El Theater

Leestijd: 13 (minuten)

Eens in de zoveel tijd ga ik op zoek naar het oudste concept dat ik op dit blog heb opgeslagen, om dat eindelijk tot volwaardig artikel uit te werken. Het is deze geworden. Een concept dat “El Theater” heette, met één regel mysterieuze uitleg, anderhalf jaar geleden aangemaakt.

Ik ga proberen om uit die mysterieuze uitleg te halen wat ik precies wilde zeggen.

Volgens mij had de PVV net dat verkiezingsprogramma (het beruchte A4-tje) gepubliceerd waarin ze zeiden “minder geld naar ontwikkelingshulp, windmolens, kunst, innovatie, omroep, etc.”

(Wat overigens raar is. Minder geld naar innovatie? Wat is het nadeel van innovatie? “Oh nee, we hebben een hele goedkope manier gevonden om voor heel Nederland energie op te wekken! Snel! Verstop alles! Verbrand de papieren! Gooi alle laptops in de sloot! Emigreer naar Amerika, daar luisteren ze toch niet naar wetenschap! WIJ WILLEN GEEN VOORUITGANG!”)

Ook van andere bronnen kreeg ik mee dat steeds minder geld naar kunst ging. Velen maakten zich zelfs hard om dat hele kunstgedoe af te schaffen, met voorbeelden zoals dat schilderijen het klimaat niet gingen redden, en dat populaire artiesten te veel betaald krijgen en docenten te weinig.

Dus toen dacht ik na: wat is de toekomst van het theater? Waarom bestaat het theater eigenlijk, nu we ook alles makkelijk kunnen filmen, en muziek of (cabaret)shows op onze iPod af kunnen spelen?

(Waarbij ik met “onze iPod” doel op de iPod van desbetreffende persoon, niet dat we als mensheid één iPod allemaal met elkaar delen. Zou ook een ramp zijn; wie bepaalt welk nummer gedraaid wordt? Of switcht het nummer steeds? Of mag elke regering voor haar eigen land bepalen? Komt er een Minister van Muziek?)

Subsidie

Ergens valt er wel iets te zeggen voor het privatiseren van het theater. Als een voorstelling goed genoeg is, krijgt deze vanzelf wel genoeg inkomsten. De succesvolle voorstellingen hebben zeker geen subsidie nodig om rond te komen, terwijl voorstellingen met slechte recensies en nauwelijks bezoekers natuurlijk volledig van de subsidie moeten leven. Als je de overheid uit de theaterwereld houdt, zou je kunnen zeggen dat het alleen maar betere voorstellingen oplevert.

Voorbeeld! De meeste cabaretiers zitten propvol, net zoals musicals, of überhaupt voorstellingen met populaire mensen. Daarentegen ben ik twee keer naar het theater geweest met school (voor Klassieke Culturele Vorming), en toen zaten er hoogstens tien anderen in de zaal. Dat niet alleen; de school reserveert altijd automatisch de achterste rij van het balkon, en vlak voordat de voorstelling begon, werden wij gevraagd of we alsjeblieft op de eerste rijen wilden gaan zitten zodat de acteurs het idee hadden dat er publiek was.

In de pauze van die voorstelling (het was een – eh – creatieve interpretatie van een aantal Griekse verhalen) gaf onze Latijn lerares zelfs toe dat het een verspilling van tijd en geld was. Ik heb wel meer van dit soort voorstellingen gezien, waarbij ik echt niet zag hoe het een goed idee was om dit wél in het theater te brengen, en andere dingen (die waarschijnlijk veel beter zijn) niet.

Dat zou dus met marktwerking eventueel opgelost kunnen worden, maar dan verlies je weer iets anders belangrijks. Iedereen moet ergens beginnen, en het is goed mogelijk dat iemand een heel goed stuk maakt, maar er gewoon niet doorheen komt omdat hij het geld/de ervaring/het netwerk niet heeft. De meeste mensen die in het theater belanden, doen dat ook nadat ze eerst heel veel kleinere projecten hebben gedaan en vervolgens ontdekt werden. Vanaf dat moment heb je naamsbekendheid, en dus het vertrouwen van theaters dat het wel goed zit. Maar iedereen moet ergens het geld en de ruimte krijgen om te beginnen.

Opmerking! Je hebt zo’n uitspraak van (ik parafraseer) “as an artist, your first work is always free”. Van het eerste wat je doet kun je eigenlijk niet verwachten fatsoenlijk te verdienen of meteen beroemd te zijn, het is slechts je ingang naar de rest van de kunstwereld.

De laatste jaren, met slinkende subsidies, is dit een beetje verdwenen. Er worden steeds minder onafhankelijke (kleinschalige) musicals gemaakt. Alleen de groten, zoals Joop van den Ende, houden hun hoofd boven water en komen elk jaar weer met één of meerdere producties. Het probleem is alleen dat zij het ook nog eens op veilig spelen, en dus met regelmaat dezelfde musicals terug laten komen. (En als ze al iets soort van nieuws doen, is het meestal gebaseerd op bestaande muziek van een bekend persoon, en eigenlijk de slappe verhaallijn van Mamma Mia all over. Maar dat is een persoonlijk kritiekpuntje.)

Opmerking! Joop van den Ende is trouwens gefuseerd met Stage Entertainment, waardoor we eigenlijk nóg een grote speler op theatergebied kwijt zijn. Maar, anderzijds, Stage Entertainment produceert echt heel veel, dus het kan ook weer goed zijn. Hoewel ze vooral in het buitenland produceren, jammer genoeg.

Mijn punt is: als theater blijft bestaan, moet fatsoenlijke subsidie blijven. De mooiste nummers die ik ken, of de beste herinneringen, zijn aan kleine producties die ik in mijn jeugd heb gezien. Die komen tegenwoordig nauwelijks meer voor. En dat terwijl ze mijn hele passie voor theater op hebben gewekt. Dat terwijl een mooie voorstelling mij nieuwe inzichten kan geven, kan ontspannen, en ook met meer moed de toekomst in kan laten gaan. Kunst is goed, kunst is nodig. Mensen die zeggen dat kunst “extra” is en alleen voor “vermaak” (alsof dat niet belangrijk is), missen dat andere deel van de kunst. Ja, soms krijg je iets te zien wat echt nergens op slaat en niemand blij maakt, en wat dan zogenaamd “kunstzinnig” is, maar vaak genoeg maakt theater het leven toch een stuk interessanter en leuker.

Kwaliteit en Smaak

Maar, er moet wel even goed gekeken worden naar die subsidie en hoe die verdeeld wordt. Er moet een balans zijn tussen nieuwe dingen proberen, en meegaan met wat het publiek wil (uitgaand van het verleden). Bijvoorbeeld, veel toneelstukken brengen systematisch verlies op, maar je kunt zeggen dat het belangrijk is dat het toch wordt gepresenteerd. Men moet van alle soorten (hoogstaande) kunst kunnen proeven! Je kunt ook zeggen dat het een excuus is om slechte toneelstukken te maken. Waar ligt de grens?

In mijn ogen, is het publiek voor een groot deel te vertrouwen in wat goed is en wat niet, maar niet helemaal. Als jij iets hebt gemaakt, en je moet erbij zeggen dat het “een verhaal voor intelligente mensen is” of “dat je even door het begin heen moet, maar het einde is heel goed”, dan gaat het mis. Als mensen niet geïnteresseerd zijn in je verhaal, dan ligt het niet aan de mensen, maar is je verhaal niet interessant genoeg. In dat opzicht zou ik zeggen dat producties die verlies draaien simpelweg niet goed genoeg zijn, maar, er is nog een tweede aspect.

Smaken kunnen wel degelijk veranderen op basis van de maatschappij en cultuur. Ik kan het weten, want ik probeer al sinds mijn 12e de wondere wereld van websites bouwen te begrijpen. Vroeger was het voldoende om een soort van leesbare, oké website te hebben. Studies hebben aangetoond, echter, dat men tegenwoordig pagina’s niet meer leest, maar scant. Een website die er niet superhip en flashy uitziet wordt al snel saai, en een website die durft om een verdere investering te vragen (door middel van aanmelden, eventuele donatie of advertentie, het schrijven van een lang artikel zonder heel veel plaatjes) wordt snel weg geklikt. Dat is geen doemscenario – het is aangetoond dat het allang zover is.

