Middelbare Schooldrama

Ik had op mijn middelbare school één uur drama in de week, de hele onderbouw lang. (In de bovenbouw niet meer, maar ik weet niet of dat mijn profielkeuze was, of dat het simpelweg niet meer gegeven werd.)

Enerzijds was dit best leuk. Ik ben altijd geïnteresseerd geweest in theater, vanwege mijn vader die theaterdirecteur is en het feit dat ik zelf kunstenaar ben, dus dat we er elke week een uur mee bezig waren was fijn. Het was voor sommige zelfs de reden dat ze voor deze school hadden gekozen.

Anderzijds was het een drama. (Haha, ik ben hilarisch.) Ik kan me eigenlijk niks herinneren dat ik heb geleerd in al die jaren. Niet een paar tips die me helpen, niet een groter inzicht in het vak van toneelspelen (en schrijven), niet gewoontes en vaardigheden die nu een tweede natuur zijn.

De samenvatting van het vak was eigenlijk:

“Hé, vandaag gaan we het onderwerp X behandelen (bijvoorbeeld improviseren)! Ik weet dat jullie het nooit hebben gedaan, maar we hebben niet zoveel tijd, dus ga maar voor de hele groep staan en je krijgt meteen een cijfer.”

Ik herinner me slechts een paar fragmenten van al die dramalessen.

Bijvoorbeeld, een les waarin de docent een grote vaas (of pot) op de grond had gezet. Iedereen moest in een rij staan en om de beurt naar voren lopen en iets van een scene improviseren met de vaas. Natuurlijk mocht je niet hetzelfde doen als anderen.

Ik was één van de laatste, dus alle makkelijke dingen waren al weg.

  • Hé, wat een leuk cadeau!
  • Hmm, ja, dat is een echte antiek van de zeventiende eeuw, hiervoor geef ik u duizend euro!
  • *drie keer wrijven over de pot* Ik ben de geest van de lamp! U heeft drie wensen!
  • *over toneel sluipen, doen alsof je in een walkie-talkie praat ofzo* Ik heb de buit binnen. De vaas is gestolen. Staat de vluchtauto klaar?

Uiteindelijk heb ik gedaan alsof ik een schatzoeker was.

“Eindelijk heb ik hem gevonden! De tempel van Oekiebedoekie! Maar … hoe kom ik binnen?” *loopt naar voren, zoekt even rond, dan heb ik het! ik draai de pot negentig graden, doe het geluid van verschuivende muren na, en ik was klaar!*

Ik weet nog dat iedereen stuk ging om “Oekiebedoekie”, dus drama heeft me vooral geleerd dat een carrière als cabaretier me makkelijk af zou gaan. (Hoewel het feit dat mijn stem bij elk woord drie keer oversloeg op dat moment misschien ook meespeelde.) Verder leek de helft na mijn stuk nog steeds niet precies te weten wat ik wilde uitbeelden, maar goed.

Maar er is één andere herinnering die me nog steeds nachtmerries geeft. Eentje die dit hele dramagebeuren, en eigenlijk het hele onderwijssysteem, in één klap opsomt.

We waren in groepjes verdeeld en kregen de opdracht een kort stukje (van ~5 minuten) zelf te schrijven en uitvoeren. We hadden zelfs een hele aula waarvan we licht en geluid mochten regelen. Eindelijk een leuke opdracht! Eindelijk gaan we zelf iets bedenken, daadwerkelijk toneelspelen, daadwerkelijk leren hoe dingen werken.

Nou, niks van dat alles. We kregen één keer tijdens de les de kans om eraan te werken, de rest moesten we maar thuis doen, want volgende les wilde ze uitvoeringen!

Maar goed, we waren enthousiast, ik had best een leuke groep, we gingen ervoor. We schreven een leuk stukje, met wat grapjes, met wat spanning. Het was een ontmoeting van een stel cowboys in een café, met een plot twist aan het einde. (Meer details weet ik niet meer, het is tien jaar geleden.)

Wij voerden het stuk op. Het ging goed, iedereen moest lachen, iedereen vond het interessant, we maakten geen enkele fout. Nou, laat maar horen die feedback! Dit wordt een goed cijfer!

Een lange stilte. De docente kijkt ons even aan, schrijft iets op, en spreekt dan eindelijk haar oordeel.

“Jullie krijgen een 4. Een leuk stuk, maar als ik kijk zie ik nog steeds onze tafels, en onze stoelen, en pubers in hun normale kleding. Jullie hebben niks gedaan aan decor, aan inleving.”

Wat bedoelde ze daarmee? Nou, de groep voor ons (vier meiden) had bijvoorbeeld speciaal voor hun stukje allemaal historische jurken gehuurd (of zelf gemaakt). Ze hadden allerlei voorwerpen uit de tijd waarin hun stuk zich afspeelde gekocht en om zich heen gezet. Ze kregen bijna een tien, terwijl ze een waardeloos stuk hadden en niks van drama begrepen.

Er zijn weinig dingen waar ik zó gefrustreerd over ben geweest op de middelbare school, als dat moment. Leerlingen werden beloond voor het uitgeven van geld, voor een belachelijke mate van inzet buiten school, en niks anders. Het werd niet eens verhuld of verzacht.

En ja, wij waren de “poor man’s troupe”. Drie van de vier, inclusief mijzelf, hadden écht geen geld om te besteden aan dit soort dingen. Echt niet. We waren blij als we eten hadden en die “doodnormale kleding” om aan te trekken.

Die andere had de grootste bek van de hele klas en liet de docente even weten wat hij hiervan vond. (Hij was overigens geen verkeerde, hij was gewoon welbespraakt en liet van zich horen als er iets niet klopte. Is later het leger in gegaan, als ik het goed herinner.)

Tja, dat heeft ons punt niet omhoog gehaald :p

Mocht je zelf op school zitten en dit vak krijgen, of misschien zelfs docent zijn van dit vak, hoop ik dat je dit voorbeeld van hoe het niet moet meeneemt.

Als je drie jaar lang drama kan geven, kan je toch veel meer doen? Je kan met de hele klas een stuk voorbereiden. Een écht stuk, professioneel, en uitvoeren rond de zomer. Je kan stemlessen geven, voor duidelijker spreken, maar ook zingen. Je kan lessen geven in houding (sowieso een goed idee) en je lichaam gebruiken. Door het stuk op te voeren, leert men automatisch over lichten, decor, scenewisselingen, hoe je de “magie” van het theater voor de bezoeker in stand houdt.

Je kan de leerlingen een stuk laten opvoeren dat hen daadwerkelijk aanspreekt, zodat ze passie krijgen voor theater én misschien zelfs voelen hoe leuk, spannend, sterk, meelevend het kan zijn. Poeh, onderwijs dat aanspreekt en vaardigheden aanleert, het moet niet gekker worden!

Tot zover mijn anekdote over dramalessen.

 

P.S. In de jaren daarna viel het mij steeds vaker op dat dit een thema is in ons onderwijs. En dat heeft zowel in mijn nadeel gewerkt (zoals het voorbeeld hierboven), als mijn voordeel, omdat ik ook bevriend was met enkele klasgenoten die redelijk wat geld en middelen tot hun beschikking hadden. Zo hebben we een keer met een geweldig en verrassend professioneel filmpje een 10 gescoord voor een project. Maar dat kon alleen omdat mijn vriend een spiegelreflexcamera van meer dan duizend euro had en toevallig fotografie als hobby had.

(Dat is overigens een ander leuk verhaal. Er was een website die een “actie” had. Je kon je registreren met je email, en dan kreeg je voor tien euro, een Bol.com cadeaubon van twintig euro. Zie je de bui al hangen? Die vriend van mij heeft honderd emailadressen op zijn naam staan, elk met een getalletje of lettertje verschil, zodat hij maar voor vijfhonderd euro die camera kon kopen. Hoe dit ooit heeft gewerkt, hoe hij niet eens is opgelicht of wat dan ook, zal mij altijd een raadsel zijn xD)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *