Omdat je nooit weet wanneer je het nodig gaat hebben

Dierentuinen

Ik liep laatst door de dierentuin met mijn moeder toen ze zei: “waarom willen mensen eigenlijk naar dieren kijken?” Het was een interessante vraag. Ik wist me te herinneren dat dierentuinen origineel ontstonden omdat men bedreigde diersoorten probeerde te redden. Er werd een groot gebied door de overheid gekocht, een budget gereedgemaakt, mensen met expertise en dierenliefde opgetrommeld, en voor je het weet zit je tientallen verschillende diersoorten van over de hele wereld aan te moedigen om voort te planten.

Maar op een gegeven moment was het financieel niet meer haalbaar natuurlijk, dus werd er een mooi parkje van gemaakt en opengesteld naar het publiek. En de rest is geschiedenis. Maar wat nou vooral zo interessant is hieraan, is de invloed die deze transformatie heeft gehad op dierentuinen. Omdat het aantrekkelijk moest zijn voor mensen, werden in eerste instantie steeds meer dieren in steeds kleinere ruimtes gezet, en werden dieren steeds minder goed verzorgd om kosten laag te houden. Omdat men de dieren wel goed wilde kunnen zien, en ze misschien zelfs wilde aanraken, werd hun territorium wreed opgebroken en stonden de dieren onder constante stress.

Totdat men er achter kwam dat dit ook niet werkte, en de dieren weer op de eerste plek ging zetten. In plaats van dat elke dierentuin nu hetzelfde beest neemt, neemt iedereen een andere diersoort die ze willen beschermen. In plaats van veel te kleine hokken, krijgen beesten nu gigantische gebieden en wordt een dagje dierentuin eigenlijk gewoon de marathon lopen en hopen dat je ergens een panda voorbij ziet komen.

En natuurlijk is dit ook weer niet goed, want, zo zijn mensen. Zo was laatst de dierentuin in Emmen helemaal vernieuwd en heropend, en iedereen had kritiek omdat ze de dieren niet meer konden zien, en alles was veel te groot en natuurlijk. En daar zit wel een kern van waarheid in. Als je jouw dierentuin-bezoek niet helemaal goed plant, zie je nauwelijks een beest, en als je ze al ziet, zitten ze languit op het gras te slapen.

Ik heb gemerkt dat je het beste naar de dierentuin kan gaan in het voorjaar of najaar. In de zomer is het te warm voor beesten om actief te zijn, en in de winter schuilen ze allemaal binnen. Bovendien kun je het beste ‘s ochtends en ‘s avonds (of “eind middag”) naar de dieren gaan kijken, omdat ze dan vaak actief zijn. Kijk maar naar jezelf: tussen de middag hou je meestal een uitgebreide lunch, en je wilt wel iets gaan doen, maar je doet uiteindelijk veel minder dan je wilt.

Maar, dieren zien eten of ochtendgymnastiek doen is ook niet helemaal overdonderend. En, voor de beesten zal het ook niet leuk zijn om dag in dag uit helemaal niks te doen. Dus, ik vind eigenlijk dat ze meer moeite moeten doen om dieren uit te dagen en te stimuleren in dierentuinen. Interessante speeltjes, grappige experimenten (wel diervriendelijk natuurlijk), elke week het hele hok ombouwen, elke dag het eten ergens anders verstoppen, dat soort dingen. Ik weet zeker dat dieren het leuk vinden, en er fitter en “slimmer” door blijven, en er ook langer door blijven leven. En, niet onbelangrijk, het is voor de mensen ook leuker om te zien. Misschien kun je mensen er wel bij betrekken – met een beetje moeite kan je misschien iemand leren hoe je een bepaald beest eten moet geven, of hoe je met ze moet spelen, of hoe je ze een speciaal, eigen commando leert. (Hierbij is het natuurlijk wel belangrijk dat je beesten hebt die niet van plan zijn de mensen op te eten. En, beesten die niet dermate klein of kwetsbaar zijn dat lompe kinderen op ze gaan staan.)

Kortom: het kan een stuk beter in dierentuinen. Veel dierentuinen hebben al een goede stap gezet om (weer) meer een natuurpark te worden. De focus ligt op een mooi gebied, met mooie natuur, en riviertjes, en bruggen, en houten gebouwtjes, en om de zoveel tijd heb je een plek waar je dieren bezig kunt zien of zelf actief kan zijn. Ik zou het hartstikke leuk vinden om door een bamboebos te wandelen, of over riviertjes te kanoën, of uit een interactief doolhof te proberen te ontsnappen, of om door het hele park heen een groot (bord)spel et spelen. Dieren kijken is leuk, maar wel als ze iets interessants doen, en als je het kan afwisselen met iets anders.

Daarom vind ik het ook zo jammer dat dingen als Ecodrome en Land van Ooit weg zijn gegaan. Het waren interactieve natuurparken (hoewel Ecodrome meer dierentuin was, en Land van Ooit meer pretpark), origineel, anders, vele malen mooier en interessanter. Je kon er dingen bezoeken en doen, maar je kon ook gewoon rondwandelen en van de natuur genieten. Ik hoop dat er binnenkort weer zo’n soort park opstaat, en zo niet, tja, dan moet ik zelf maar het beste van mijn achtertuin gaan maken :p

 

Er zijn (nog) geen reacties.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.