Omdat je nooit weet wanneer je het nodig gaat hebben

De cirkels van creativiteit

Op mijn computer staat een lijst van principes getiteld “Rules of Life – version 1.51”

Aan het versienummer kun je zien dat deze lijst al lang bestaat en vele veranderingen is ondergaan. Ik ben deze lijst op mijn 13e begonnen. En nu ik dit schrijf, op mijn 22e, is hij eigenlijk alleen maar sterker en waardevoller geworden. (Je kunt ook zien dat ik niet heel veel verstand heb van versienummers, want de lijst zou na tien jaar allang bij versie 4 of hoger moeten zijn.)

Bijna alle principes op de lijst hebben een uitleg: één of twee paragrafen die precies uitleggen wat ik bedoel, meestal gecombineerd met een grapje, anekdote of voorbeeld.

Maar één principe heeft nooit een fatsoenlijke uitleg gehad. Dit principe is:

“Aim big, go small: life works in circles”

Wat was mijn geweldige zin die erachter stond?

“This is probably unclear. I should draw a picture or something.”

Ja, het was inderdaad unclear, 13-jarige Tiamo. Ik zoek al jaren naar een manier om dit uit te leggen, en heb het eindelijk gevonden!

Waarom zijn je levensprincipes in het Engels? “Omdat Engels veel stoerder is” – Tiamo in 2010

Ga je die principes van jou nog een keer publiceren? Ja, maar ik ben aan het kijken of ik het als een volwaardig boek kan doen. En ik twijfel over wat er precies in moet en in welke vorm.

Aim big, go small

Deze titel is eigenlijk best goed gekozen, aangezien het precies uitdrukt waar het principe over gaat.

Je moet zo groot mogelijke dromen hebben in het leven, maar zo klein mogelijke stapjes zetten.

De meeste mensen weten dit ook wel. Iedereen krijgt als kind te horen dat ze alles kunnen. Dat ze moeten dromen, het avontuur aan moeten gaan, en alles kunnen worden. Uiteindelijk zien we ook dat de mensen met de grootste dromen de grootste dingen bereiken. Dat zijn de mensen die nu miljonair zijn, of veel macht hebben, of de wereld voorgoed hebben veranderd. Die dromers hebben medicijnen voor ernstige ziektes ontwikkelt, die dromers zijn naar de maan gegaan, die dromers hebben onze technologie (computers, smartphones, internet, etc.) uitgevonden.

Tegelijkertijd weet iedereen dat zo’n grote droom overweldigend kan zijn. Als je op dit moment nauwelijks gitaar kunt spelen, hoe wordt je dan ooit een beroemde muzikant? Als je nog nooit een boek hebt geschreven, waar ga je die 80,000 betekenisvolle woorden ineens vandaan halen?

Om dit probleem op te lossen leren we om problemen in stukjes te hakken. Om steeds kleinere deelproblemen te maken, tot het haast niet meer kleiner kan.

Voorbeeld 1: Computerspellen

Ik heb wel eens computerspellen geprogrammeerd. Als ik een grote taak had, zoals “implementeer een systeem zodat tegenstanders automatisch de kortste route vinden”, was dat nogal intimiderend. Dat vergt veel kennis van wiskunde, algoritmes, programmeertaal, etc.

Om dat te overkomen, deelde ik het op in kleinere taken:

Zet de kaart van de wereld om in een graaf (dat is de wiskundige term voor een netwerk van punten en lijnen)

Schrijf code om door de graaf heen te lopen en de kortste route te vinden (volgens een bepaald algoritme)

Geef deze route aan het poppetje en zorg dat hij hem daadwerkelijk bewandelt.

Dit proces ging maar door en door, totdat ik deeltaken opschreef zoals:

“Zet een puntkomma achter regel 139 in de code”

“Hernoem de functie createRoute naar findRoute

“Verander variabele X van een 3 naar een 4”

Dit zijn idioot kleine taakjes. Het kost letterlijk twee seconden (en geen enkele hersencapaciteit) om ze uit te voeren. Maar dit had ik nodig om zo’n grote opdracht te kunnen volbrengen.

