Omdat je nooit weet wanneer je het nodig gaat hebben

Boekrecensie: Vals (Mel Wallis de Vries)

In mijn onderzoek getiteld “waarom is Mel Wallis de Vries in hemelsnaam zo populair” en “wat kan ik daarvan leren”, was dit het tweede boek. De eerste was Wild. Ik was er niet zo positief over, maar we geven haar nog een paar kansen.

Wat vind ik van “Vals”? Het is grotendeels exact hetzelfde boek, maar op sommige manieren nét iets beter, en op andere juist weer slechter. Dus ik geef het opnieuw 5 uit 10 sterren.

★★★★★☆☆☆☆☆

Het plot zelf is grotendeels best spannend en goed opgezet, maar alles eromheen zakt door het ijs: karakters die niet kloppen, een slechte onthulling, en vooral veel trucjes om te doen alsof er iets spannends gebeurt.

Wat is het idee?

Een groep vriendinnen gaat op vakantie naar de Ardennen. Afgelegen van de bewoonde wereld, geen bereik, en een sneeuwstorm rukt op. Spanningen lopen al snel op. En dan verdwijnt één van de meiden …

Wat vond ik goed?

Zoals altijd leest het boek makkelijk weg. De zinnen zijn kort en duidelijk. Het plot is zeer makkelijk te volgen. Er wordt niet al te lang stilgestaan bij dingen, waardoor het boek ook kort blijft.

Voor het grootste deel is het plot ook spannend opgezet. Constant gebeuren er kleine dingen die net weer spanning oproepen of het mysterie vooruit brengen.

Maar daarmee zijn alle pluspunten wel zo’n beetje genoemd.

Wat vond ik minder goed?

Repetitief

Dit boek is haast een perfecte kopie van hoe Wild begon en werd opgezet. Groep “vriendinnen” die allemaal veel te rijk zijn blijkbaar, maar tegelijkertijd een fucking hekel hebben aan elkaar, gaan op vakantie op een verre en verlaten plek (zonder enige supervisie of communicatie) zonder bereik.

Zelfs de kleinste onderdelen zijn hetzelfde: alles draait weer om vreemdgaan, en het vriendje van de hoofdpersone, die ze leerde kennen op een (saaie) werkborrel.

Tientallen keren moet de zin “ze dacht te worden gevolgd” of “ze werd bang van het idee dat er nu iemand vanuit de bosjes naar haar keek” worden gezegd. Na de eerste twee keer weet je als lezer ook wel dat dit alleen maar in het boek staat om het idee van spanning op te wekken. Er komt geen gevolg. Er zit verder niks achter.

Allemaal exact hetzelfde!

Onder de “spoilergrens” zeg ik hier nog ietsje meer over, inclusief mijn kritiek op het einde.

Het “stel je niet zo aan”-patroon

Net als in haar andere boek is er een belangrijk personage dat overal op reageert met “wat een onzin” en “stel je niet zo aan”. Zelfs als er hele rare dingen gebeuren. En iemand gewoon hele simpele logische vragen stelt.

(“Hmm, een van onze vriendinnen is ineens weggelopen met een jongen die ze net heeft ontmoet. Terwijl ze hartstikke preuts is, nog nooit een relatie heeft gehad, altijd netjes en correct. Maar ze stuurde een SMSje waarvan we besloten het tijdstip niet te checken, dus alles is prima!”)

Maar dit personage blijft tot het einde in het boek, slurpt alle dialoog op met dezelfde stomme antwoorden op alles.

Het is niet leuk om te lezen. Het is niet realistisch. Het is repetitief.

Karakters

Deze meiden zijn geen vriendinnen, niet in de verste verte. Ze hebben elkaar letterlijk niks te vertellen. Er is geen eigenschap die ze in elkaar waarderen (of überhaupt tolereren). Ik heb geen enkele reden om te denken dat ze in het echt vriendinnen zouden kunnen zijn.

Individueel is er ook niet veel te zoeken achter de karakters. Hier en daar krijgen ze achtergrond, maar het gebeurt zo weinig, dat je weet: oh, dit ene feitje is onderdeel van de “onthulling” aan het einde, dat is de enige reden dat ze dit zegt.

Dialoog (en gedachten)

Weer héél letterlijke dialoog/schrijfstijl soms. Dit is een gesprek dat ik gisteravond las:

  • “Waarom was je boven?”
  • “Oh nee hoor, ik was in de kelder.”
  • “Hm. Dat vind ik gek. Ik dacht dat ik iemand op de trap hoorde lopen.”

Welke tiener zegt zoiets!? “Hm. Dat vind ik gek zeg, goh, wat frappant, laat me nu precies uitleggen wat ik zo abnormaal vind.”

Daarnaast vind de schrijfster het leuk om iemand te laten stotteren. (“H-Help me”) Het is functioneel, maar wordt een beetje vervelend als het zoveel wordt gebruikt (in al haar boeken die ik tot nog toe las).

Raar idee van jongeren (en jongens)

Jongeren worden neergezet als wezens die de hele dag zwaar drinken en roken, wat niet realistisch is en je simpelweg niet volhoudt.

Ja, rond die leeftijd is het vaak “stoer” om (veel) te drinken, en denkt men dat dit overal bij nodig is.

En ja, er zijn mensen die dat maar stom vinden en daarom “saai” of “nerds” worden genoemd.

Maar verhalen als deze nemen dit naar enorme extremen, waardoor ik slechts mijn ogen rol als elk personage als eerste zin in een gesprek een peuk of wodka aanbiedt.

(“Hé vreemdeling, wat doe jij op deze verlaten plek?” “Wie wil er een peuk?!” “Oh, eh, ja, doe maar, nu vertrouw ik je en is het gezellig.”)

Op diezelfde manier vind ik dat alle jongens in haar verhalen erg negatief en raar worden neergezet. Ze zijn blijkbaar allemaal uit op seks de hele tijd of veranderen uit het niets in psychopaten.

Misschien ligt het aan mij, maar ik heb niet het idee dat het een realistisch beeld is, noch eentje die voor een interessant verhaal zorgt :p

Tijdelijkheid

Het boek bevat redelijk wat tijdelijke referenties. Dit boek is niet zo heel oud (uit 2010) en is toen met een moderne blik geschreven, maar toch voelt het heel gedateerd, omdat het regelmatig verwijst naar dingen die toen misschien populair waren maar nu allang niet meer.

Dit is een keuze, het is niet erg, maar ik zou er zelf nooit voor kiezen.

Kunst moet tijdloos zijn, want al het andere is al tijdelijk: nieuws, blogs, vlogs, gesprekken, etcetera. Al die dingen gaan altijd over het nu en wat er nu gebeurt. Ik heb blogs geschreven een jaar geleden die nu al compleet hun relevantie zijn verloren. Het lijkt me juist verstandig om boeken en films als enige niet aan het nu te verbinden. Tja, slechts mijn mening.

Conclusie

Net zoals bij Wild heb je het hele boek het idee dat er iets aan zit te komen. Het idee dat er een slim geheim schuilt achter de rare gebeurtenissen, het idee dat elk moment iets spannends komt. Korte hoofdstukken, constant cliffhangers.

Ja, dat maakt het spannend, een thriller, iets waarvan je best even het volgende hoofdstuk wilt lezen.

Maar het is niet zo. Het hele boek is een opbouw vol trucjes en valse voorwendselen naar een teleurstellend einde. Ik kon na de eerste paar hoofdstukken al voorspellen wie het had gedaan, en ongeveer waarom en hoe.

Dat komt niet omdat ik slim ben, dat komt omdat het boek matig is.

Ik begrijp dat het voor jongere leeftijden is. En ik begrijp dat dan vooral de spanning en het makkelijke lezen van belang zijn. Maar ik weet ook dat voor diezelfde leeftijden véél betere thrillers bestaan.

En nee, ik ga de film niet kijken, zeker niet nu ik de recensies daarvan heb gelezen :p

Spoilergrens!

Dit stuk bevat zowel spoilers voor “Vals” als het boek “Wild”! Je bent gewaarschuwd!

Ik vond “Wild” een beter boek qua consequenties. Daar sterft daadwerkelijk iemand. Acties hebben gevolgen.

Ik vond “Vals” een beter boek qua plot. Het maakt net iets beter en creatiever gebruik van de setting, van dingen die mis kunnen gaan, van broodkruimels om te vinden.