Oftewel, je kunt een geweldig stuk schrijven, op een website die er geweldig uitziet, en men zal het alsnog heel snel scannen en concluderen dat ze echt niet zo’n heel stuk gaan lezen. (Natuurlijk, niet iedereen is zo, maar een heel groot deel van de internetgebruikers wel.) Ik vind dat geen fijne ontwikkeling, deels omdat ik er zelf ook onbewust aan mee ga doen. Ik heb hele interessante, handige artikelen weg geklikt puur uit gewoonte inmiddels. Ik train mezelf de laatste jaren actief om dit af te leren, en gek genoeg ben ik de laatste jaren ook duizend keer productiever en scherper geworden als ik iets doe.

Er zijn al ongelofelijk veel onderzoeken naar gedaan, en ze zijn het allemaal eens dat ons schermgebruik op zo’n beetje alle manieren schadelijk is. Waarom blijven mensen het dan toch doen? Omdat mensen niet altijd weten wat het best voor hen is. Of, anders gezegd, ze worden onbewust door groepsdruk en gewenning in een bepaald patroon gedrukt, en hebben geen manier om zelf te zien dat het niet de goede kant op gaat. En hetzelfde geldt ook voor theater.

Dus je kunt stellen dat we dingen moeten blijven maken die mensen in het vak als goed beoordelen, ondanks dat er weinig mensen op afkomen.

Hier is een idee: laat mensen zelf aangeven wat ze willen zien! Geef mensen wat uitleg over algemene genres en mogelijkheden, en laat ze aangeven waar ze het liefst naartoe gaan. Als je ziet dat 80% van je bezoekers graag een “avontuurlijke familiemusical” heeft, kun je Pippi Langkous er weer bij halen. (Of, en dit heeft mijn voorkeur, iets nieuws verzinnen.) Als je ziet dat maar 5% toe is aan een “zwaar toneelstuk over het leven van Willem van Oranje”, kun je het beter laten. Daarentegen, als 50% toe is aan een “avontuurlijke familiemusical over het leven van Willem van Oranje”, heb je misschien een ruwe diamant ontdekt, en is het waard om dit een keer uit te proberen. Het kan mislukken, maar kunst is toch gemaakt om steeds iets nieuws te proberen, niet om voor de zekerheid steeds maar hetzelfde te blijven doen.

Opmerking! Nu we het toch over Oranje hebben: hoe komt het toch dat Soldaat van Oranje nog steeds speelt, terwijl bij elk live TV-optreden de acteurs voor geen méter kunnen zingen? Zoek maar eens filmpjes van de UIT markt, of de musical awards, en ik verzeker je dat Soldaat van Oranje altijd wel een paar nieuwe noten vindt om te verpesten. (Hierbij moet ik wel zeggen dat ik de show nooit in het echt heb gezien, dus misschien zijn ze gewoon nerveus voor het TV-optreden. Of de akoestiek is heeeel anders in de zaal waar zij altijd spelen. De zaal is daar zo gebouwd dat hij meteen autotunet.)

Opmerking! Daarnaast is marketing trouwens een grote factor. Mensen komen niet naar voorstellingen als ze niet weten dat ze bestaan. Mensen komen ook niet naar voorstellingen als ze de reclame ervan zien, en denken “ziet er slecht uit”. Niemand denkt “poeh, dit ziet er saai uit, maar ik zal erheen gaan want misschien is het expres misleidend en is dit stiekem de beste productie van het jaar! En ik ga dat niet missen!”

Je ziet eigenlijk nauwelijks reclame voor theater voorbijkomen. Alleen op TV voor hele grote producties. Met daaroverheen een paar zinnen als “LAATSTE KANS” en “SPEELT NOG MAAR TOT SEPTEMBER”, om vervolgens in september te zien “NU ECHT DE LAATSTE KANS” en “SPEELT NOG MAAR TOT VOLGEND JAAR SEPTEMBER!”.

Beleving

Het grote voordeel van theater tegenover film, is de beleving. (Om diezelfde reden gaat men bijvoorbeeld nog naar de bioscoop, in plaats van even te wachten en de film thuis te kijken.)

