Omdat je nooit weet wanneer je het nodig gaat hebben

Wat tutorials mij leerden over onderwijs

Jaren geleden maakte ik een “tutorial website”: Pandaqi Tutorials. (Deze zal binnenkort verplaatsen naar: Pandaqi Tutorials (nieuw adres))

(Voor wie het niet weet, een tutorial is simpelweg een handleiding of gids om je iets te leren. Een schoolboek is ook een soort tutorial, zij het natuurlijk uitgebreider en formeler dan de meeste.)

Ik wilde graag nieuwe dingen leren en nog liever deze dingen uitleggen aan andere mensen, dus ik werkte hard. Een jaar lang heb ik, zo goed als non-stop, Engelse artikelen geschreven over van alles. Programmeren, tekenen, spellen ontwerpen, muziek, zangtechniek, typografie, schaken, alles wat interessant leek.

De eerste paar tutorials zijn kort en … best wel slecht. Ik maakte ze om te leren hoe het moest, om de website te testen, om een begin te hebben. Maar de laatste paar ben ik nog steeds trots op en worden ook véél bezocht. (Deze kregen ook plaatjes, filmpjes, een quiz aan het einde van elk artikel, etcetera.)

Het probleem

Maar nu ligt de website helemaal stil. Al jarenlang, doodstil.

Waarom? Vond ik het te veel werk? Hou ik niet meer van dingen leren? Of wil ik de kennis niet meer doorgeven?

Nee! Natuurlijk niet! Ik doe nog steeds elke dag allerlei experimentele projectjes. En als je dit blog volgt (of mijn andere) zie je regelmatig (lange) stukken voorbij komen waarin ik tips geef, of mijn ervaringen en geleerde lessen deel.

De belangrijkste reden waarom ik ben gestopt is … omdat ik steeds minder het nut zie van tutorials. In welke vorm dan ook. Geschreven, getekend, video, audio, presentaties, colleges, alles.

Als ik kijk naar wat ik elke dag doe, en de vaardigheden/kennis die daarmee samenhangen, kan ik vrijwel niks terugleiden naar een tutorial. Ik heb in mijn leven echt veel tutorials gevolgd. Ik heb zelfs hele boeken gelezen over dingen zoals typografie en kleurenschema’s! Maar slechts weinig heb ik daarvan onthouden en nog minder heb ik gebruikt.

De dingen die ik wél weet, weet ik uit ervaring. Omdat ik al tientallen spellen heb gemaakt met systeem X, maak ik geen fouten meer bij het volgende spel dat systeem X nodig heeft. Of iets dat daar een beetje op lijkt. Omdat ik een probleem in het echt ben tegengekomen, heb ik moeite gedaan de oplossing te zoeken, en is die vervolgens in mijn geheugen gegrift.

Ik vind het ook niet leuk

Ik heb geprobeerd dit te ontkrachten. (Vooral om mezelf een beter gevoel te geven over waaraan ik tijdens de middelbare school mijn tijd heb besteed.)

Ik heb mijn oude tutorials teruggelezen, maar het is alsof een vreemde het heeft geschreven. Ik heb die boeken erbij gepakt, maar de informatie die erin staat is ofwel gloednieuw, ofwel een vage variant van iets dat ik beter heb geleerd door er zelf mee te klooien.

Ik kan je vertellen dat boeken over design ongelofelijk pretentieus zijn. Ze zeggen nooit iets directs of concreets, geven geen tips of nieuwe ideeën, maar staan vol met zinnen als “een punt geeft balans weer, sereniteit, een stabiel centrum, perfect evenredig in alle richtingen, bla bla” Hartstikke leuk. De volgende keer dat ik een rustige achtergrond nodig heb voor een spel, zet ik gewoon één grote punt neer. Nou goed?

Ook heb ik het afgelopen jaar geprobeerd om nieuwe tutorials te schrijven (en oude af te maken die ik veelbelovend vond of al ver waren). Maar steeds opnieuw merkte ik dat ik wilde opschrijven: “ga gewoon achter je piano zitten en noten indrukken tot het goed klinkt. Bouw daarop verder. Deze vele stukjes over muziektheorie ga je nooit onthouden, begrijpen of intuïtief toepassen, al lees je ze honderd keer.”

Onthoud dat ik al zo lang ik me kan herinneren tutorials volg én zelf schrijf. Ik heb hier echt veel tijd in zitten. Ik dacht, toentertijd, dat deze website mijn toekomst zou zijn. Ik zou de grootste, beste, mooiste, meest educative “tutorial website” op het internet worden! Zo’n passie had ik voor dingen leren en dit opschrijven/doorgeven.

Maar al mijn ervaringen sinds die eerste tutorial wijzen eigenlijk naar het tegenovergestelde.

Waarom werkt het niet?

Natuurlijk kunnen ze nut hebben. Natuurlijk zal her en der iets staan wat je inspireert, of een nieuw inzicht geeft, of iets vertelt dat je anders nooit zelf had bedacht. Maar het is slechts 1%. Hoogstens.

De rest is zinloos. En wel om drie redenen:

  • Je vergeet het. Omdat het een berg informatie is, die van buitenaf op je wordt afgevuurd, raak je het meeste meteen weer kwijt. Je kan het zo vaak tot je nemen als je wilt, maar het helpt weinig. Er zijn simpelweg limieten aan ons geheugen. En ons geheugen is niet gemaakt om kennis op deze manier binnen te krijgen.
    • Ik heb al vaker geschreven over “passieve media” en “actieve media”. Video’s kijken is bijvoorbeeld passief, want jij bent niks aan het doen. Lezen is actiever, want je moet het zelf doen (en focussen). Een interactief systeem, zoals een spel, is helemaal actief. Zoals je wel kunt raden: hoe passiever de media, hoe kleiner de kans dat je iets meekrijgt.
  • De “golden nuggets” zitten verborgen in deze berg informatie. Zelfs als ik extreem compact schrijf, zoals bij mijn latere tutorials, moet je nog steeds door vele zinnen spitten om een concrete tip of uitleg te krijgen. De “signal to noise”-ratio is erg laag als je informatie zo direct wil communiceren, hoe hard je ook je best doet.
  • Je bouwt geen ervaring of intuïtie op over de kennis. Zodoende weet je dus niet waarom iets is zoals het is, of waarom een tip goed is, en je zal het niet kunnen toepassen (of in de verkeerde situaties toepassen). Bovendien kan je geen (diepe) connecties maken met eerdere kennis, wat vooral erg belangrijk is voor creatieve dingen.
    • Ook hierover heb ik vaker geschreven. Het idee van “diepe kennis”. Het verschil tussen een kok en een meesterchef, is het feit dat de eerste vaste recepten goed kan uitvoeren, maar de tweede begrijpt hoe ze werken en daardoor kan improviseren en verbeteren. Een kok verandert niet in een meesterchef door een uur lang de “secret tricks” van die ander te lezen in een boek.

Een bijkomend nadeel is ook dat het een (vals) idee van productiviteit geeft. Ik kon vroeger 1 à 2 uur tutorials volgen (op YouTube, of uit een boek) en dan het idee hebben: “yes, productief geweest, lekker bezig! Ik ga de rest van de dag iets ontspannends doen”

Het gevolg? Een maand later had ik een paar hele tutorialreeksen afgewerkt, en ik had niks om te laten zien, ik had niks zelf geprobeerd of gemaakt, en 99% van de informatie was dus weer uit mijn hoofd.

Een grappig voorbeeld is de code voor het besturen van een autootje (in een spel) in 2D. Al jaaaaren geleden kwam ik een tutorial daarover tegen. Die heb ik opgeslagen. Sindsdien heb ik die keer op keer teruggekeken, of nieuwe tutorials opgezocht met andere methodes, telkens met het idee “dit is nuttige informatie, dit moet ik weten, ik ga sowieso een spel maken waarin je auto’s bestuurt!” Geloof me, deze stukjes code achtervolgen me al meer dan vijf jaar.

Wat denk je? Never happened. Ik heb één spelidee liggen waarvoor ik het kan gebruiken. En als ik die ga maken? Tja, dan vogel ik het ter plekke uit op basis van mijn ervaring, want die code uit de tutorials ben ik dus compleet vergeten en kan ik weinig mee.

Maar al die tijd had ik het gevoel alsof ik lekker bezig was en ergens heen ging.

Waarom blijven mensen dit toch doen?

Nou, vanwege de vorige zin. Het gevoel van productiviteit, van progressie, van “zekerheid” over je leerproces.

Dat is ook, in mijn ogen, de reden waarom zoveel mensen strak vasthouden aan het idee dat je een studie/cursus moet doen om iets te leren. Het geeft een veilig gevoel van “ik sta ingeschreven voor die studie, ik kom soms opdagen, ik lees wat uit boeken — yes, lekker productief bezig!” En dan ben je klaar … en was je helemáál niet zo lekker bezig.

Dit meen ik eigenlijk serieuzer dan het nu lijkt. De hoeveelheid leeftijdsgenoten die na de studie in een halve depressie zijn gestort is véél te hoog. Allemaal omdat ze erachter kwamen dat ze eigenlijk niks hebben geleerd, niet weten wat ze willen, maar nu wel op een leeftijd zijn dat er wordt “verwacht” dat ze geld verdienen en iets kunnen.

Al helemáál bijzonder is de hoeveelheid mensen die hun studie de credits geven voor dingen die ze zelf hebben gedaan! Afgestudeerden die écht goed zijn in wat ze doen, denken vaak dat het kwam door hun opleiding. Die was van “hoge kwaliteit”, en had “uitdagende opdrachten”, en had “de beste boeken” (van honderden euro’s).

Maar als je goed kijkt, zie je dat de opleiding niets anders deed dan zeggen “ga een project maken”, “ga dit uitzoeken”, of “maak een model hiervoor”. Dat is het. Die opdrachten zelf, dat spelen met de kennis en zelf ervaring opbouwen, hebben ze helemaal zelf gedaan! En meestal, vanwege hun interesse en passie voor het vak, deden deze studenten extra moeite en veel méér dan werd gevraagd.

Oftewel, ik ben inmiddels van mening dat “tutorials” niets meer zijn dan een soort snoepje om mensen het idee van productiviteit te geven, om ze iets te laten doen. Een vervanging voor die wispelturige “motivatie” die nooit komt opdagen wanneer je wilt.

Maar als mensen zouden leren om gedisciplineerd te zijn en de motivatie uit zichzelf te halen, zouden al die dingen niet meer nodig zijn.

Maar motivatie is niet te vertrouwen

Inderdaad! En dit is het onvermijdelijke moment in het artikel waarin ik spellen erbij ga betrekken, zowel bordspellen als computerspellen.

De eerste reden waarom ik hierover begin is simpel: spellen zijn gemaakt om leuk te zijn. En leuke dingen willen mensen best doen. Dus dat motivatieprobleem kan je oplossen door de informatie in de vorm van spelletjes te steken.

Ik weet zeker dat de meeste mensen echt niet zitten te wachten op het lezen van een boek, of het bekijken van een anderhalf uur durende video(college). En als je er al geen zin in hebt, gaat de informatie zeker niet binnen komen, en ga je er zeker niet zelf over nadenken of mee spelen.

Maar een leuk spelletje dat dezelfde informatie communiceert? Let’s go!

Zó makkelijk is het natuurlijk niet.

Ik heb inmiddels tientallen spellen afgemaakt en online gezet, elke keer net wat groter en professioneler dan de vorige. De rode draad bij alle spellen, echter, is natuurlijk het feit dat ze moeten worden uitgelegd.

Zelfs het simpelste spel moet iets communiceren naar de speler. Anders weet diegene niet wat het doel is, of hoeveel punten ze hebben, of op welke knopjes ze moeten drukken, of welke acties ze mogen doen.

Daardoor heb ik erg veel nagedacht over “tutorials” en van alles geprobeerd. Want ja, als deze dingen nauwelijks werken, dan wil ik manieren vinden om ze te omzeilen.

Mijn conclusie? Een goede tutorial maken is misschien nog moeilijker dan het spel zelf ontwikkelen.

Er zijn veel (grote) ontwikkelaars die zeggen dat een tutorial een grote belediging is voor de intelligentie van een speler. In plaats daarvan moet je het spel zo ontwerpen dat de speler automatisch de juiste dingen leert, zonder dat jij het doodleuk uitlegt (met tekst en plaatjes overal). En dat is een goed idee! Daar sta ik 100% achter!

Maar voor dit artikel zie ik dit óók als een vorm van “tutorial”, want je communiceert informatie. Daarnaast werkt het alleen voor specifieke spelsoorten. Puzzels zijn perfect, want “puzzelen” is het hele idee. Een multiplayerspel, daarentegen, is niet leuk als de helft van de spelers de regels al wel weet, en de andere helft niet.

Elke keer als ik dacht dat het niet simpeler kon … was dat niet waar. Elke keer als ik dacht dat iets overduidelijk was … werd die aanname bij de eerste test al weggeblazen. Elke keer als ik probeerde om levels in de juiste volgorde te zetten, moest ik mijn hersens dagenlang op dit probleem laten kraken.

Er zijn meerdere grote bordspelkanalen op YouTube, met reviews, speelsessies, regelsuitleg, en meer. (Denk aan Shut Up & Sit Down, Actualol, No Pun Included, etc.) Deze mensen zijn de hele dag bezig met bordspellen. Ze spelen er ongelofelijk veel. Ze lezen spelregels omdat ze het leuk vinden.

En wat denk je? Zeer regelmatig maken ze fouten, soms zelfs grote fouten, soms zelfs in relatief simpele spellen.

Waarom? Omdat meerdere pagina’s aan tekst ( = spelregels) gewoon heel moeilijk is, voor ons nederige mensen, om te onthouden en echt begrijpen. Dan kan je nog zóveel weten van spellen, dan kunnen er nog zóveel mensen hard hebben gewerkt aan de beste mogelijke spelregelboekjes — er worden constant fouten gemaakt. Zoals ik altijd zeg: doe geen moeite om de regels te onthouden, je zal ze pas echt kennen als je een paar potjes van het spel hebt gespeeld.

Het gouden tutorialtrio

Mijn laatste spelproject (op moment van schrijven) is de grootste tot nog toe, met de meeste unieke onderdelen en mogelijkheden in elk level. De campagne bestaat uit 50+ levels, waarbij je elk level 1 of 2 nieuwe dingen leert.

(Het heet Company of the Tackling Tourists. Ik heb werkelijk geen idee wanneer het verschijnt, want het spel heeft natuurlijk een vakantiethema, dus ik moet ergens een goede spot rondom vakanties vinden.)

Aan het einde heb je dus 50-100 stukjes informatie die je moet kennen en begrijpen, anders loop je snel vast (en sta je snel achter).

En toch, na vele testsessies, is er helemaal niemand die iets niet begreep of klaagde over te veel/moeilijke informatie.

Zelf ben ik ook zeer tevreden over deze manier van tutorials maken, wat dus het resultaat is van jarenlang experimenteren.

Waar ik niet tevreden over ben is het spel zelf, want ik denk dat er een grote slag te slaan valt om het simpeler en gestroomlijnder te maken. Ook had deze tutorial nog scherper gekund, achteraf gezien, maar dat is een heel ander verhaal en had betekend dat ik het hele spel moest omgooien. Je kent me: ik ben perfectionistisch en heb al een plan liggen voor de sequel.

Hoe komt dit? Nou, door het gouden tutorialtrio. (Hieronder leg ik ze iets verder uit én breng het geheel weer terug naar onderwijs in het algemeen.)

  1. Geef informatie in de kleinst mogelijke hapjes. Je denkt dat het niet kleiner kan? Jawel. Gooi desnoods je hele spel ondersteboven. Ontwerp nieuwe icoontjes. Zo lang alles maar in de kleinst mogelijke stukjes wordt gepresenteerd.
    • Dit betekent ook dat je nooit meer dan één “idee” of “concept” moet uitleggen. Dus niet “hier is een nieuwe regel, oh ja hier is een compleet andere ongerelateerde regel”. Nee, verander dan de structuur zodat je soortgelijke regels samen kan uitleggen.
  2. Maak het interactief, meteen, helemaal. Vroeger liet ik een plaatje zien met daarop “dit knopje doet A, dit knopje doet B, …, succes!” Hopeloos, natuurlijk. Als je spelers een knopje leert, laat ze die dan meteen indrukken en gebruiken. Als je spelers een nieuw ding leert, zorg dat ze dat zo snel mogelijk oppakken (en écht nodig hebben). En ja, zelfs een vertraging van 5 seconden is eigenlijk te veel.
    • Dit betekent ook dat je over werkelijk alles feedback moet geven. Als je in dit spel iets probeert te doen, maar het mag niet, zegt het spel altijd waarom het niet mag. Zodoende is het vaak gebeurd dat mensen zo waren van “ooh, ah, wat deed dat ding ook alweer?” … en toen reden ze erop af, probeerden iets, en hadden twee seconden later hun antwoord.
  3. Gebruik alle mogelijke media. Niet alleen dingen uitleggen met tekst, of juist alleen met plaatjes/symbolen. Combineer alles om de kans te verhogen dat iets meteen klikt bij de speler.
    • En hier heb je dus die hiërarchie van effectiviteit. Een stukje tekst is mwah. Een plaatje is iets beter. Een animatie/bewegend beeld is nog beter. Voeg een uniek geluid toe (voor deze regel/deze situatie) en je zit gebakken.

Hieronder zie je hoe dit is toegepast.

Als het level opent, zie je deze “kaarten” op het scherm: dit is de achterkant.

Klik op een knopje om de volgende kaart te onthullen: hij draait om en onthult de voorkant, waarop het stukje informatie staat.

En als alles is onthuld? Dan begint het level.

In dit spel heb ik dus het volgende gedaan:

  1. Alle informatie wordt gepresenteerd met “kaarten”. Aan het begin van een nieuw level zie je 1-3 kaarten. Als je op een knopje drukt, draait de eerste kaart om. Je hebt hem bekeken? Druk op het knopje voor de volgende kaart. Enzovoort. Als alle kaarten zijn bekeken, begint het spel. Op zo’n kaart staat nóóit meer dan één stukje informatie, het liefst in één korte zin.
  2. Als spelers een knopje leren, krijgen ze gewoon een tekstwolkje boven hun hoofd met “druk op dit”. Ze beginnen meteen met spelen en kunnen hem meteen gebruiken. Bovendien zorg ik ervoor (in de code) dat elk nieuw onderdeel gegarandeerd (veel) voorkomt in het level en gebruikt moet worden.
  3. Zo’n “kaart” is geweldig hiervoor. Ik kan er namelijk een plaatje opzetten, een titel, en één zin aan tekst. (Bij volgende spellen, als ik daarvoor de tijd heb, kan ik ze hierdoor ook individueel animeren en geluidseffecten geven. Dan heb je écht alle media!) Als de zin niet duidelijk is, leert men het wel via het plaatje. Of andersom.

Het is veel werk. Elke keer als ik iets nieuws inbouwde, was ik net zo lang (zo niet langer) bezig met de tutorialplaatjes maken, bedenken wat de perfecte volgorde is, en dat allemaal simpel presenteren. Maar het werkt. Zelfs de meest ingewikkelde spellen, zelfs de grootste bergen informatie, worden op deze manier behapbaar en onthoudbaar.

Nu ik dit weet, zie ik mezelf nooit meer teruggaan. Geschreven tutorials zijn gewoon niet goed genoeg. Lange filmpjes die iets uitleggen zijn maar matig.

Een interactief spel, met zo’n perfecte tutorial als hierboven (hoewel “perfect” natuurlijk niet bestaat), is veruit de beste manier om iets aan te leren en informatie te communiceren.

Maar de belangrijkste reden daarvoor is dus dat het interactief is en de speler voor 99% het spel aan zichzelf leert. Iets dat je ook kunt zonder spel. Door, weet je wel, gewoon dingen te gaan doen en te experimenteren in het echte leven.

Wat leren we hiervan?

Ik heb lang getwijfeld of ik dit artikel wel moest schrijven. Want ik twijfel dus ten zeerste aan het nut hiervan. Elke keer als ik nu iets wil uitleggen aan mensen, als ik iets aan anderen wil leren, merk ik constant mijn uitspraak: “je moet het gewoon zelf gaan doen, ik kan dit niet uitleggen, dat heeft geen zin.”

Voor wie tot hier is gekomen, geldt hetzelfde. Misschien waren stukjes uit dit artikel nuttig en inspirerend en leerzaam. Maar als je niet zelf meteen hiermee aan de slag gaat, ben je de inhoud morgen vergeten. Als je niet zelf bijvoorbeeld een lesboek maakt volgens deze principes, zal je niet écht begrijpen waarom ze werken en hoe je ze kunt toepassen (en zelfs verbeteren, want alles kan beter).

Als je bijvoorbeeld spellen maakt, en je leest dit, zou je kunnen besluiten om deze principes meteen in je spel toe te passen. Je neemt mijn invulling direct over. Je doet precies de dingen die ik heb gedaan. En het resultaat … zal waarschijnlijk niet al te best zijn. Dit werkt niet voor alle spellen. Er zullen kleine aanpassingen nodig zijn. En zelfs dan, om dit uit te voeren, moet je eigenlijk ook al behoorlijke kennis hebben van programmeren, ontwerpen, psychologie van spelers, het genre waarin je werkt, etcetera. Dingen die ik niet in een paar paragrafen in je hoofd kan stampen.

Maar, Tiamo, dit artikel ging over het onderwijs toch? Sorry, ik laat me altijd een beetje gaan. Ik ben al zó lang bezig met dingen leren (en doceren) en de beste manieren zoeken om dat te doen. Mede omdat het onderwijssysteem dus ineffectief is.

Want wat hebben we geleerd? Het huidige onderwijssysteem bereikt niks omdat het gebaseerd is op methodes die niks bereiken. Schoolboeken lezen, in de klas zitten en luisteren, educatieve filmpjes volgen — allemaal “tutorials” van de hoogste passieve orde.

Een stap in de goede richting zou zijn om het gouden tutorialtrio aan te houden. Aan het begin van elke les geef je één nieuw stukje informatie. Deze geef je door middel van zoveel mogelijk media. De rest van de les mogen kinderen daarmee spelen. Dat kan via een heus spel of project, maar ook met kleine korte spelletjes, of gewoon door ze vragen te laten stellen en een beetje te laten aanmodderen.

Het belangrijke is dat ze het zelf doen, dat ze het leuk vinden en er zelf een passie voor opbouwen, dat ze begrijpen dat over lange tijd hier iets goeds uitkomt. (Zelfs als dit betekent dat de helft van de kinderen totaal niet doet wat jij of je curriculum wilt.)

Want als je meer informatie geeft, wordt het overweldigend. Als je maar één (passieve) manier gebruikt, komt het niet binnen. En als je het niet interactief maakt en je studenten dingen laat doen en ervaring opbouwen, gaan ze nooit diepe kennis opbouwen en iets écht begrijpen.

De kok versus de meesterchef.

En ja, de kans is klein dat ik ooit nog een “tutorial” schrijf :p Beetje jammer van die hele website, het mooie ontwerp, de cursussen die er wel opstaan. Maar ik kan het gewoon niet goedpraten. (Mocht je hopen dat Pandaqi Tutorials werd geüpdatet, zijn hiermee waarschijnlijk al je vragen beantwoord … in negatieve zin.)

Vooralsnog probeer ik de uitleg in mijn spellen te perfectioneren. En misschien leidt dat ooit tot spellen van de educatieve variant, want die wil ik wel graag maken. Dan kan ik laten zien wat ik bedoel, mijn kritiek een praktische wending geven, en daadwerkelijk de tools maken die docenten kunnen gebruiken.

Het is gewoon belachelijk dat de gemiddelde spelmaker véél meer aandacht en expertise legt in een simpel spelletje aanleren, dan men in het hele onderwijssysteem heeft gelegd dat je minstens 18 jaar lang gevangen houdt.

En daarom blijf ik dit soort artikelen wél schrijven.

Er zijn (nog) geen reacties.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.