Fake conflict

Maar allebei stonden ze dus bomvol “fake conflict”. Bijvoorbeeld, in beide boeken raken meerdere keren personages gewond. Ze vallen, ze struikelen, ze stoten hun hoofd.

Is dit belangrijk? In “Wild” soms wel: daar moet iemand achterblijven omdat diegene niet mee kan lopen.

In “Vals” niet.

Pippa valt laat in het boek van de trap. Het boek wil je laten geloven dat ze bewusteloos is of zwaargewond, maar er is niks aan de hand, en haar reden om te “doen alsof haar ze haar enkel heeft verzwikt” is omslachtig.

Abby stoot haar hoofd, wat een gigantische wond oplevert … en vooral zinnetjes dat ze nog steeds hoofdpijn heeft in alle hoofdstukken daarna. Daadwerkelijke gevolgen heeft het niet.

Hierbij moet je dus al die vage zinnen optellen zoals “ik had het nare gevoel dat iemand me van achteren bekeek” of “ik dacht iets op de overloop te horen”.

Keer op keer horen ze een harde klap, maar blijkt het twee seconden later een luik ergens. Of ze horen voetstappen op het dak: het blijkt sneeuw. Want dat klinkt écht als voetstappen. (Als je dit al doet, houdt er dan iets van tijd tussen. Niet de zin daarna de lezer laten weten dat er dus niks aan de hand was.)

En je krijgt een boek waarin vrijwel alles dat wordt benoemd niet echt gebeurd of geen consequenties heeft. Maar elk hoofdstuk eindigt wel met een cliffhanger of iets van actie, dus dat is iets.

Einde

En dan het einde. Casper, de vriend van Abby, was blijkbaar naar het huisje gekomen. Daar zag hij zijn vriendin zoenen met een andere jongen, waarna ze “nee” zei en toch weer stopte. Zelf bleek hij stiekem allang vreemd te gaan met Pippa (iets dat je nooit had kunnen weten).

Blijkbaar was dat genoeg voor hem om hélemaal gek te worden. Hij mishandelt en kidnapt de vriendinnen van Abby — die hier geen ene fuck mee te maken hebben — en vermoord daarna bijna Pippa en Abby.

Ten eerste: dit wist ik al. Het was letterlijk het enige personage dat over was, de enige met duidelijk motief, de enige die de locatie van het huisje zou weten, etcetera.

Ten tweede: denk hier eens over na. Het is lachwekkend.

Casper heeft dagenlang als een of andere idioot rond dat huisje gehangen. Wat heeft hij al die tijd gedaan? Wat deed hij tegen de kou? Hoe kwam hij aan eten?

Als al die zinnen “het voelt alsof iemand me bespied” waar zijn, moet Casper dus constant in de buurt zijn geweest, achter hen aan over de trap geslopen, zich verstoppend in kasten en weet ik veel wat.

Wat was zijn plan? Als hij Abby wilde vermoorden, had hij het makkelijk kunnen doen, elk moment. Als hij hen alleen bang wilde maken, was er geen reden om zichzelf op een willekeurig moment alsnog te onthullen, en had hij veel meer kunnen doen.

Abby komt over als een normaal persoon, ze is smoorverliefd op hem, zegt vaak hoe leuk hij is en hoe ze hem mist. En die persoon moet dan bij het minste of geringste full-on psychopaat worden?

En uiteindelijk … leven alle vriendinnen nog. Ze bezoeken regelmatig een psycholoog, verder is er niet zoveel aan de hand.

En dus denk je aan het einde van het boek: wat was het punt van dit allemaal? Het was niet spannend, daarvoor geef je te weinig om de karakters én weet je al dat alle conflict tot aan het laatste hoofdstuk niet echt is. En dan komt het einde, blijkt het mysterie stom en voorspelbaar, en stopt het boek.

In “Wild” is er tenminste nog iets van een creatief einde. De personen die wegliepen toen ze uit het bos wilden ontsnappen, zijn nooit meer gevonden. De “dader” was de hoofdpersoon zelf, met diens wens om vlogs te maken, wat je als lezer kon weten.

Tot zover deze recensie. Ik lees nog één of twee boeken van Mel, daarna is het denk ik klaar.

Er zijn (nog) geen reacties.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.