Omdat je nooit weet wanneer je het nodig gaat hebben

De subtiele superheld: Sherlock Holmes

Ik heb de laatste jaren regelmatig last gehad van zogenaamde “superheldensaturatie”.

Alle films die uitkwamen gingen over superhelden. Alle boeken en series die voorbij kwamen gingen over wéér een andere groep mensen met ongelofelijke superkrachten. Een film was pas spannend en meeslepend als de wereld bijna ten onder ging en de hoofdpersoon blijkbaar onmenselijk sterk was en ook nog op het laatste moment onverklaarbare toverkrachten kon oproepen.

En daar werd ik moe van.

Als de (hoofd)personages haast perfect en onverslaanbaar zijn, maakt dat het verhaal juist veel zwakker. Er is geen spanning. Er is geen emotionele connectie, want de personages zijn nauwelijks meer menselijk. (En als de dreiging in de eerste film al een ordergrootte heeft van “de wereld eindigt bijna”, moet je nagaan met wat voor gekke dingen ze op de proppen komen in het vervolg.)

In dit artikel wil ik mijn eigen geheugensteuntje uitleggen waarmee ik (hopelijk) meer interessante en genuanceerde helden schrijf. En vooral ook waarom dat uitmaakt.

Ik introduceer de subtiele superheld: Sherlock Holmes!

De échte Sherlock Holmes

Vrijwel iedereen kent het personage Sherlock Holmes. Maar wegens het grote scala aan adaptaties kent iedereen een nét wat andere versie.

Bijvoorbeeld, in het origineel is Sherlock een zeer begaafd bokser, niet de hulpeloze vechter die het alleen moet hebben van zijn hersenen (zoals sommige versies het doen voorkomen).

Ook wordt Sherlock in veel verhalen neergezet alsof zijn zintuigen duizend keer sterker zijn dan die van normale mensen. Hij kan ineens van vijftig meter afstand de haartjes op iemands jas zien en ook meteen deduceren van welke diersoort deze precies afkomstig zijn.

In het origineel valt dat ook zwaar tegen. Er wordt meerdere keren uitgelegd dat hij simpelweg beter oplet (en observeert) dan de rest. Dat hij het aantal treden telt als hij de trap oploopt, dat hij bewust nagaat welke geur hij ruikt als hij een kamer binnenkomt, dat hij onthoudt of iemand links- of rechtshandig is door naar diens gewoontes te kijken.

Dan mijn grootste voorbeeld: geheugen.

Ik heb hier op de middelbare school een tijdje onderzoek naar gedaan, mede dankzij de verhalen van Sherlock. Nee, dit was geen opdracht vanuit school, ik was oprecht geïnteresseerd in ons menselijk geheugen. Waarom? Omdat school ons deed geloven dat dingen in je hoofd stampen waardevol is, dat feitjes en weetjes kennen betekent dat je slim bent, terwijl ik in de praktijk merkte dat dit allesbehalve waar was.

Ons geheugen is imperfect. De meeste informatie die we binnenkrijgen, vergeten we direct. Sommige dingen onthouden we tijdelijk in ons kortetermijngeheugen. Nog minder dingen blijven hangen in het langetermijngeheugen …

… maar zelfs dat kent een limiet. Er wordt gesuggereerd dat 60-plussers geen slechter geheugen hebben, maar dat ze juist te veel in hun geheugen hebben zitten en dáárom moeite hebben om een herinnering desgevraagd terug te halen.

Sherlock Holmes addresseert dit: zijn geheugen is hetzelfde als dat van iedereen. Hij kan er gewoon beter mee omgaan. Hij verwijdert informatie die hij niet direct nodig heeft, en slaat alleen op wat het allerbelangrijkste is. (Zo heb je het klassieke voorbeeld dat Sherlock niet weet dat de aarde rond de zon draait, simpelweg omdat hij die kennis nooit nodig heeft gehad of denkt te hebben.)

