat eigen risico kwijt, Tiamo? Welk risico loop jij? Wat voor stoms en ongezonds heb jij gedaan?

(meer…)

Een theorie van vrije tijd

Mijn leven heeft altijd hevig geschommeld tussen periodes van nul vrije tijd en alleen maar vrije tijd.

Op de middelbare school ben je zó druk, dat je nauwelijks vrije tijd overhoudt. Maar dan komt de vakantie, en ineens valt alles weg en kom je erachter dat er verdraaid veel vrije uren in zo’n dag zitten. Op de universiteit ging dit precies hetzelfde, en toen ik daarna langzaamaan opdrachten kreeg was het niet anders: tijdens de opdracht werk je wekenlang aan één stuk door, en daarna heb je ineens drie maanden niks te doen.

En in beide gevallen krijg je niks gedaan.

In het eerste geval heb je gewoon te weinig tijd om iets substantieels te doen. Ja, als je goed zoekt kan je over de dag heen wel wat vrije tijd bij elkaar rapen — vijf minuten hier, een halfuurtje daar — maar dat is veel te verspreid. Je moet langer de tijd hebben om in de flow te komen, om écht even met iets bezig te zijn wat je leuk vindt om te doen.

Maar in het tweede geval gebeurt ook iets interessants. Je hebt zoveel vrije tijd … dat je uiteindelijk niks doet. Er is geen druk. Er is geen motivatie om nu iets te doen, want je hebt toch nog de hele dag, de hele week, of misschien de hele zomervakantie. Waarom vandaag hard werken aan dat boek dat ik altijd wilde schrijven, als ik ook vandaag lekker spelletjes kan spelen en mórgen dat boek kan schrijven?

Ik stoei al jaren met dit probleem, maar ik denk dat ik dus eindelijk de oplossing heb gevonden:

(meer…)

Een dagje toverland

Een half jaar geleden schreef ik een artikel over mijn bezoek aan de efteling (Een dagje Efteling). Gek genoeg is deze pagina uitgegroeid tot één van mijn meestbezochte pagina’s, dus voel ik mij verplicht ook iets te schrijven over mijn bezoek aan Toverland (08 September 2019).

Het oude toverland

De laatste keer dat ik in Toverland kwam was met mijn opa en oma, nu al tien jaar geleden. Het park bestond de twee grote hallen, een pleintje, Troy en de Booster Bikes. Ik weet nog dat het park heel groot en “ruim” leek, maar achteraf gezien kwam dat omdat het simpelweg grote open ruimtes waren zonder veel decoratie of invulling.

(Ik herinner me nog goed dat ik hierover een gesprek had met mijn moeder, waarin we natuurlijk de vergelijking maakten met de Efteling. Dat park is véél groter, maar alles voelt dichter op elkaar, omdat elk pad helemaal wordt omsloten door van alles en nog wat.)

De Booster Bikes waren de grens van het park. Daarachter was niets meer dan een eindeloos grasveld. Toch was het een heel leuk dagje Toverland. Ik vroeg mij later vaak af waarom we niet vaker daarnaartoe gingen, maar steeds naar de Efteling, hoewel ik nu besef dat het park in die jaren behoorlijk klein was.

(“Kom jongens! We gaan naar Toverland!” “Huh? Hebben ze daar leuke achtbanen?” “Ze … eh … hebben één geweldige achtbaan!” “Pff, saai.” “Maar … maar … het is wel de langste, snelste en hoogste van de Benelux?” “Oh dan gaan we wel zes uur achter elkaar in die ene achtbaan. Let’s go!”)

Het nieuwe toverland

Nou, dat was veranderd.

(meer…)