Omdat je nooit weet wanneer je het nodig gaat hebben

Software en het probleem van je best doen

Jaren geleden, toen ik nauwelijks een puber was, wilde ik mezelf leren ontwerpen. Ik vond het leuk om verhalen te schrijven en spellen te bedenken, en ik wilde die graag mooi vormgeven en kunnen printen om aan anderen te geven.

Online kwam ik een softwarestrijd tegen tussen twee giganten. Volgens de helft van de mensen was iets genaamd Quark XPress de “industry standard” en het beste van het beste, volgens anderen was dat hartstikke achterhaald en moest je bij het nieuwere Adobe InDesign zijn.

Ik wilde niet achterhaald zijn. Ik wilde cool zijn en meegaan met de tijd, dus ik ging voor Adobe. Bovendien had mijn school (en later mijn studie) licensies voor vrijwel alle Adobe producten, wat het makkelijk maakte om ze te krijgen en er veel mee om te gaan. Binnen de kortste keren was ik niet alleen bezig met InDesign, maar ook met Adobe Illustrator (voor “vector” ontwerpen), Adobe Flash (2D computerspellen en anmaties), en natuurlijk het welbekende Adobe Photoshop.

Mijn hele leven – althans, mijn creatieve digitale leven – was Adobe.

Eerst was ik daar heel blij mee. De programma’s werkten goed, je kon echt alles doen wat je wilde, het was inderdaad vooruitstrevend en werd regelmatig geüpdatet, niks om over te klagen.

Maar na een tijdje kwamen er haarscheurtjes in deze droom.

Lag het aan mij, of werd de software steeds langzamer? En hadden ze nou wéér alle sneltoetsen en knopjes anders ingedeeld? En waarom hebben ze nou net mijn favoriete feature weggehaald om te vervangen met een zogenaamd “beter” systeem? Ugh, weer een update. Die dingen duren véél te lang om te downloaden en installeren!

Jaar in jaar uit bleven deze programma’s zich updaten. Versie na versie kwam uit, de een nog groter en uitgebreider dan de ander, en ik moest mee updaten. Op een gegeven moment was bijna mijn hele harde schijf gevuld met Adobe programma’s. Regelmatig duurde het vijf minuten voordat een programma is opgestart. En ik heb de afgelopen jaren niet één keer een Adobe programma kunnen gebruiken zonder dat het ergens crashte.

Adobe was de nieuwe Quark XPress. Waar Adobe ooit de logge en verouderde industriestandaard van de troon had gestoten door met iets veel simpelers en frissers te komen, staan ze nu zelf in die positie.

Waar Adobe Flash ooit de grootste leverancier van spellen en animaties was, zijn er inmiddels tientallen betere producten (op alle fronten), die ook nog eens gratis zijn en door vrijwilligers over de hele wereld worden ontwikkelt. Toen ik een tijd geleden – voor veelal nostalgische redenen – Flash nog eens opstartte, kon ik niet geloven hoe ik ooit zo’n log en vervelend programma met plezier had kunnen gebruiken.

(En Adobe Illustrator heb ik gewoon moeten opgeven omdat die op willekeurige momenten crashte. Opnieuw installeren, proberen een oudere versie terug te krijgen, niks werkte meer. Toen ik voor de derde keer een deel van mijn werk kwijt was, vond ik het genoeg geweest.)

De opvolgers hebben zich allang aangedrongen, waaronder het bedrijf waarvan ik nu de programma’s gebruik: Affinity.

Langzaamaan stapt de wereld over naar de Affinity Suite, omdat ze sneller, kleiner, makkelijker en gebruiksvriendelijker zijn. En omdat ze niet crashen en een uur nodig hebben om te updaten.

Maar … de cirkel begint zich alweer te herhalen. Onlangs heeft Affinity zich uitgebreid door een nieuw programma toe te voegen aan hun bundel: Affinity Publisher – je raadt het al, de concurrent van InDesign. Ik volg de updatestroom al geruime tijd en zie dat elke nieuwe update weer groter wordt en langer duurt.

Ik ken dit patroon. Over een paar jaar zijn deze programma’s óók te groot gegroeid voor hun eigen welzijn. Over een paar jaar zitten er nog meer programma’s in deze bundel, zitten er honderden features bij die niemand echt nodig heeft, gaat het programma weer crashen op mijn laptop, en moet ik weer iets nieuws zoeken.

Ik hoop dat ik geen gelijk heb, maar hoe meer ik erover nadenk, hoe meer dit patroon onontkoombaar is.

Technologie is een stijgende lijn. Het blijft almaar verbeteren. Sterker nog, het verbetert almaar sneller. (Denk aan de Wet van Moore: de rekensnelheid ( ~ “aantal transistors in computerchips”) van computers verdubbelt elke twee jaar.)

Als je software maakt, heb je geen andere keus dan constant dingen te blijven toevoegen en almaar te blijven groeien. Anders zeggen mensen hun abbonnement op, of kopen geen updates meer, of kunnen het programma niet meer runnen op hun iets nieuwere systeem.

Maar niks kan eeuwig groeien. Er is een grens, een limiet aan hoeveel features je kunt toevoegen voordat alles gewoon onvindbaar en onbruikbaar wordt, aan hoeveel ruimte je kunt innemen voordat een programma de hele computer vastzet.

Zijn we dan gedoemd dit patroon eeuwig te herhalen? Zal tot het eind der tijden elke tien jaar een nieuwe frisse software start-up opstaan die de verouderde programma’s wegwuift?

Nee, ik denk het niet.

In deze drukke wereld zijn we vergeten dat er nog een tweede optie is: gewoon niet groeien. Ik weet het, dat is niet sexy. Dat is niet goed voor de marketing en voor de aandeelhouders. Maar het is de beste optie voor software.

Er zijn een aantal programma’s die ik al gebruik zo lang ik me kan herinneren. Ze hebben altijd precies gedaan wat ik wilde en ik heb er (bijna) nooit problemen mee gehad. Komt dat doordat ze constant worden geüpdatet en problemen worden gefixt? Komt dat doordat er een groot bedrijf achter zit wat probeert zo succesvol mogelijk te worden?

Nope, meestal zijn het programma’s ontwikkelt door één persoon die gewoon een probleem wilde oplossen. Veel van die programma’s zijn gratis en open source, wat betekent dat de hele code online staat en iedereen dingen kan fiksen of veranderen als ze willen.

Moet er iets geüpdatet omdat Apple weer heeft besloten oudere apparaten niet te ondersteunen? Dan gebeurt dat. Werkt iets niet zoals het hoort te werken? Dan gaan we dat proberen op te lossen. Maar meer gebeurt er niet, want meer is ook niet nodig. (Hoewel ik dus nog enigszins afhankelijk ben van betaalde programma’s, zoals ik hierboven heb uitgelijnd, is bijna 100% van wat ik gebruik gratis en open source. En ik denk dat dat in de toekomst een mooie 100% kan worden.)

Niet alles hoeft eeuwig te groeien. Sommige dingen zijn goed zoals ze zijn.

En dat is de paradox van software en je best doen.

Er zijn (nog) geen reacties.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.