Ik denk persoonlijk dat de originele versie van Sherlock mijn punt het beste onderschrijft, dus die gebruik ik in dit artikel. De andere versies zijn niet verkeerd of minder goed, maar ze zijn minder geschikt. (Zo ben ik zelf ook een groot fan van de BBC serie en zelfs de films.)

Wat maakt een goede held?

Wij lezen boeken (of kijken films) doorgaans om deze redenen:

  • Om mee te leven met de personages: wij zijn sociale dieren. Wij willen meevoelen met anderen, hun leven en avonturen en gedachten meemaken, ze zien groeien en zien dat het goed afloopt (als we van hen zijn gaan houden).
  • Als een soort “escapism”: we wanen ons in een andere wereld of willen gewoon even afleiding
  • Als intellectuele exercitie: verhalen behandelen vaak moeilijke onderwerpen of kennen bijzondere dilemma’s om over na te denken.

Vooral het eerste punt is belangrijk. Ik denk persoonlijk dat Harry Potter zo’n fenomeen is geworden vanwege de personages, want het verhaal zelf zit vol gaten en de wereld is goed in elkaar gezet, maar niet speciaal of vernieuwend. Op diezelfde manier hoor ik mensen vooral praten over de personages en interessante of grappige persoonlijkheden wanneer ze een verhaal bespreken, niet over de tientallen andere elementen die een verhaal opmaken.

Een “held” is doorgaans het hoofdpersonage. De persoon die dingen in gang zet, die het meest actief is, waarvan je het meeste meemaakt, en die uiteindelijk groeit en het conflict oplost. (Ik wilde zeggen “[…] en de dag redt”, maar ik wist niet of ik saves the day zomaar mocht vertalen.)

De held speelt een sleutelrol, vaak vanwege een kracht of eigenschap die alleen diegene bezit, of een keuze die alleen die persoon zou kunnen of moeten maken. Met andere woorden: de held heeft een duidelijke en unieke functie.

De problemen, en de oplossingen

Nu zie je hopelijk al de problemen met een groot deel van de (super)helden:

  • Ze zijn niet herkenbaar. We kunnen niet echt meevoelen of makkelijk onszelf in hun schoenen wanen.
  • Ze groeien niet. De krachten die ze hebben komen niet van training en/of persoonlijke keuzes die ze hebben gemaakt. Ze zijn al sterk, ze blijven sterk, geen karakterontwikkeling daar.
  • Intellectueel is het ook niet te noemen. Superhelden gebruiken hun kracht om alles en iedereen te vernielen (of op z’n minst tegen te houden), veel meer is het niet.
  • En “escapism” wordt ook moeilijk als de wereld elke keer ten onder gaat en elke slechterik nóg groter, sterker en onsterfbaarder is.

Sherlock lost niet al deze problemen op, maar wel een significant deel.

  • Omdat hij gewoon een mens is, is het makkelijker mee te leven en mee te voelen. Het is herkenbaarder.
  • Tegelijkertijd is hij wel interessant en uniek. Zijn manier van denken en toewijding aan logica is een soort van superkracht.
  • Hij heeft de mogelijkheid om te groeien. Er zijn dingen die hij nog moet leren, zowel vaardigheden voor zijn werk als – eh – sociale vaardigheden. (In sommige adaptaties gaat het veel meer over zijn sociale leven, in andere weer meer over zijn obsessie met overal een oplossing voor willen hebben. In ieder geval: hij is niet perfect, hij heeft fouten, hij kan groeien.)
  • Het is intellectueel. De oplossing voor elk probleem, het verloop van een verhaallijn, is telkens weer anders. Als je de zaken goed schrijft, kan je zelfs moeilijke onderwerpen en dilemma’s er doorheen gooien.
  • Er is spanning vanwege de (moord)zaken en omdat je de antwoorden op het mysterie wilt weten, maar tegelijkertijd blijft het realistisch en zijn de hoofdpersonen (of de wereld) niet bij elke stap in levensgevaar.

Ik moet toegeven dat Sherlock op het gebied van “escapism” het slechtste scoort. De reden dat fantasy zo populair is, is nou juist omdat het gekke en ondenkbare dingen laat gebeuren. Aan de andere kant, de reden dat mensen met gemak acht seizoenen van sitcoms kijken, is omdat het niet al te veel mentale inspanning kost en geen enkele realistische spanning/angst opwekt.

Toch is Sherlock mijn subtiele superheld. Bijna iedereen kent hem, er zijn eindeloos veel adaptaties (en er lijken er steeds meer te verschijnen), wat suggereert dat niemand van hem moe lijkt te worden. Ik ben in ieder geval nog niet moe van hem, terwijl hij op veel manieren toch in al zijn verhalen de rol van de superheld vervult.

Wat moeten we hiermee?

Dus nu is de grote vraag: kunnen we hiervan iets leren? Ik neem aan dat, als je dit leest, je net als ik geïnteresseerd bent in verhalen en het schrijven daarvan. Kunnen we Sherlock als voorbeeld gebruiken van hoe je tientallen interessante helden schrijft zónder dat mensen er moe van worden?

Nou, dat is exact wat ik al jaren probeer te doen. Hieronder deel ik mijn bevindingen.

Eigenschap 1: De held moet herkenbaar zijn, maar niet “normaal” of “doodgewoon”.

Ik wordt er ziek van hoeveel verhalen beginnen met “Petra is een doodgewone meid” of “Johan leidt een heel normaal leven, totdat …” Ons eigen leven is al gewoon genoeg. We kennen hartstikke veel doodnormale mensen. Waarom zouden we daar een verhaal over willen lezen? Hoe is dat een pakkend begin?

Nu is herkenbaarheid natuurlijk een groot onderwerp. Je kunt dit op veel manieren in het verhaal verweven. Bijvoorbeeld: je geeft het personage karaktertrekken die veelvoorkomend zijn, maar je geeft hem ook een paar extreem specifieke eigenaardigheden zodat hij niet al te gewoon wordt.

Op diezelfde manier kan je één of twee dingen kiezen waarin je held gewoon de beste van de beste is. Misschien is je held wel een verder “doodgewone meid”, met de toevoeging dat ze een supergetalenteerde hacker is en zelfs de meest gecompliceerde wiskunde meteen begrijpt.

Voorbeeld “Sherlock”: Sherlock is een normaal persoon, maar met een hoge intelligentie, weinig sociale vaardigheden, en veel bijzondere gewoontes en uitspraken. Hij is overduidelijk niet de gemiddelde persoon en heeft een zeer goed stel hersens, maar zijn problemen, zijn wereld, zijn interacties, zijn allemaal relatief realistisch en herkenbaar.

Daarover gesproken …

Eigenschap 2: Verdeel een vast aantal eigenschappen of functies over je personages.

Zie het als een soort puntensysteem. Geef je personages categorieën (zoals “sterk”, “intelligentie”, “snel”, “hoogopgeleid”, …) en verdeel voor elk personage 10 punten over die categorieën.

Denk even terug aan die hacker van zoeven. Stel we hebben de categorieën “logisch denken”, “braafheid”, en “sociaal” (klinkt nu een beetje willekeurig, maar misschien past dit goed voor het verhaal waarin ze speelt). Dan zou dit een verdeling kunnen zijn: logisch denken = 7, braafheid = 1, sociaal = 2. Ze is misschien super goed in hacken, dat maakt haar ook rebels en gevaarlijk (en een doelwit voor anderen), en door al die avonden achter de computer heeft ze weinig sociaal leven over.

Voorbeeld “Sherlock”: stel we hebben de categorieën “fsyiek”, “sociaal” en “mentaal”. Dan zouden we de punten zo kunnen verdelen voor de originele versie: fysiek = 3, sociaal = 1, mentaal = 6.

Doordat elk personage evenveel punten krijgt, is niemand overduidelijk de beste (of juist de meest waardeloze). Door de punten verschillend in te zetten, krijgt elk personage een andere samenstelling aan vaardigheden en een unieke persoonlijkheid.

En natuurlijk kun je de held wel eventjes 12 of 15 punten geven, of een andere extra eigenschap. Het punt blijft dat elk personage, inclusief je held, een belangrijke en unieke functie moet vervullen.

Eigenschap 3: Zorg dat je held nooit “af” is, maar wel altijd groeit.

Zelfs als je verhaal voorbij is, moet je held niet af zijn. Want mensen zijn niet perfect (en je hebt altijd de mogelijkheid voor een passend vervolg :p). Iemand zei ooit “there must be one thing about your character that never changes”, en ik denk dat het goed is om dat altijd in je achterhoofd te houden.

Andersom kun je ook zeggen dat niet alle groei goed is. Sommige personages groeien juist uit elkaar. In sommige verhalen groeit de grote slechterik juist van een goed persoon naar een slechte.

Zolang je personage nooit af is, blijft het verhaal spannend, genuanceerd, en onvoorspelbaar.

Zolang je personage altijd groeit, blijft het verhaal vooruitgaan en komt het niet tot stilstand.

Voorbeeld “Sherlock”: het feit dat hij logica en nadenken over alles waardeert, zal nooit veranderen. Daarmee zal zijn obsessie met zaken oplossen en het negeren van andere mensen/een sociaal leven automatisch in stand blijven. Maar hij kan wel veranderen en verbeteren. Met elke zaak leert hij weer wat nieuws, zijn kameraad John Watson probeert hem langzamerhand socialer en “vriendelijker” te maken, en hij heeft zelfs een “love interest” die hem in de war brengt en nog eens laat nadenken over zijn keuzes. Veel mogelijkheden tot groei, zelfs aan het einde van elke zaak.

Eigenschap 4: Denk verder dan geweld of fysieke kracht.

Iets te veel verhalen draaien uit op niets anders dan “mijn legertje is groter dan jouw legertje” of “mijn superkrachten zijn blijkbaar sterker dan die van jou”. Alle belangrijke dingen worden beslist met geweld, een pure meting van fysieke kracht, en dat is niet interessant.

Het idee van verhalen is juist dat ze mensen aan het denken zetten, op een creatieve en leuke manier problemen voorschotelen en ze dan weer oplossen.

En ik snap het wel: het is makkelijk en haast vanzelfsprekend. Een fantasy verhaal eindigt met een grote veldslag tussen “goed” en “kwaad”, toch? Ik ben er zelf ook schuldig aan. De eerste tien verhalen die ik ooit schreef stonden vol met vechtscenes, veldslagen en sluipmoorden, want de enige manier waarop ik mijn conflict wist op te lossen … was door de andere persoon gewoon definitief weg te halen.

Maar het is saai en oninteressant (uitzonderingen daargelaten). Probeer te zorgen dat de held problemen oplost met behulp van andere eigenschappen, van niet-fysieke krachten of gewelddadige gewoontes. Als je zorgt dat de held iets samen met anderen oplost, omzeil je dit probleem al sneller.

Voorbeeld “Sherlock”: de originele Sherlock kon goed boksen, maar droeg nooit een pistool en zou zich ook niet redden in een waar straatgevecht. Hij lost problemen op door sneller te denken, vooruit te denken en de ander te slim af te zijn, door te bluffen en chanteren waar nodig. Dit zorgt voor verhalen die unieker en creatiever zijn, die meer bijblijven en waarvan je het idee hebt “hé, ik had ook de helft van die oplossing bedacht, ik ben misschien ook geniaal!”

Conclusie

Ik wil meer subtiele superhelden zoals Sherlock. (Of, nouja, dit artikel focust wel extreem op Sherlock. Er zijn natuurlijk veel meer voorbeelden van goede helden in verhalen, helden waarvan men niet moe lijkt te worden.)

Hopelijk begrijp je nu waarom, of heb je tenminste iets interessants geleerd van dit artikel!

Ik zal in ieder geval binnenkort weer beginnen aan het schrijven van een nieuw verhaal. Hopelijk wordt de held deze keer zó goed dat mensen zeggen “dit verhaal is nog beter dan Sherlock Holmes!” en er vooral niet moe van raken.

 

Er zijn (nog) geen reacties.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.