Aim big, go small.

Het probleem

Tot nog toe lijkt het allemaal vrij logisch en intuïtief. (Desondanks houden veel mensen zich hier niet aan, en geven het liefst meteen op als ze voor een grote opdracht staan. Maar dat is een ander verhaal.)

Toch is er een groot probleem:

Mensen weten niet wat ze willen of hoe ze daar moeten komen.

Ik wist als kind niet dat ik nu een blog zou hebben met enorm veel inhoud. Ik wist niet dat ik een interesse zou ontwikkelen voor websites ontwerpen, prentenboeken, bordspellen, etc.

Mijn zusje herinnert mij er wel eens aan dat ik in haar dagboek, op de vraag “wat wil je later worden?”, resoluut antwoordde dat ik een professionele schaker wilde worden. Die toekomstdroom is al bijna vijftien jaar niet meer in zicht, maar als kind heb ik serieuze stappen gezet om deze waar te maken.

Hoe kunnen we de juiste deeltaken (of deelprojecten) selecteren? Hoe kunnen we altijd blijven groeien, zonder de motivatie kwijt te raken of onze tijd te verspillen aan iets wat we nooit gaan gebruiken?

Dit is waar de cirkels uit mijn principe tevoorschijn komen!

De weg naar onze dromen

Stel jij bent een punt op een blaadje. Jouw huidige toestand, met je huidige vaardigheden en kennis, betekent dat je in het midden van het blaadje staat.

En stel nu dat jij één of meerdere toekomstdromen hebt. Je wilt “iets met communicatie” doen. Je houdt van tekenen, maar weet niet precies waar je naartoe wilt. Deze dromen kunnen we ook op het blaadje zetten als een “gebied” van mogelijke dromen.

Nu is de vraag: hoe groei je naar die toekomstdromen toe?

Je kunt proberen om een rechte lijn te trekken naar een specifieke droom. Je komt bij de Bruna een goed boek tegen over vogelportretten schilderen en denkt: daar ga ik voor! Even later spreek je een vriend over hoe interessant marketing via sociale media is, en je denkt: daar ga ik voor!

Je doet je best voor je dromen en komt uiteindelijk vrij rechttoe rechtaan bij je eindpunt:

Maar, wat blijkt nu? Je vindt het helemaal niet leuk! Je wil niet je hele leven vogelportretten schilderen. Je bent erachter gekomen dat er andere stijlen, technieken, onderwerpen zijn die je meer interesseren. Ook het hele social media gebeuren laat je koud. Je komt erachter dat je meer een “face-to-face” persoon bent en in het echt wilt communiceren.

Je komt erachter dat je eigenlijke dromen op een andere plek staan (zie de rode punten):

Je hebt slechts die twee dunne lijntjes aan vaardigheden, dus je kunt niet een paar kleine dingen veranderen om bij je nieuwe droom te komen. Je moet weer van voren af aan beginnen en een nieuwe lijn opbouwen.

Waarom kun je niet gewoon van het eindpunt van deze lijn naar de nieuwe droom lopen? Onthoudt dat deze lijnen een opsomming van vaardigheden voorstellen. Je hebt de basisvaardigheden nodig om steeds beter en gespecialiseerder te worden. Als je zomaar een nieuwe lijn trekt, doe je alsof je een expert in iets kan worden zonder ooit ervaring op te bouwen of de basis te kennen. (Alsof je een professionele chef-kok bent die nooit het verschil tussen wortels en aardappelen heeft geleerd.)

Cirkels

Ik stel een andere manier van ontwikkeling voor.

Groei je vaardigheden in cirkels.

Laten we teruggaan naar het vorige plaatje. In plaats van dat we een rechte lijn naar een specifiek doel nemen, proberen we onze vaardigheden in alle richtingen een klein beetje uit te bouwen.

We weten dat we iets met tekenen willen doen, maar wat? We kopen een paar compleet verschillende boeken en beginnen te lezen. We proberen een paar kleine, simpele projecten in verschillende stijlen om te kijken of het wat is. We bouwen een klein beetje kennis en ervaring op in veel verschillende facetten van “tekenen”.

We zijn nog niet zo ver, dat moet ik toegeven, maar na de eerste cirkel kunnen we een tweede cirkel maken. We kiezen een iets groter project. We lezen iets meer diepgaande boeken, of proberen iets wat buiten onze huidige comfort zone ligt.

Natuurlijk gaan sommige dingen in latere fases afvallen. Van sommige dingen weet je zeker dat je er niks mee wil (of kan) doen. Dit kunnen we laten zien door een dipje (of “cut”) in de cirkel te maken.

Na die tweede cirkel komt de derde cirkel. Na de derde de vierde. Dit proces gaat almaar door, totdat we onze vaardigheden hebben uitgegroeid tot een veel grotere cirkel.

En, zoals je ziet, raakt deze grote cirkel om ons heen nu het hele gebied “tekenen” en het hele gebied “communicatie”.

We hoeven niet meer te kiezen! We kunnen met deze vaardigheden op elke mogelijke manier naar elke mogelijke toekomstdroom wandelen. De eigenlijke toekomstdromen, wederom weergegeven met de rode punten, zijn nu automatisch bereikbaar. We hoefden niet tien jaar daarvoor al helemaal zeker te zijn over wat we wilden. We hebben geen enkele tijd verspild. En als de eigenlijke toekomstdromen op een compleet andere plek hadden gestaan, was dat ook geen enkel probleem geweest.

De 80/20 regel

Slechts één vraag blijft over: hoe groei je deze cirkels?

Daarvoor hark ik graag terug naar de welbekende 80/20 regel. Deze regel pas ik toe op twee manieren:

  • Je leert 80% van een onderwerp in de eerste 20% van de tijd die je eraan besteed.
  • Bij elk nieuwe project moet je voor 80% in je comfort zone blijven, en voor 20% eruit stappen.

Het groeien van de eerste cirkels is makkelijk en snel. De eerste keer dat je met een nieuw onderwerp te maken krijgt, leer je de “basics”, die vaak simpel en overzichtelijk zijn. Je leert in korte tijd héél veel over het onderwerp, en omdat alles nieuw en interessant is, ben je gemotiveerd en geconcentreerd.

Men zegt wel eens:

“Je hebt 10,000 uur nodig om een expert te worden in een vakgebied, maar slechts 20 uur om bovengemiddeld te worden.”

En hoewel het natuurlijk een generalisatie is, kan ik dit principe onderschrijven. Probeer het maar eens uit. Steek 20 uur in het leren van de “basics” van een nieuwe vaardigheid, en zie hoeveel je in die korte tijd boven vrienden en familie kunt uitstijgen. De gemiddelde persoon kan nauwelijks gitaar spelen. Als jij 20 uur op de gitaar pingelt en simpele akkoorden/technieken leert, ben je al ver bovengemiddeld.

(Serieus. Ik hoefde vroeger slechts een paar simpele akkoorden aan te slaan, of iedereen was al zo van “wow jij kan zo goed gitaarspelen!”  en “wow daar moet je echt iets mee doen! Je moet meedoen aan Idols!” Ik wist dat ik veel complexere dingen kon, en dat gitaristen over de hele wereld een miljoen keer beter waren dan dit, maar voor hen was ik bovengemiddeld.)

Nadat je deze eerste (cruciale) step hebt gemaakt, begint de tweede regel te werken. Bij elk nieuwe project wat je doet, bij elk stuk informatieve tekst dat je leest, moet je 80% in je comfort zone blijven en 20% hard eruit worden getrokken.

De comfort zone zorgt ervoor dat je vertrouwen hebt in een goede uitkomst. Dat je een basis hebt om op te bouwen, gemotiveerd bent, en een kapstok hebt om de nieuwe vaardigheden aan op te hangen. (Op plekken met ongemotiveerde leerlingen, zoals de middelbare school, zorgt deze comfort zone voor een grotere kans dat mensen hun werk doen of het op z’n minst proberen. Het is immers een minder grote uitdaging en voelt meer vertrouwt.)

Het stukje uit de comfort zone zorgt dat je cirkel groeit, al is het maar een klein beetje. Het is wel belangrijk dat je écht uit je comfort zone stapt. Je moet niet zeggen: “ik teken normaal gesproken karakters met grote ogen, laat ik ze iets kleinere ogen geven deze keer”. Je moet zeggen: “ik heb alleen nog maar jonge karakters getekend, laat ik nu een paar oude karakters doen”

Als je comfort zone groot genoeg is, kan de stap uit je comfort zone dus ook groter zijn. Ik heb nu bijvoorbeeld al één prentenboek afgemaakt, wat mij het vertrouwen geeft om een volgend prentenboek in compleet andere stijl te doen. Die 80% comfort zone bestaat uit het feit dat ik ervaring heb met prentenboeken, met schrijven, met de vormgeving, etc. De 20% variatie bestaat uit de nieuwe tekenstijl die ik nog nooit eerder heb gebruikt.

Conclusie

Ik zie dromen liever als vage gebieden, vaardigheden als cirkels die je kunt groeien, en de weg naar die dromen als een wandeling over die cirkels.

Om de cirkels te groeien, moet je beginnen bij het absolute begin (de eerste 80/20), en daarna bij elke nieuwe poging voor 20% uit je comfort zone stappen (de tweede 80/20).

En als je genoeg cirkels groeit, en ze worden groot genoeg, kom je vanzelf je daadwerkelijke droom tegen en kun je er op elke denkbare manier naartoe wandelen.

Voorbeeld 2: Ontwerpen/tekenen

Ik merk dat dit artikel nog een praktijkvoorbeeld behoeft. Ik zal mijn meest extreme voorbeeld geven.

Mijn tekenvaardigheden als kind waren belachelijk slecht. Ik had negatief talent voor tekenen. Zelfs één mooie lijn was teveel gevraagd. In plaats daarvan kraste ik de potlood op het papier tot een wobbelige, zigzaggende, grijze rommel ontstond.

Op de middelbare school werden mijn docenten boos dat ik “niks afwist van compositie en lay-out” en “moest leren binnen de lijntjes te kleuren”. (Nou was het probleem natuurlijk ook dat zij NIET AAN ONS LEERDEN HOE HET MOEST. Ze zeiden gewoon “teken iets!” en kraakten je vervolgens af als je geen buitenaards talent van je magische grootvader had gekregen. Maar ach, kritiek op het onderwijssysteem moet maar in een ander artikel gebeuren.)

Als kind las ik graag strips (vooral Donald Duck en Suske & Wiske) en avontuurlijke verhalen met prachtige plaatjes. Ook speelde ik veel bordspellen en begon al snel mijn eigen spellen te ontwerpen. Ik wilde dit ook kunnen! Ik wilde leren tekenen, ontwerpen, grafisch vormgeven, noem het maar op!

Dus wat deed ik? Ik begon me langzaam te oriënteren op de gebieden tekenen en ontwerpen. Ik zocht alle boeken en filmpjes (voor beginners) die ik kon vinden, en bestudeerde ze op een redelijk consistent tempo.

Elke keer als ik genoeg informatie had, begon ik aan een mini-project. Ik had net geleerd hoe ik kubussen teken (met perspectief), laat ik een tekening maken van een wereld met ALLEEN MAAR KUBUSSEN. Oh, dus zo teken je een cartoon hoofd? Tijd om drie willekeurige karakters te bedenken! Interessant, dit artikel over kleurentheorie, laat ik een oude tekening pakken maar de kleuren helemaal veranderen.

Ik had geen specifiek einddoel. Ik wist alleen dat ik langzamerhand vaardigheden wilde opbouwen in die twee werelden. Elke zomervakantie zocht ik iets nieuws om erbij te leren. De hele middelbare school lang heb ik elke zomervakantie een paar dagen (of een week) besteedt aan een nieuw boek, nieuwe stijl, of nieuw project.

(Zoals ik net al zei: mijn docenten waren op de middelbare school niet enthousiast, maar mijn vrienden zeker ook niet. Ik heb enkele malen iets op Facebook geplaatst van wat ik deed, en elke keer reageerde niemand en hoorde ik later dat mensen dachten dat ik het van iemand anders had gestolen. Fijn was dat :p Onthoud dat ik nu al zo’n 6 jaar bezig was met deze vaardigheid, en nog steeds verschrikkelijke dingen produceerde.)

Mijn cirkels groeiden en groeiden, zonder dat ik wist waar het heen ging, maar ook zonder dat het voelde alsof ik mijn tijd verspilde. Omdat ik kleine stappen nam en geen specifieke richting inging, wist ik dat alles wat ik probeerde van belang zou zijn. Omdat ik steeds voor 80% in mijn comfort zone bleef en voor 20% eruit stapte, voelde het vertrouwd, maar moest ik toch iets nieuws leren.

Zo heb ik als kind meerdere kaartspellen ontwerpen. Laatst vond ik ze terug en dacht: “dit ziet er verschrikkelijk uit”. Maar al die ervaring die ik opdeed bij het ontwerpen van die kaarten, deed mijn cirkel een klein beetje groeien, zodat ik een maand later weer een nieuw en ietsje moeilijker project aankon. Het eerste project was ik al blij dat de kaart leesbare tekst had, het tweede project kwam daar een mooi plaatje bij, het derde project kwamen er meer grafische elementen op de kaarten, het vierde project probeerde ik de kaarten echt een duidelijk thema te geven, etc.

Heel langzaam leerde ik dat leesbaarheid toch wel erg belangrijk is. Ik leerde over kleuren die je zeker niet over elkaar moet gooien, wat leidde tot de ontdekking dat contrast juist heel erg nodig is in een ontwerp. (Vroeger durfde ik nooit contrast aan te brengen, omdat ik onder andere bang was dat kleuren zouden vloeken. Dus alle ontwerpen hadden kleuren, letters, tekeneningen die je nauwelijks van elkaar kon onderscheiden.) Zodoende leerde ik over het ontwikkelen van hiërarchie en structuur door hoe je het ontwerp indeelt. Op een gegeven moment was ik zo ver dat ik kon nadenken over hoe mijn creaties zouden worden gebruikt: “nee, dit element kan niet in deze hoek, want daar zal de speler de kaart vasthebben”

Het ene moment dook ik volledig in cartoon portretten, het andere moment in ontwerpen voor tijdschriften, en het andere moment in graphics voor computerspellen.

Cirkels bovenop cirkels, die almaar groeiden.

En nu? Ik ben zeker niet perfect. Ik ben verre van een expert in tekenen of ontwerpen. Maar ik kan uit de voeten in veel verschillende stijlen en formats, en ikzelf (en mijn omgeving) twijfelt er niet meer aan dat het gaat lukken.

Ik dacht nooit dat ik websites ging ontwerpen, of prentenboeken voor kinderen zou maken, of geobsedeerd zou zijn met lettertypes en logo’s. Dat was helemaal niet mijn toekomstdroom. Deze vaardigheden liggen ook hartstikke ver uit elkaar. Maar omdat ik mijn vaardigheden als cirkels heb uitgebouwd en laten groeien, kan ik nu met relatief gemak naar de projecten toe lopen die blijkbaar mijn échte dromen zijn.

 

 

Er zijn (nog) geen reacties.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.