Het verhaal speelt zich live, voor je ogen af. Je zit in de zaal, omringt door anderen, omringt door het geluid. Soms komen de acteurs zelfs de zaal in, of spelen in op iets wat gebeurt. Je kunt kijken naar wat je wil, de lichten kunnen een mooi effect creëren, je kunt desnoods gewoon even heerlijk ontspannen in de lekkere, zachte stoel.

Maar het allerbelangrijkste is dat het echt gebeurt. Hoezeer we ook misschien anders zouden willen, een film voelt niet hetzelfde als theater. Op diezelfde manier voelt een echt persoon knuffelen anders dan een teddybeer knuffelen, of voelt in een echte auto rijden anders dan een spelletje spelen waarin je autorijdt. Wij voelen dit verschil aan alles, wij voelen dat het echt is, en dat maakt theater een hele andere beleving dan film.

Dát is de reden dat theater moet blijven. Ik heb wel eens in het theater gezeten, en dat kippenvel op mijn armen stond van hoe mooi iets was. Dat heb ik nooit gehad bij een film. (Misschien is mijn smaak qua films slecht, wie weet.)

Ik ben zelf dan ook een groot voorstander van echt de zaal bespelen (dus zo veel mogelijk over de hele zaal spelen en dingen laten gebeuren, zodat mensen er echt in zitten). Daarnaast hou ik van improvisatie, want dat maakt elke voorstelling natuurlijk helemáál anders. Maar dat is een beetje veel gevraagd van de meesten.

Opmerking! Wat ik dan altijd minder leuk vond, is als ze mensen uit het publiek gaan halen. Ik had daar nooit zin in, en was best wel bang om uitgekozen te worden. Gelukkig heb ik geleerd dat je altijd nee kunt zeggen. Je kunt je hoofd schudden, eventueel “nee” zeggen, en blijven zitten. De meeste artiesten zullen dat gewoon begrijpen en diegene naast jou pakken.

Klein maar Fijn

Als we het toch hebben over beleving, moet ik erbij zeggen dat ik hou van kleinere, integere voorstellingen, en ook van kleinere zalen. Vaak wordt theater opgeblazen tot gigantische proporties, met zang, dans, geschreeuw, en alles erop en eraan. Ik heb het idee dat het een soort overcompensatie is voor dingen die niet goed genoeg zijn :p Van die extreem pompeuze musicals hebben vaak totaal geen meeslepende verhaallijn of muziek, en moeten het daarom van het spektakel hebben. (De verwarringstactiek: “kijk een vogel!” en iedereen kijkt naar je vinger, maar vergeet op het belangrijkste onderdeel te letten.)

Wat hebben kleinere zalen daarmee te maken? Nou, we waren ooit (met de middelbare school) op excursie naar Londen, en als laatste gingen we daar ’s avonds naar een musical. (Daarna gingen we lekker in de bus terug naar huis, om doodmoe en uitgeput om 10 uur ’s ochtends thuis te zijn. Maar we moesten wel halverwege de busrit wakker worden voor de boot.) Die zalen in Londen waren gigantisch. Echt gigantisch. Dus de muziek moest heel hard staan om iedereen te bereiken. Het haalde alle magie van het toneelstuk weg – het leek meer een mislukt rockconcert – en ik viel de hele tijd in slaap omdat mijn oren op een gegeven moment alleen nog maar een zachte ruis gaven.

(Het leukste wat ik me herinner is dat we in de rij stonden, en discussieerden over iets typisch Nederlands. We kwamen ergens niet uit, en ineens draaiden de twee mannen voor ons om, en begonnen in het Nederlands antwoord te geven op een paar best ingewikkelde maatschappelijke kwesties. Nederlanders in het buitenland zijn leuker, op de een of andere manier. Toen we in Rome ook ineens andere Nederlandse scholieren tegenkwamen leek het ook alsof we de laatste levende dodo hadden gevonden.)

Daarnaast is het een hel om te zitten in die grote zalen. Om bij jouw stoel te komen moet je de hele tijd mensen indringend aankijken, totdat ze chagrijnig uit hun stoel komen. En sommigen hebben je niet in de gaten, waardoor je uiteindelijk moet vragen of ze alsjeblieft op willen staan. Wat ze dan weer mokkend doen. En dan zit je eindelijk in je stoel, komt er nog een groep van 8 mensen nét te laat binnen, waardoor ze struikelend en beukend in het halfdonker over jou heen proberen te klimmen. Want natuurlijk zitten net die mensen in het midden.

Als ze ooit een manier uitvinden om een mooie zaal te bouwen, maar toch mensen zonder problemen naar hun zitplek te krijgen, dan ben ik een fan.

De toekomst?

Eigenlijk zit het hem allemaal in die beleving. Ik weet zeker dat er nog veel dingen te bedenken zijn om die beleving te veranderen, en hopelijk verbeteren. Virtual reality? Andere (technologische) trucjes tijdens voorstellingen? Stoelen bouwen die kunnen meebewegen (om het een soort 4D voorstelling te maken)? :p

Het makkelijkst, echter, is de beleving veranderen buiten de zaal om. Ik ging vroeger altijd graag naar de Efteling, ondanks de lange wachtrijen en/of hoofdattracties waar ik toch niet in mocht, omdat het park gewoon zo fijn was.

Dat kan met theater ook. Maak het lekker warm en knus binnen. Zet gezellige banken en tafeltjes neer. Zet een piano neer met ‘play me!’. Zet ergens een stapel snelle kaart- of bordspellen neer, of zet een tafelvoetbaltafel/tafeltennistafel neer. Bedenk een compleet overbodige maar grappige manier om mensen hun pauze door te laten brengen.

Speel Efteling-deuntjes terwijl de bezoekers een uur lang door een gestileerde wachtrij lopen (het liefst terwijl iemand zegt “de dappere ridder die de draak verslaat, ontvangt duizend en een dukaat!”). Als je dan toch bezig bent, maak twee wachtrijen voor de zaal en laat de bezoekers ondertussen via schermen tegen elkaar een spel spelen.

Maak een frisbee- of squashruimte om stoom af te blazen. Ontwerp een tropische ruimte waarin men lekker in hangmatten kan liggen of kinderen zandkastelen kunnen bouwen. Leg desnoods kaartjes op tafel met super vreemde sociale opdrachten (“zoek een man met een vierkante bril, roep dan heel hard ‘DE GEIT IS GEMOLKEN!’, en geef hem de volgende opdracht”)

Hoe dan ook, je kunt van een productie méér dan alleen die productie maken. Als theater ingezet wordt als gigantische beleving, is het in mijn ogen veel beter/leuker/effectiever dan film (of welke andere kunstvorm dan ook). (Zo zou je bij die avontuurlijke familiemusical over Willem van Oranje het hele theater kunnen vullen met attributen en weetjes, zodat de kinderen meteen de museumtour over Willem gehad hebben.)

Conclusie

De eerste conclusie is dat ik specifieker moet zijn als ik concepten opsla op dit blog. Ik heb het idee dat dit artikel compleet naast mijn originele idee van anderhalf jaar geleden zit.

De tweede conclusie is dat ik denk dat theater echt wel iets te bieden heeft, en een toekomst heeft, al zal het wel altijd lastig zijn om de balans te vinden. Het is niet iets wat je volgens een formule altijd precies goed en interessant genoeg kunt houden. (Of wel … als wiskundige vind ik daarop misschien ooit het antwoord. Als mens dat toevallig veel naar het theater gaat ook. Het maakt niet uit als welke persoonlijkheid ik het antwoord vind. Als ik als geit de zin van het leven ontdek, ben ik ook tevreden.)

De derde conclusie is dat men beter moet omgaan met subsidie, en meer moet kijken naar wat mensen waarderen, en hoeveel mensen ergens op afkomen.

De laatste conclusie is dat het theater moet blijven vernieuwen, zowel qua producties als de algehele beleving, als het relevant wil blijven. Want anders wordt het inderdaad ingehaald door alle andere kunstvormen.

Verder ben ik trots op ons; op dat we nog veel naar theater gaan. En dat er toch wel regelmatig nog iets nieuws en heel goeds wordt gemaakt. Go Nederland! (Beetje ironisch nu eigenlijk dat ik het artikel “El Theater” heb genoemd. Ach ja, je kunt niet alles hebben. Volgens mij deed ik dat omdat ik net naar Snorro was geweest, wat een grappige variant op Zorro is, en dus in de Spaanse mood was.)

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *