Omdat je nooit weet wanneer je het nodig gaat hebben

Computerspelletjes

Weet je wat het leukste deel is van elk computerspel? Opnieuw beginnen!

Ongeacht wat voor spel het is, ik vind de allereerste paar keren dat ik het spel veruit het leukst. Alles is nieuw, je begint met een wit canvas, een lege wereld, een plek die op eindeloze manieren gevuld kan worden. Misschien bouw je vanuit het niets een hele stad op, of een pretpark, of een dierentuin. Misschien begin je met een poppetje van level 1 zonder speciale items of eigenschappen – je kunt er alles nog van maken.

En daarom ben ik dus ook zo slecht in computerspellen. Ik kom nooit verder dan de makkelijkste moeilijkheidsgraad, want wanneer ik enigszins ben gevorderd in een spel wil ik opnieuw beginnen. En omdat niet alle spellen daarop zijn ingesteld, komt het ook vaak genoeg voor dat ik een spel een week lang twintig keer opnieuw begin, om het vervolgens nooit meer te spelen.

Zo heb je bijvoorbeeld schietspellen waarbij (over het algemeen) je doel is om steeds beter te worden door te oefenen en missies te voltooien. Nou speel ik bijna nooit schietspellen, maar als ik het doe ga ik geheid twintig keer vaker dood dan de rest van de spelers, omdat ik het nodig vond om uit te proberen of je over daken kunt springen.

Maar je hebt ook strategische spellen die urenlang kunnen voortslepen, waarbij je begint met drie poppetjes, of een klein huisje, en een heel imperium moet bouwen. Nou, ik niet dus. Ik vind het leuk om een gezellig dorpje te maken, maar als daarna de industrie er bij komt en mensen oorlog gaan voeren hou ik het voor gezien. Ik kan me niet herinneren dat ik ooit een potje Age of Empires fatsoenlijk heb afgemaakt. Als ik eenmaal mijn eigen gezellige nederzettinkje had dacht ik “hé dat is leuk, laat ik het opnieuw proberen maar dan met de indianen in het oerwoud!

Mensen vinden dat dan wel eens raar, als ze een spel met mij spelen. Ik programmeer zelf al heel lang spellen, en, al zeg ik het zelf, heb er toch een soort van verstand van gekregen, maar toch verlies ik altijd als ik computerspelletjes speel. En dan niet dat ik met een beetje pech op het nippertje laatste wordt, maar dat je eigenlijk na 5 minuten al kan zien dat ik het niet ga redden, en dan moeten we nog minstens een uur. Zelfs met mijn eigen spellen verlies ik vaker dan dat ik win.

Maar, en dit is het hele punt, het maakt mij niet uit dat ik verlies. Ik vind het leukste een nieuw spel beginnen en iets opbouwen, eventueel met/tegen vrienden, dus ik vind het hartstikke leuk om een computerspel te spelen en dat keihard te verliezen.

En zo moet je denk ik ook naar het leven kijken. Je zult niet altijd winnen, je zult zelfs heel vaak verliezen, maar als je er achter kan komen wat je leuk vindt en dat doet, dan zit je altijd goed. Ik heb me wel eens helemaal uitgeleefd met mijn groepje op een verslag voor school, en er uiteindelijk een magere 5,5 voor gekregen (mede omdat de leraar onze humor niet begreep), maar dat maakt niet uit: we hebben lol gehad en, hopelijk, iets geleerd. Ik heb meerdere keren weken besteed aan een verhaal schrijven, om het vervolgens terug te lezen en te denken “mijn broertje kan nog beter, what was I thinking” – maar dat maakt niet uit, want ik heb weer meer ervaring opgedaan en nieuwe ideeën gekregen voor het volgende verhaal, dat misschien wél die bestseller wordt.

En dan denk je ho, droom jij nou van een bestseller? Je zegt net dat je het niet erg vind om te verliezen? Hmm ja, maar ik mag nog wel dromen toch? Dromen mag altijd, zolang je je maar realiseert dat je in het echte leven niet, zoals in een computerspel, op elk moment kan afsluiten en een nieuw spel beginnen.

Er zijn (nog) geen reacties.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.