Omdat je nooit weet wanneer je het nodig gaat hebben

Als iedereen het zou doen

Wij hebben thuis een kaasprobleem.

Zoals iedereen weet, kost kaasschaven moeite. Sommige mensen hebben geen zin om die moeite te doen, dus in plaats van dat ze netjes complete, rechte plakjes afsnijden, beginnen ze een stukje van de rand en snijden dan kleine plakjes af.

Het gevolg? Over tijd wordt de kaas een skatebaan. Met randen die zo hoog zijn dat je er nauwelijks meer iets vanaf krijgt, ondanks het feit dat het kaasblok verre van op is.

Dus wat doen mensen? Ze bestempelen de kaas als “op”, want ze zijn te lui en zelfzuchtig om moeite te doen, pakken een nieuwe, en laten de oude voor eeuwig liggen. (Het alternatief is dat met een scherp mes die randen eraf worden gesneden en in één keer opgegeten … wat erop neer komt dat iemand vaak in twee happen een paar euro aan kaas naar binnen werkt.)

Ja, dit is een probleem. Want elke keer als ik kaas wil eten, liggen er minstens twee of drie van die verlepte skatebanen in de bak.

Dus dan heb je een keuze:

  • Je gaat mee met de luie meerderheid. Je laat het lekker liggen en begint aan een nieuw blok kaas. (En je doet geen moeite om de kaas recht af te snijden en heel te houden.)
  • Je hebt principes en gaat een kwartier lang de situatie repareren, totdat je één boterham vol met harde blokjes kaas hebt die nauwelijks meer ergens naar smaakt, en eventueel in je eigen vingers hebt gesneden. Maar ja, de boel is wel opgeruimd en nu kan je met een gerust hart een nieuw blok pakken.

Als je dit blog een beetje volgt, weet je dat ik nogal tegen luiheid en zelfzuchtigheid ben, dus optie 1 valt eigenlijk automatisch af.

Natuurlijk, de meeste mensen zullen dezelfde mening hebben als ik. Weinigen roepen “luiheid is goed!” en “egoïsme is geweldig!”. Maar … vervolgens kiezen ze alsnog optie 1, met algemene smoesjes als “ja maar als de rest het doet, doe ik het ook gewoon” of “heel leuk die principes, maar het kost mij nu allemaal tijd en moeite om andermans rotzooi op te ruimen, en zo leren ze het nooit!”

Die eerste zin is natuurlijk onzin. Maar die tweede is interessant.

Want inderdaad, omdat ik (of mijn moeder) regelmatig de kaassituatie redt, heeft de rest geen enkele reden om te stoppen met hun luie gewoontes. Zij zien — op magische wijze — de bak steeds opgeruimd worden! En mooie, nieuwe, hele blokken kaas verschijnen! Dus zo erg zal het niet zijn en ze gaan lekker door met rotzooi maken en lui zijn.

Als je lang genoeg tegen zulke problemen aanloopt, zal je jammer genoeg moeten concluderen: sommige mensen veranderen nooit en ik heb daar geen controle over.

Ik heb geen enkele “macht” over het gedrag van mijn ouders of gezinsleden. Ik kan niet zeggen “oké, als je zo doet, mag je voortaan geen kaas meer eten!” of “er wordt geen kaas meer gekocht!” of “ik regel mijn eigen kaas en daar moet de rest van afblijven” Want die macht heb ik helemaal niet.

En als ze na honderden boze boodschappen van mij nog steeds niks veranderen, zal dat nooit gebeuren. Dus in dat geval is de enige oplossing eigenlijk om het te negeren en zo snel mogelijk bij die mensen weg te gaan.

(Dat klinkt natuurlijk compleet overdreven voor zo’n stom “kaasprobleem”, maar het zal je niet verbazen dat ik dit gebruik als simpel voorbeeld voor honderden soortgelijke problemen die vaak veel groter zijn.)

Maar … een kleine tussenweg heb ik nog wel weten te vinden. Ik sta eigenlijk achter elk principe die perfect werkt als iedereen hetzelfde zou doen. Ik zal het uitleggen. Neem de volgende regel:

Ik moet eerst één blok kaas opmaken, als die er is, voordat ik een nieuwe mag pakken.

Simpel. (Belachelijk dat ik hier nu een artikel over schrijf eigenlijk, maar goed.)

Als iedereen deze regel zou hanteren, zouden er nooit zo-goed-als-opgemaakte blokken overblijven.

Het probleem zou geheel opgelost zijn, als iedereen hetzelfde simpele principe hanteert. Dat noem ik een behoorlijk gelijkwaardig en evenredig verdeeld principe.

Maar de focus ligt ook op het woordje “één”. Ik ga niet meer doen dan dat. Als ik één blok heb opgemaakt, sta ik mezelf toe de rest te laten liggen en een nieuwe te pakken. Hierdoor verspil ik geen extra tijd noch ruim ik rommel van anderen op (en moedig hen daarmee aan nooit hun gedrag te veranderen).

Wat is je punt, Tiamo? Ten eerste ben ik gewoon gefrustreerd over dat ik elke dag, als ik iets wil eten, eerst een kwartier lang die kaassituatie moet repareren.

(En, zoals je al verwacht, moet ik ook drie pakken yoghurt uitknijpen als ik een bakje half wil vullen, een pot pindakaas leegmaken op een cracker ofzo, vier kontjes uit drie lege broodzakken vissen uit de broodtrommel, en die ene bruine banaan pakken die niemand anders wil. Het is zover dat ik gewoon niet eens meer zin heb om eten te halen voor mezelf.)

Maar ten tweede kan je deze regel natuurlijk algemeen toepassen. Een principe is goed en eerlijk als geldt: “Als iedereen precies datzelfde principe zou hanteren, zou het probleem meteen opgelost zijn” Het zorgt ervoor dat je niet te veel doet of te veel last op je draagt, maar ook dat je niet meegaat met de luie massa en het probleem maar voort laat bestaan.

En dat kun je dus overal toepassen. Hoewel het vooral geldt voor situaties met gedeelde eigenschappen (gedeeld voedsel, gedeelde ruimte, gedeelde werklast, etc.) waarbij mensen gaan bepaalde dwang/macht hebben.

Ja, ja, ik weet het, het geldt niet altijd. Je hebt het risico van “te veel werk doen”. Want een principe als “elke keer als je een blok kaas opmaakt, moet je direct twee nieuwe kopen in de supermarkt” werkt ook … maar is natuurlijk complete overkill.

Ook kan je heel technisch zijn over wanneer een probleem is “opgelost”. Ik bedoel, als iedereen elkaar uitmoord eindig je ook “world hunger“, maar dat zou ik niet als een acceptabele oplossing zien.

Ugh, ik wilde gewoon een kort artikel schrijven over dit idee en mijn frustratie met luiheid, ben ik weer helemaal technisch aan het worden …

Er zijn (nog) geen reacties.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *