Academische Avonturen (Deel 2)

Leestijd: 12 (minuten)

Dit is deel 2 van een een lang artikel over mijn laatste halfjaar op de universiteit. Klik hier voor deel 1: Academische Avonturen (Deel 1)

Hoofdstuk 5: Dingen veranderen als je weg bent

Ik ben anderhalf jaar weggeweest. In die tijd ben ik een stuk of 5-10 keer op de universiteit gekomen voor andere dingen, zoals afspraken met vrienden, maar toch voelde het alsof ik tien jaar lang van de uni was geweest.

Mijn hele studie was ineens Engels en had veel meer studenten. (Wiskunde was eerst gewoon een piepkleine Nederlandse studie ergens in het hoekje van de universiteit.)

De docenten, echter, waren niet ineens goed geworden in Engels. Dus naast het opschrijven van moeilijke formules en bewijzen, mochten we nu ook de gekonkelde Engelse uitspraken van professoren ontcijferen! Serieus, waarom kan geen enkele docent Engels? Waarom hebben ze niet even een cursus of iets dergelijks gegeven? En als we toch bezig zijn, waarom leren ze professoren niet over goed stemgebruik? Ze zijn regelmatig nauwelijks te verstaan.

Maar het wordt nog raarder als je erachter komt dat iedereen stiekem Nederlands is.

Dan zit je dus elke dag in het Engels te communiceren, de een wat beter dan de ander, terwijl iedereen gewoon Nederlands kan. Maar als je dan Nederlands gaat praten, krijg je op je kop. “English! We speak English here! Don’t exclude people!”

Ik heb liever dat wij elkaar begrijpen en miscommunicatie voorkomen, dan dat ik per ongeluk in het Nederlands begin terwijl er één Engelstalige student ergens in de hoek van de collegezaal zit. Maar goed.

Gelukkig zagen andere mensen dit ook in, want tegen het einde van dit halfjaar kwam ik in steeds meer situaties waarin iedereen het opgaf en schijt had aan de regels.

(Tijdens mijn online tentamen, wederom wegens Corona, was er een chat met de instructeur en soms kwam de professor zelf even langs in de chat om een belangrijke opmerking te maken. Die deden dat allemaal in het Nederlands, ondanks het feit dat dit vak Engelse studenten had en niemand had gecheckt of die in deze groep zaten. Soms vraag ik me wel af hoe buitenlandse studenten daarnaar kijken, als Brabanders dingen zeggen als “duurt keilang” en “nope” tegen docenten, terwijl zij helemaal naar Nederland zijn gekomen en hier zijn gesettled speciaal om deze studie te doen. En deze studie speciaal officieel Engelstalig is geworden voor hen.)

Hoe dan ook, een zekere “verengelsing” van de hele universiteit had ook plaatsgevonden.

Ineens vond iedereen het nodig om te klappen aan het einde van het college. Voelde een beetje … Amerikaans? Dat deden we vroeger nooit!

Tegelijkertijd bleken diezelfde mensen geen problemen te hebben met een half uur te laat binnenkomen en een half uur voor tijd doodleuk weglopen.

En natuurlijk waren nu alle advertenties, bordjes, slides, online pagina’s, en boeken in het Engels. Misschien was dat vroeger ook al zo, dat weet ik eigenlijk niet, maar het voelde toch alsof de universiteit vroeger een soort “dorpsschooltje” was, met slechts twintig studenten wiskunde die allemaal half bevriend waren met de docenten. Nu zijn ze ineens “serieus” en “internationaal” geworden. Bleh.

(En er was dus ineens een extra gebouw. Hoewel dat achteraf helemaal niet zo’n goocheltruc bleek te zijn: het was gewoon het oude hoofdgebouw dat ze enkele jaren geleden hadden afgesloten en deels gesloopt. Het was herbouwd, vernieuwd, en heropend onder – hoe kan het ook anders – een fancy Engelse naam. De namen worden ook steeds korter. Onze belangrijkste gebouwen heten “MetaForum” en “Auditorium”, maar inmiddels is het allemaal “Flux” en “Atlas” enzo. Straks gaan ze gebouwen denk ik gewoon symbolen geven.)

Hoofdstuk 6: Maar sommige dingen veranderen nooit

Ik fiets naar de universiteit. Enerzijds omdat het kan (de universiteit ligt 30-45 minuten hard fietsen van mijn huis), anderzijds omdat het goed is voor de gezondheid. Studeren is heel slecht voor je gezondheid. Ik zit al de hele dag op mijn reet achter een bureau gebogen sommen te maken, ik moet dat toch ergens goedmaken met anderhalf uur hard fietsen.

Hoe dan ook, nog steeds is mijn route naar de universiteit niet zonder omleidingen of opengebroken wegdelen. Inmiddels is zo’n beetje het hele centrum afgezet en moet ik standaard 10 minuten omfietsen door allemaal louche wijken met afgebroken fietspaden. Al mijn hoop op een fatsoenlijke fietsroute is bij deze vervlogen.

Ik kan me oprecht geen moment herinneren, langer dan een week, waarin ik gewoon naar de universiteit kon fietsen. Er was altijd iets dicht, of afgesloten, of kapot, of verstopt. Eén keer reed er zelfs een auto héél traag over het fietspad (waardoor ik bijna te laat was voor een tentamen, maar ik had wel een heel leuk gesprek met een fietser naast mij die zei dat dit niet de eerste keer was xD)

Het onderwijssysteem … zucht

En het laatste onderdeel dat nooit veranderd: het onderwijssysteem is belachelijk. De ene week moet je niks doen voor een vak, de andere week moet je in een paar dagen onmogelijk veel werk verrichten. Ze zetten expres pas op het laatste moment opdrachten online, want anders … zou je te vroeg beginnen? Hoe is dat erg?

En als je dan moeite doet en inzet toont, als je probeert om een goed punt te halen, mooie plaatjes te maken bij je uitwerkingen, en alles in een grappig verhaal op te schrijven … wordt je daarvoor keihard afgestraft. Ik heb een zware onvoldoende gekregen omdat ik een opdracht niet exact had gemaakt zoals ze wilden. (En omdat ik even daarvoor een korte grappige anekdote vertelde. Dat was blijkbaar niet “serieus” en “professioneel”. Maar die anekdote was hartstikke relevant!)

Mijn oplossing was beter. Hoe weet ik dat? Omdat ik het huiswerkprobleem al tientallen keren zelf heb moeten programmeren voor mijn computerspellen. Ik weet exact hoe het werkt, waarom het werkt, welke data structures je gebruikt, en hoe snel het is. Daarom gebruik ik het zo vaak. Maar het was niet wat ze wilden horen, dus ze zetten een groot vraagteken neer en geven 0 punten.

Tja, dan maar geen moeite doen. Een zes is ook een voldoende. Een bewijs kan ook zonder mooie plaatjes. (Ik beloof het, ik kom nog terug op waarom ik zoveel moeite doe voor een studie die ik vanuit de grond van mijn hart haat.)

Artificial Intelligence – zo kan het ook

Oh, dacht je dat ik klaar was met zeuren over AI? Dacht het niet!

Opdracht 2, deze keer een individuele opdracht, en mijn code is efficiënter dan de code die zij willen. Hij heeft sneller ( = met minder iteraties) het antwoord gevonden. Hoe lossen we dat op? Deze opdracht werd óók automatisch nagekeken, dus als ik niet exact de antwoorden produceer die zij hebben ingebouwd, krijg ik een 0.

Na wat speurwerk blijkt iemand anders hetzelfde probleem te hebben gehad.

Die had het gevraagd, waarop de docent doodleuk zei “je moet altijd een input van 1 gebruiken voor alles, dan krijg je precies dezelfde resultaten als wij”.

Stond nergens in de opdracht. Stond nergens bij het inleveren. Is ook niet de beste manier om dit te doen of aan te leren, zoals mijn implementatie aantoont.

(Wederom, ik programmeer al bijna vijftien jaar, ik ben 99% zeker dat ik mijn verstand niet ben verloren en gelijk heb. Dat is overigens ook de reden dat ik deze vakken heb gekozen: gratis studiepunten! Nee, dat is niet waar, het is meer “studiepunten met korting! Twee voor de prijs van één!”)

Datzelfde probleem was aanwezig bij die andere opdracht met de damcomputer. We werden getest aan de hand van zo’n twintig situaties. Als je de juiste “beste zet” gaf, kreeg je een punt, anders kreeg je niks. Daardoor hadden wij een 3,9 voor onze damcomputer, ondanks het feit dat we konden zien dat het een behoorlijk slimme computer was. Het ging alleen om het eindresultaat, niet om de code of het leerproces. En dat is nou juist wat onderwijs niet moet doen. Juist in het onderwijs heb je de mogelijkheid om te proberen, te falen, te leren, en je geen zorgen te maken over het eindproces.

Maar tot mijn verbazing, toen het Coronavirus toesloeg, bleken ze bij AI tóch te weten hoe je eigenlijk onderwijs geeft!

Hoofdstuk 7: CORONA

Zo’n anderhalve week voordat de tentamenweken beginnen, wordt het Coronavirus serieus.

Hiervoor werden er grappen over gemaakt: mensen gingen expres niezen om anderen te laten schrikken, ik vertelde aan iedereen hoeveel pech ik had dat het programma waarmee ik spellen maakte nou juist “Corona” heette, en iedereen voorspelde lachend dat alle mensen die Carnaval hadden gevierd de komende weken gevloerd waren.

Maar toen ineens begon het serieus te worden. Er kwamen langzaam berichten van de universiteit dat de colleges misschien helemaal online zouden gaan, en de tentamens dus ook. Veel studenten bleven weg van de universiteit. (Wat een raar gevoel geeft, als je vrijdagochtend over de campus loopt en er is echt helemaal niemand.)

Allebei mijn vakken gaven vlak voor het weekeinde hun bericht:

  • DS: We zullen Proctorio gebruiken voor online surveillantie. We doen binnenkort een “test” zodat jullie bekend kunnen geraken met het systeem. Hier is een pagina met details, regels, instructies, hulp, etc.
  • AI: We zijn aan het onderzoeken hoe we het tentamen online gaan doen, punt. (Typisch AI. Het lijkt wel alsof ze voor het eerst dit vak geven.)

Maar na het weekeinde, op een onschuldige maandagmorgen, werd ik wakker met twee hele andere berichten:

  • DS: Het eindtentamen vervalt. Proctorio kan de last niet aan, we kunnen niet garanderen dat alles goed verloopt, en we weten dat mensen met goede huiswerkpunten vaak evenzogoede punten halen voor het eindtentamen. (Dus: gefeliciteerd, je hebt het vak gehaald! Je huiswerkpunt telt definitief voor alles!)
  • AI: Het eindtentamen vervalt. Je huiswerkpunt telt voor alles. Maar … je krijgt tot het einde van de tentamenweken om je opdrachten te verbeteren en opnieuw in te leveren.

Dus ik kom na lange tijd terug op de studie … en mag vervolgens niet meer naar de universiteit of tentamens maken. Op zich prima :p

Maar let op die laatste zin van AI: we mogen onze opdrachten verbeteren! Dit was een reddingsboei, want ons punt stond dus vooralsnog op een 3,9 voor die damcomputer (de andere opdracht was nog niet nagekeken).

Deze keer, echter, hadden ze een paar voorbeeldposities gegeven. Als deze situatie op het bord staat, moet jouw damcomputer deze zet vinden. HAD DAT DAN EERDER GEDAAN. Met die posities kon ik binnen een half uur alle grote (en dan bedoel ik grote) fouten in onze code vinden. Daar heb ik daadwerkelijk iets van geleerd en een beter eindresultaat mee behaald.

Ik kan zo gefrustreerd worden van docenten die expres geen uitwerkingen geven (van huiswerk of oude tentamens) en alleen hele vage hints, want dat zorgt 95% van de tijd alleen voor studenten die opgeven en niks leren. Ze zeggen dan dingen als “je leert alleen als je het zelf doet” of “anders wordt het te makkelijk”, en dat is waar, maar volgens mij is het doel van onderwijs niet “maak het zo moeilijk mogelijk” en als je mij twee voorbeelden geeft moet ik nog steeds de andere 18 zelf doen, of niet?

Nou goed, nieuwe versie van de code ingeleverd, afgerond een 9,48 gehaald voor dat vak. Ja, dat lees je goed. Net geen 10. En weet je wat? Dat maakt mij niks uit. Echt helemaal niks. Ik geef er niets om. Een 9 afgerond is ook prima. Ik – verdorie, toch kijken of ik ergens een puntje bij kan krijgen.

Ik kon nergens een puntje bij krijgen.

Moraal van het verhaal: binnen een spanne van vier dagen ging ik van “help! online tentamen! ik moet alles nog leren en mijn computer heeft moeite met internetverbindingen!” naar “oh, ik heb allebei mijn vakken al gehaald”

Tot nog toe leek Corona zo erg nog niet, maar daar kwam verandering in.

Hoofdstuk 8: De laatste loodjes

Two down, two to go. Ik hoefde nog maar twee vakken om mijn hele studie af te ronden. Nog drie maanden, twee tentamens, en ik was klaar!

Zoals je inmiddels waarschijnlijk wel doorhebt, is niets zo simpel op de universiteit.

Probleem 1 – hoe kan het ook anders – inschrijven.

Ik had me ruim op tijd ingeschreven voor mijn vakken. Maar ik had een aanvraag gedaan om mijn vakkenpakket te veranderen (iets minder wiskunde vakken, iets meer informaticavakkane), en daar kreeg ik al weken geen antwoord op, dus ik had me maar voor vier vakken tegelijkertijd ingeschreven.

Daarvan hoefde ik er dus maar twee daadwerkelijk te doen.

Eén van die twee vakken, echter, was Complexe Analyse. De nachtmerrie van iedere student. Het is complex. Het is analyse. Het is een hel!

(Ik heb letterlijk, toen ik wegging bij de studie, een nummer geschreven genaamd “Complexe Analyse is Kut”. Misschien komt die ooit nog uit. Het was uiteindelijk best een mooi kleinkunstnummer geworden met kritiek op het onderwijssysteem.)

Ik had dat vak al twee keer serieus geprobeerd. Vier tentamens. Allemaal nét niet gehaald. En blijkbaar was er een regel dat je dan met je decaan moest overleggen, want die moest je toestemming geven om het vak nog een keer te doen. Ik weet niet precies hoe deze regel werkt, want toen ze mij vroeg

“Waarom was het de vorige keren niet gelukt en wat ga je doen om het deze keer wel te halen?”

reageerde ik met

“Omdat Complexe Analyse een zeer moeilijk vak is, de vorige docent slecht was, de tentamens in mijn ogen oneerlijk, en ik een slechte wiskundige.”

en dat werd geaccepteerd.

Volgens mij proberen ze gewoon zo snel mogelijk van me af te zijn. Wederzijds, wederzijds.

Nou goed, uiteindelijk was ik voor alle vakken officieel ingeschreven en kon ik beginnen. Ik had 99% zekerheid dat mijn nieuwe vakkenpakket zou worden goedgekeurd, dus ik ben maar twee vakken écht begonnen, en de andere twee heb ik meteen opgegeven.

Dat had nog goed mis kunnen lopen. Als ze mijn nieuwe pakket hadden afgekeurd, dan was ik twee vakken voor niks aan het doen en kon ik sowieso nóg een jaartje eraan vastplakken.

Maar na de inschrijving waren de problemen niet verholpen. Ze werden alleen maar erger.

Hoofdstuk 9: CORONA II

Als ik niet zo’n hekel had aan mijn studie, dan zou ik Complexe Analyse haast komisch vinden. Elke keer dat ik het vak heb gevolgd, doen ze hun uiterste best om zo vervelend en complex mogelijk te zijn. Ze bedenken een superrare tentamenvorm, ze zetten hele stricte regels op het huiswerk, ze proberen twee hele hoofdstukken in het allerlaatste college erdoorheen te jassen.

Het vak voelt een beetje als de supervillain van dit verhaal, maar dan wel zo eentje uit een slechte cartoonserie.

Deze keer was het weer raak: ze hadden besloten om een MONDELING TENTAMEN te doen.

Wiskunde. Zeer theoretische, complexe wiskunde. En zij willen een mondeling doen?! Wie kwam met dat idee tijdens de vergadering?!

“Oké, vraag 1, wat is de integraal van één gedeeld door één min x kwadraat maal twee min x tot de derde in het complexe bovenhalfvlak?”

“Eh, zou je dat kunnen opschrijven?”

“Nee, dit is een mondeling. We gaan je nu tien minuten door de webcam boos aanstaren terwijl je het antwoord uitrekent.”

“Mag ik een blaadje pakken om – “

“NEE! In de kamer blijven! In beeld! Telefoon aan de kant! Geen geluid! Als we ook maar iets ontdekken, krijg je een 0!”

Wie dit blog regelmatig leest, weet dat ik chronische gezondheidsproblemen heb. Ik worstel al tien jaar met een stem die vaak wegvalt, onvoorspelbaar is, en vooral heel veel pijn en ongemak veroorzaakt. Met veel stemoefeningen, zangles, training, en dergelijke kan ik op mijn beste dagen iets van 15-30 minuten rustig converseren.

Een mondeling tentamen is wel het laatste wat ik kan doen.

Dus ik vroeg een uitzondering aan. Mijn gezondheidsproblemen waren bekend bij de universiteit, dus dat moest goedkomen.

Daar staken ze een stokje voor.

Ze wilden meer salaris deze maand, dus ik moest meer mailtjes sturen :p Na een hoop gedoe krijg ik de studentendecaan te pakken die mij vertelt wat ik ongeveer moet doen. Ik doe dat.

Geen reactie. Wekenlang geen reactie.

Dan ineens een heel passief-agressieve reactie met de vraag waarom ik niks van me laat weten.

Ik vertel dat ik allang had gereageerd, terwijl ik vier keer opnieuw check of die mail écht is verzonden en aangekomen. Ja, de mail is verstuurd, ze moet hem gekregen hebben.

Maar ze zweert van niet, dus moet ik halsoverkop een bewijs van de huisarts gaan halen (voor een gedocumenteerd gezondheidsprobleem waarvoor ik potverdorie drie maanden in revalidatie heb gezeten tijdens de zomervakantie!) en die inscannen en opsturen.

Na al deze moeite … komt twee weken voor het tentamen ineens een nieuw berichtje op de vakpagina:

“Exam procedure changed”

Due to complications, we decided to return to a more traditional written exam. <details here>

Alle varkens op een stokje! Nou zijn de apen raar! Nu komt de sigaar uit de mouw!

Ik heb wekenlang superveel tijd besteed aan een alternatieve tentamenvorm regelen. Ik begon me al voor te bereiden (met stemoefeningen en alles) voor het ergste geval, komen ze op de valreep met zo’n bericht.

Ach ja, uiteindelijk betekende dit dat ik gewoon lekker thuis achter de laptop drie uur lang een traditioneel tentamen mocht maken. Veel beter dan een mondeling … en veel beter dan wat mijn andere vak had bedacht.

Zie deel 3 voor de rare capriolen van mijn andere vak: Academische Avonturen (Deel 3)

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *