Academische Avonturen (Deel 1)

Leestijd: 9 (minuten)

Vorig jaar heb ik een pauze genomen van mijn studie. Ik vond het een verschrikkelijke studie, maar ik was inmiddels al zó ver dat het zonde was om het niet af te maken. (Daarnaast bestaat er zoiets als studieschuld.)

Je vraagt je misschien af: waarom heb je deze studie dan gedaan? Nou, ik wilde helemaal (nog) niet studeren, maar op mijn zeventiende waren mijn ouders en school dermate aan het zeuren, dat ik met forse tegenzin maar een willekeurige studie ben gaan doen.

(Ze hadden allemaal van die goede argumenten als “je moet het zelf weten dan! Als je niet studeert dan wordt je putjesschepper!” en “ja, het zou zonde zijn als iemand met jouw hersenen naar het hbo gaat, je moet eigenlijk wel een universitaire studie doen!” Gevolgd door de gouden zin: “ja, als je nu een tussenjaar neemt, ga je waarschijnlijk nooit meer studeren!” Ach, wat vervelend zeg, dat jongeren zich ontwikkelen tijdens zo’n tussenjaar en dan vaak besluiten wat ze liever willen doen dan blind een zware studie inrennen.)

Na anderhalf jaar pauze ben ik de afgelopen zes maanden weer gaan studeren. Ik had er geen zin in, en zodra ik het diploma heb ga ik het meteen ritueel verbranden, dus om mezelf gemotiveerd te houden besloot ik dit artikel bij te houden!

Hierin heb ik alle domme, grappige, interessante, en frustrerende dingen opgeschreven die zijn gebeurd. Veel plezier bij het lezen van mijn Academische Avonturen!

Hoofdstuk 1: Inschrijven blijft lastig

Aan het begin van het jaar had ik gevraagd hoe ik me halverwege het jaar kon inschrijven. Daar bleek een formulier voor te bestaan, hoewel ik moest bewijzen dat ik een goede reden had om later in te stromen. (Die had ik: ik was de hele zomer bij de revalidatie geweest en pas ná het begin van het studiejaar hadden ze mij overtuigd om de studie weer op te pakken.)

Nou ja, er scheen ergens een formulier voor te bestaan. Maar de mensen bij de (fysieke) balie hadden er nog nooit van gehoord. Online was hij niet te vinden. Studielink en DUO zeiden hier niks over.

Wat bleek? Dat formulier stond inderdaad nergens!

Na heel veel mailtjes heen en weer kreeg ik een PDF met het formulier toegestuurd, die ik vervolgens invulde en terugstuurde.

Zijn we nu klaar? Natuurlijk niet!

Ik vond het raar dat ik het hele collegegeld moest betalen, terwijl ik maar een half jaar kwam studeren. Dus ik nóg meer mailtjes sturen, totdat bleek dat ze een fout hadden gemaakt en ik inderdaad slechts de helft hoefde te betalen.

Twee mailtjes, scheelt meer dan duizend euro.

Vervolgens kreeg ik een week later een boos bericht dat ik nog steeds het geld niet had overgemaakt. Dat ik dat snel moest doen anders was ik te laat!

Dus toen probeerde ik netjes uit te leggen dat ik niet ZOMAAR TWEEDUIZEND EURO tevoorschijn kan toveren.

Nou goed, uiteindelijk alles netjes geregeld. Ik was nét op tijd ingeschreven voor het tweede semester van het studiejaar.

Hoofdstuk 2: Inschrijven blijft lastiger

Het hele fiasco met mijn inschrijfformulier had dermate lang geduurd, dat ik nu te laat was met inschrijven voor mijn individuele vakken.

Dus nog meer mailtjes later had de decaan mij beloofd, met tegenzin (“het is eigenlijk niet de bedoeling dat je zo laat nog aanmeldt!”), mij nog in te schrijven voor mijn vakken.

Voor het vervolg is het wel handig om de namen van deze vakken te vermelden: Data Structures en Artificial Intelligence. Deze zal ik afkorten met DS en AI.

Ze vermeldde ook dat één van de vakken (DS) al vol zat. Dus dat ik daar hoogstwaarschijnlijk niet meer bij kon. (Ook dit moest ik zelf nog bevestigen middels een mailtje, want in haar eerste mail zei ze resoluut dat het onmogelijk was.)

(Ik heb zo’n vermoeden dat medewerkers van de universiteit worden betaald per mailtje.)

Het is inmiddels begin Februari en er is geen wolkje aan de lucht. Het tweede semester begint meestal na mijn verjaardag (18 Februari), dus ik besluit in mijn laatste weken als vrij man mijn huidige projecten goed af te ronden.

Mijn moeder komt op Zondag langs mijn bureau en zegt: “Wanneer begin je weer? Moeten we je morgenochtend roepen?”

Ik zeg: “Ik heb geen idee, ik zal vanavond kijken.”

Die avond bleek dat ik de volgende dag al moest beginnen :p

Ik had diezelfde avond één bevestingsmailtje gekregen: ik was ingeschreven voor mijn andere vak.

Dus ik schrijf op in welk lokaal ik moet zijn, inclusief route om daar te komen (want ze hadden in het jaar dat ik weg was blijkbaar een heel nieuw gebouw neergezet), en duik snel het bed in.

De volgende ochtend wrijf ik de slaap uit mijn ogen in een collegezaal. Zo, notitieblok open, pennen meegenomen, de verplichte mandarijn op je tafel om het idee te hebben dat je gezond aan het snacken bent.

De docente komt binnen: “Welcome everyone to Data Structures!”

… wat? Wat? Hoe? Ik dacht dat ik bij AI zat!

Ik kan je vertellen dat ik nog nooit zo’n rare mix van verbazing en shock heb gevoeld. Er was een soort kortsluiting in mijn hoofd, waarin ik dacht dat ik in compleet het verkeerde lokaal was gaan zitten. In mijn hoofd maakte ik al een plan om zo onopvallend mogelijk binnen de eerste vijf minuten van dit vak de zaal te verlaten.

Totdat ik realiseerde dat dit gewoon één van mijn twee vakken was. Toen kon ik ontspannen en was ik binnen de kortste keren weer in de oude vertrouwde studentenmodus.

Wat was er gebeurd? Ze hadden besloten om het vak DS (dat eigenlijk hartstikke vol zat) uit te breiden, zodat iedereen het kon volgen. Ze hadden gewoon twee professoren ingehuurd die los van elkaar in verschillende zalen hetzelfde college gaven. Onthoudt dit. Deze actie geeft aan hoe goed dit vak geregeld was en hoe goed de docenten wisten wat ze deden.

Dus ik was ingeschreven voor DS, maar niet voor AI. Hoe zat dat dan? Nou, het wordt nog gekker.

Hoofdstuk 3: Een cursus inschrijven misschien?

Ik was niet ingeschreven voor AI. Het stond niet bij mijn inschrijvingen, niet in mijn rooster, niet bij de bestanden waartoe ik toegang had.

Ik heb geen idee hoe het kon, maar aan het einde van de eerste week … kreeg ik een mailtje dat ik alsnog was ingeschreven voor AI!

Dus ik had de hele eerste week gemist, maar zat nu bij het vak alsof er niks was gebeurd.

En toen moest ik ook nog eens voor het einde van de week zelf een huiswerkgroepje vormen. Ik kende niemand bij dit vak: al mijn vrienden en studiegenoten waren allang bezig met hun master. Dus, hoe doe je zoiets?

Nou, ik zal eventjes een korte cursus “huiswerkgroepjes vormen” geven:

  • Je kijkt naar de lijst van studenten die nog een groepje zoeken.
  • Je filtert alle mensen eruit met een naam die je niet kan uitspreken óf zo’n naam waarvan de rillingen meteen over je rug gaan lopen. (Je weet wel, zo’n naam die je leest en waarbij je denkt “wat een kaknaam”)
  • De mensen die je overhoudt zoek je op – op LinkedIn, op Facebook, ze zijn wel ergens te vinden.
  • Je pakt de persoon die er het aardigst uitziet.

Dit klinkt misschien stalkerig, of bevooroordeeld, maar ik zweer bij deze techniek. Je punt, je werkdruk, je stressniveau, alles gaat afhangen van het groepje waarmee je samenwerkt. Zoek mensen waarmee je het kan vinden, die eruitzien alsof ze aardig zijn en hard werken.

(Ik kan het zelfs nog erger maken: zoek een meisje. Simpelweg een veel grotere kans dat ze daadwerkelijk moeite doen, reageren op berichten, en hard werken. Maar volgens mij kent iedereen deze wijsheid, want het gebeurt zo goed als nooit dat een meisje nog geen huiswerkgroepje hebt. Let er maar eens op.)

Uiteindelijk heb ik met deze techniek iemand uitgezocht en hem een mailtje gestuurd. Een dag later een mailtje terug met een positief antwoord en zijn telefoonnummer, want WhatsApp was sneller.

Je verwacht nu misschien een horrorverhaal, met eindeloos gezeur over mijn groepsgenoot, maar het was eigenlijk helemaal prima. Deze techniek werkt. Hij was chill, hij deed moeite, we hebben nog over andere dingen gekletst (hij deed toevallig ook DS), en uiteindelijk hebben we gemiddeld bijna een 10 gehaald voor de groepsopdrachten.

(Nu denk je misschien: als je zo’n hekel hebt aan je studie, en je zegt de hele tijd op dit blog dat je een verschrikkelijk slechte wiskundige bent, waarom haal je dan zulke hoge punten? Waarom die moeite doen? Nou, daar kom ik later nog op terug, want dat is een heel belangrijk punt in dit verhaal.)

Was AI dan zo’n leuk en vlekkeloos vak? NEE. (Maar we zijn wel eindelijk klaar met het gedeelte “inschrijven voor dingen op de universiteit is een ramp” … voor nu.)

Hoofdstuk 4: Een vak apart

Die twee vakken die ik had, DS en AI, waren complete tegenpolen. In één kwartiel op de studie heb ik meteen het best geregelde en het slechtst geregelde vak van mijn studie meegemaakt.

Data Structures

Data Structures is één van de eerste, essentiële vakken als je een informaticastudie doet. Dat was te merken.

De docente was goed: ze kon presenteren, ze kon dingen uitleggen, ze kon slides maken die daadwerkelijk verhelderend waren (met animaties, tekeningen, kleurtjes, alles!), en de huiswerkopdrachten waren uitdagend maar eerlijk. We hadden één van de grootste zalen gekregen en er stond een legioen aan instructeurs en nakijkers klaar om je met alles te helpen.

Tekenend was het allereerste uur van het vak. Ze begon niet meteen met stof opratelen, ze begon niet met alle regeltjes van het vak, ze begon met hoe leer je het beste en waarom is dit vak zo belangrijk.

Zo legde ze uit dat je beter handgeschreven notities kan maken, want dan onthoud en verwerk je de informatie beter. (En vervolgens verbande ze alle laptops uit de collegezaal, wat dan weer interessant was voor een informaticavak.)

Ook legde ze uit waarvoor je Data Structures gebruikt in de praktijk en op welke onderdelen je het meeste moet letten (of oefenen) als je daar je werk van wil maken.

Kortom: ze was één van de zeldzame docenten in mijn leven die daadwerkelijk doceerde. Toen het Coronavirus uitbrak (oh boy, dat hele hoofdstuk moet nog komen) deed ze moeite om meteen te switchen naar digitale colleges en iedereen die hinder ondervond kreeg extra hulp of uitstel. En ze vond zelfs tijd om grapjes te maken en met mensen te kletsen!

Artificial Intelligence

Vergelijk dat met AI. De docent was Nederlands en dat was duidelijk te merken in zijn Engelse taalgebruik. Als hij een microfoon omdeed, kon je hem gek genoeg nóg minder verstaan, maar had je wel het idee dat hij met zijn zware ademhaling een Darth Vader impressie deed.

Hij deed niks anders dan eindeloze slides laten zien (140 in één college!) en exact oplezen wat op de slides stond. Ik ben na een paar weken compleet gestopt met de colleges volgen, want ik kon net zo goed de slides lezen en aan de groepsopdrachten werken.

Maar het wordt erger: ik had (samen met mijn zorgvuldig uitgezochte groepsgenoot) dagenlang besteed aan de eerste opdracht. We hadden een gigantisch verslag geschreven …

… om pas bij het inleveren een dikgedrukte waarschuwing tegen te komen die zei “Let op! Voor deze opdracht hoef je slechts een logboek mee te sturen!”

HAD DAT DAN EERDER GEZEGD. We hadden alleen een simpele tabel hoeven maken met de bijdrage (in uren) van ons beide. In plaats daarvan hadden we een verslag van twintig pagina’s, omdat overal een “template” was geplaatst met daarin suggesties voor wat je moest behandelen in het verslag. Wat was de bedoeling daarvan?! Waarom deden ze dat!?

Deze opdracht ging over het schrijven van een eigen damcomputer. Oftewel, een stukje code dat, gegeven een situatie op een dambord, de beste volgende zet kan vinden (binnen een paar seconden).

Deze damspelers werden automatisch getest: de professor had een programmaatje geschreven waar hij onze code direct instopte en simpelweg het resultaat opschreef. Om dit vlekkeloos te laten werken, moest iedereen hun speler dezelfde naam geven: “MyPlayer-GroupXX” (waarbij XX natuurlijk je groepsnummer is).

Natuurlijk hield niemand zich daaraan. In een vlaag van waanzin (en wanhoop) plaatste de leraar dus maar een tabel online met daarin alle resultaten, zodat mensen zelf konden zien of hun opdracht goed was ingeleverd.

Ik heb die tabel meteen gekopieerd en opgeslagen, want dit was te leuk om te negeren :p

Hier een greep uit de lijst van namen die studenten aan hun code hadden gegeven:

  • KekkeDammer
  • Hacker Attacker
  • De Viking
  • WiegerBeater ( => de beste paar damcomputers mochten het opnemen tegen een échte damkampioen, die heette Wieger en was blijkbaar een vriend van de professor)
  • BoiKnowsDraughts ( => Draughts is Engels voor dammen)
  • EpsteinDidntKillHimself
  • PoodlePlayer
  • LeerDammer
  • DefinitelyNotAPieceCounter ( => de eerste techniek voor computeralgoritmen is een piece counter: je telt simpelweg hoeveel stukken elke speler heeft, en de persoon met meer stukken is “beter”)
  • YouPickedTheWrongBoard
  • En natuurlijk de klassieker: Xx_CuteCat96_xX

Dit artikel gaat door in deel 2: Academische Avonturen (Deel 2)

 

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *