Omdat je nooit weet wanneer je het nodig gaat hebben

Hoe kan je valsspelen op school voorkomen?

Onlangs kwam ik een forum tegen waar iemand deze interessante vraag stelde: “What is a loophole you’ve exploited for years until somebody found out?”

Een gigantisch deel van de antwoorden ging over school. (Voornamelijk middelbare school en universiteit.)

Iemand ontdekte dat je met minder moeite alsnog genoeg credits kon halen. Iemand ontdekte hoe je de helft van de tijd kon spijbelen zonder dat iemand het merkte. Iemand ontdekte hoe je gratis voedsel uit de voedselautomaten in de kantine kon krijgen :p

Veel van deze “loopholes” zijn niet ingewikkeld of moeilijk te zien. Sterker nog, als je ze leest, kan je alleen maar denken: “hoe dacht die school ooit dat deze regel of dit systeem ging werken!?”

Het eerste gevolg is natuurlijk dat deze gaten in het systeem jarenlang blijven bestaan voordat iemand het opvalt. Misschien valt het nooit op en wordt het “toevallig” opgelost.

Het tweede gevolg is dat leerlingen hier misbruik van zullen maken. Dat is een garantie.

Het is regel één van de psychologie: mensen zullen het gedrag vertonen dat hen met de minste moeite het meeste oplevert. Zelfs als dat gedrag idioot is. Zelfs als het “niet hoort”, zelfs als mensen weten dat het verkeerd is.

Ik weet dat ik het heb gedaan, hoewel niet in zulke extreme mate als sommige anderen. Leerlingen hebben een hekel aan school en willen er niet zijn. Dus als ze een manier zien om minder werk te hoeven doen, om gratis betere punten te krijgen, om te kunnen spijbelen, dan zullen ze die pakken.

(Daarom gebruik ik het woord “valsspelen” in de titel, want het gaat niet alleen over bijvoorbeeld “spieken”.)

Het probleem is natuurlijk dat school hierdoor werkelijk alle waarde verliest. (Voor zover het iets van waarde overheeft.)

Cijfers zijn behaald met trucjes, geen weerspiegeling van wat iemand wist op dat moment. Iemand krijgt een 10 voor huiswerk, ook al heeft diegene niks gemaakt en het gewoon overgenomen van iemand anders. Om een online vak te halen moet je altijd aanwezig zijn, maar iemand schrijft doodleuk een script om te doen alsof diens computer actief met de les is verbonden.

Wat is de oplossing?

Dus hoe voorkom je dit? Hoe bedenk je een systeem dat niet vol “loopholes” zit waar leerlingen gebruik van zullen maken?

Tja, het antwoord is eigenlijk simpel. Ik heb het al gegeven.

Het is regel één van de psychologie: zolang de mogelijkheid bestaat om vals te spelen, zullen leerlingen het doen. Geen hoeveelheid straffen, of boze preken, of extra regeltjes en systemen, gaat dit oplossen. Je kunt mensen nou eenmaal niet dwingen om te doen wat jij wilt doen, en dat moet je ook niet willen. Als het al lukt, is dat niet iets goeds, maar iets zeer kwalijks, want het betekent dat je iemand zwaar ongelukkig maakt en als een slaaf behandelt.

Een paar voorbeelden

Dus de eerste oplossing is natuurlijk om géén mogelijkheid tot valsspelen toe te staan.

Is dat haalbaar? Niet echt. Je kan het proberen. Dat is dan ook wat heel veel docenten doen.

“Iedereen moet een essay schrijven over een passage van deze dichter. Maar geen twee personen mogen dezelfde passage pakken! En het moet in je eigen woorden!”

“Je mag niks meenemen naar de toets, om spieken tegen te gaan. Geen etui, geen drinkfles, geen tas, geen mobiel. Dat wordt allemaal gecontroleerd en geheel buiten de klas gelaten.”

“Jullie huiswerk bestaat uit digitale quizjes. Ik wil dat je vóór zondagavond een screenshot maakt van je resultaat als bewijs dat je de quiz hebt gemaakt!”

“Aan het begin van de les loop ik door de klas en ik wil al jullie schriften zien! In je eigen handschrift, alle opdrachten, netjes genummerd en uitgewerkt! Als ik ook maar denk dat je van iemand anders hebt gekopieerd, krijg je strafwerk!”

Maar dit werkt niet. Het is symptoombestrijding. Misschien heb je, tijdens het lezen, al meerdere manieren bedacht om dit te omzeilen.

Wat is een “passage”? Wat is de definitie van “in eigen woorden”? Kunnen twee vrienden exact hetzelfde stuk pakken, maar persoon A plakt er nog een zinnetje voor, en persoon B nog een zinnetje achter. Ta da, anders!

Er zijn zoveel meer manieren om te spieken. Je hebt de bekende verhalen van meisjes die het onder hun rokje plakken (of, als ze echt durven, iets in hun beha steken). Kan dit natuurlijk niet persoonlijk bevestigen, want ik ben geen meisje, maar vriendinnen bevestigen het wel. Ik had op de middelbare school een “Scrabble” shirt met allemaal letters, daar kan je ook wel wat mee. Je kan van tevoren iets op de muren kliederen en dan daar in de buurt gaan zitten.

En als het digitaal/op afstand wordt, is werkelijk alles mogelijk. Iedereen kent Photoshop. Leerlingen kunnen véél beter digitaal overweg dan hun docenten. Plaatjes, filmpjes, screenshots, het is geen bewijs voor wat dan ook.

(Laatst schreef ik een anekdote over de verplichte “Professionele Vaardigheden” op mijn studie. En hoe iedereen de regels niet volgde en met minimale moeite alsnog dit essentiële onderdeel haalde, want het was simpelweg niet te controleren. Een goed voorbeeld uit de echte wereld van hoe onmogelijk het is.)

Hoe moet het dan wel?

Ik maak al mijn hele leven spellen, waarbij je dus probeert om simpele regels te vinden die géén mogelijkheid tot valsspelen geven. Ik denk hier veel over na.

En ik kan géén manier vinden om zelfs de simpelste schoolzaken waterdicht te krijgen.

Ooit interviewde ik een oud-klasgenote van mij (voor een boek dat ik schreef, lang verhaal). Zij vertelde over een vriendin, die op een andere school zat, die simpelweg alles weigerde dat school opdroeg. Ze kwam opdagen — ze voldeed aan haar leerplicht — maar deed niks anders. Ze maakte lawaai, verstoorde de les, deed geen huiswerk of toetsen, en als een docent haar eruit stuurde bleef ze doodleuk zitten.

Wat is de oplossing? Die is er niet. (Haar fysiek uit het lokaal sleuren is twijfelachtig qua succes, en definitief verboden qua legaliteit.) Je kan een mens niet 100% forceren iets te doen dat ze niet willen doen.

Als mensen al iets doen, dan is het expres de hakken in het zand zetten. Veel “rebels” gedrag van veel jongeren is niets anders dan een reactie op alle onzin die hen wordt opgedrongen: “oh, jij wilt me dwingen om dat en dat te doen? Dan ga ik expres niks meer doen.”

En als je een regel niet met zekerheid kan toepassen, dan is het geen regel. Als een systeem ontworpen om kinderen tot gehoorzaamheid te dwingen niet altijd werkt, dan is het geen (functionerend) systeem.

(Verbaast me altijd hoeveel mensen dit oprecht niet snappen. “Nee nee, het is een goede regel, als die ander nou eens zou luisteren en het van mijn kant zou zien!” Nope, dan is het dus geen goede regel. Dan is het een zwakke suggestie, en we weten wat daarmee gebeurt.)

Misschien zie je de conclusie al aankomen. Misschien ben je nog steeds aan het nadenken over manieren om situaties als hierboven wél waterdicht te krijgen.

Maar de onvermijdelijke logische stap moet nu toch gezet: valsspelen op school is niet te voorkomen zolang het systeem, dat afhangt van externe motivatie en straffen, hetzelfde blijft.

Als iemand iets niet wil doen, er geen daadwerkelijke beloning is aan het einde van het werk, gaat diegene het niet doen. Eerste regel van de psychologie. De enige manier waarop leerlingen doen wat je wilt, is als het de moeite waard is en zij het ook willen.

Ergens een straf opzetten zorgt voor het “hakken in het zand”-verhaal. Ergens heel veel regels en restricties opzetten maakt het onnodig moeilijk en overweldigend, wat ook de kans op uitvoering vermindert, en meer als uitdaging wordt gezien door leerlingen.

Lijnen, geen regels

Eén van de belangrijkste dingen die ik leerde over spellen bedenken (naast de “eerste regel van psychologie” natuurlijk) is de volgende uitspraak: “je moet geen regels opleggen, maar lijnen trekken”

Een vaak gegeven voorbeeld is de 100 meter bij atletiek. Waarom lopen de sporters niet over iemand anders z’n baan? Waarom houden ze anderen niet tegen? Waarom blijven ze netjes in hun baan? Zijn er regels die dit verbieden of proberen te voorkomen?

Nee. Er staan lijnen. Hun enige taak is: “loop als snelste van de start naar de finish in jouw baan”. Eén simpele regel zorgt ervoor dat al die manoeuvres, zoals buiten je baan rennen, niet zijn toegestaan. En daarvoor hadden we niet eens tientallen regeltjes en straffen nodig!

Maar er is nog een tweede reden: de snelste manier is toch echt om rechtdoor te rennen en binnen je baan te blijven.

De sporters willen rechtdoor rennen, want dat is de snelste route. Het is zinloos om iemand anders te hinderen, want er zijn nog een stuk of acht anderen die dan sowieso sneller zijn dan jij.

Hoe kunnen we dit relateren aan het onderwijssysteem?

De lijn die is er al. Scoor genoeg voldoendes om door te gaan naar het volgende jaar.

Het probleem is dat school ook probeert om te controleren en dirigeren hoe je naar die lijn komt of hoe je ermee omgaat. Het laat de lijn niet op zichzelf staan, maar gooit er allerlei regels en systemen overheen.

Ik kon bijvoorbeeld al heel goed Engels, omdat ik al jarenlang programmeerde en daardoor veel Engels las/schreef. Dus ik had het doel al behaald: met mijn huidige vaardigheden haalde ik het examen met twee vingers in de neus.

Mocht ik vrij nemen? Mocht ik wegblijven van het uurtje Engels? Stoppen met huiswerk of toetsen maken? Natuurlijk niet! Dat was verplicht, en werd streng gecontroleerd, en zelfs zoiets als het juiste boek vergeten mee te nemen zou straf opleveren.

Het enige resultaat is dat ik jarenlang vele uren per week heb verspild met onzin, terwijl ik tijdens de les Engels uit frustratie met anderen ging kletsen en rotzooien, en waar mogelijk dus heb valsgespeeld.

Niet omdat ik het niet kon. Niet omdat ik een of andere recalcitrante puber was. Maar omdat geen enkel mens meer dan minimale moeite zou doen voor iets zinloos dat je hen verplicht te doen. De eerste regel van de psychologie. (Ik heb al mijn diploma’s bijna cum laude gehaald, mocht dat helpen bij het argument.)

Hoe pas je dit toe?

Stop daarmee. Zo simpel is het.

Er is geen manier voor leerlingen om vals te spelen, als er geen bergen aan zinloze regels zijn die je moet breken of omzeilen.

Als het niet verplicht is om huiswerk te maken (en straf oplevert als je het niet doet), hebben leerlingen geen enkel motief om het van elkaar over te schrijven of de docent voor de gek te houden.

Maar zodra een leerling over de lijn dreigt te gaan, zodra een leerling onvoldoendes blijft halen en dreigt te blijven zitten, zal diegene zelf de motivatie krijgen om meer moeite te doen. Tevens hebben ze geen motief om vals te spelen, maar juist een sterk motief om helemaal zelf dat huiswerk goed te maken.

Natuurlijk kan je nu opwerpen: “dat is erg optimistisch, wat als de leerling die motivatie nog steeds niet krijgt? Dáárom moet er verplichting zijn! Dáárom moeten we straffen!” En dan wil ik je graag opnieuw herinneren aan de eerste regel.

Hoe groot is de kans dat iemand van 15 niet gemotiveerd raakt als diegene dreigt te blijven zitten, maar wel gemotiveerd én eerlijk wordt als je gaat dreigen, straffen en hen als slaaf behandelen? Hakken in het zand. Valsspelen. Nogmaals, die lijn van “diploma halen/overgaan of blijven zitten” bestaat al en is behoorlijk sterk, er zijn geen andere regels of verplichtingen nodig.

En die lijn kan ook op kleinere schaal toegepast.

Leerlingen hebben geen motief om te spieken op schriftelijke klassikale toetsen … als die er niet zijn.

Leerlingen hebben geen motief om in de klas lawaai te maken en de boel te verstoren … als het niet verplicht is om in de klas te zitten en het hen vrij staat om iets anders te gaan doen.

Trek een lijn. Een lijn die leerlingen willen halen, een lijn die, zonder onduidelijkheid, zegt wat er gebeurt aan de ene kant en aan de andere kant. Dat is het enige dat je hoeft te doen.

En je kan het ook omdraaien. Als jij een opdracht bedenkt, en leerlingen gaan vals spelen om het te halen, is dat niet de schuld van de leerlingen. Dat is jouw schuld. Je hebt een slechte opdracht bedacht, leer ervan, volgende keer beter. Als je een verkeerde lijn hebt getrokken, kan je hem heel makkelijk uitgummen en een betere trekken. Dat is véél lastiger als het een heel systeem aan regels betreft.

Dit heeft erg veel overlap met opvoeding. En dat is dus vervelend, dat ons schoolsysteem niets anders is dan een manier om kinderen gehoorzaam te maken. Maar voor nu is het wel de beste manier om het te begrijpen. Een kind kan niet te veel op diens smartphone zitten als je niet voor je peuter een smartphone koopt. Je kan een kind belonen met een snoepje, elke keer als diegene iets goeds doet, maar zodra de snoepjes wegvallen … zal het kind simpelweg stoppen dat gedrag te vertonen.

Iets moet uit mensen zelf komen. Ze moeten het zelf willen, er daadwerkelijk iets voor terugkrijgen, begrijpen waarom ze iets zouden moeten doen. Alleen dan wordt het gedaan zonder valsspelen en zal men het blijven doen, zelfs als de externe beloningen of straffen wegvallen.

Voorbeelden

Om af te sluiten zal ik wat waargebeurde voorbeelden geven.

Digitaal Huiswerk

Eén van de eerste vakken aan de universiteit had elke week digitale huiswerkopgaven. Het was zeker 30-60 minuten werk, telde redelijk zwaar mee voor het punt. Maar iedereen deed het, van begin tot eind, zonder gemopper.

Waarom? Als je moeite deed, bleef proberen tot je het goed had, kon je er een 10 voor halen. En dat telde zwaar voor je punt, dus moeite doen werd daadwerkelijk beloond met iets waardevols.

Merk op dat dit niet verplicht was. Het werd niet gecontroleerd hoe je het maakte, wanneer je het inleverde, of je het überhaupt ooit bekeek. Er waren geen regels, er was slechts een lijn: je cijfer voor deze opgaven telt X% mee bij je eindpunt. Klaar.

Maar gingen mensen dan niet valsspelen? Nee. De toetsen waren zodanig opgezet dat de vragen konden worden “randomized”. De getallen en grafieken waren steeds anders. Dus je kon elkaar helpen met hoe je het moest aanpakken (wat dan ook veelvuldig werd gedaan, en natuurlijk geen slechte ontwikkeling is), maar uiteindelijk moest je het helemaal zelf bedenken en maken.

Dit is hoe je het doet. Zo krijg je een stel 18-jarigen enthousiast over het (eerlijk en individueel) maken van moeilijke wiskundesommen.

Dit is ook een gouden tip natuurlijk: alles kan je “randomizen”, als je er slim over nadenkt, of genoeg opties biedt. Als jij honderd verschillende vragen invoert, maar leerlingen hoeven er maar tien te beantwoorden (die willekeurig worden gekozen), loont het niet meer om te proberen vals te spelen.

De beste docente

In de vijfde klas kreeg ik een nieuwe docente voor “Algemene Natuurwetenschappen”. Ze had blijkbaar best wat (belangrijk) werk verricht in haar vakgebied, en we vroegen ons allemaal af waarom ze in hemelsnaam in ons kleine prutschooltje was gaan werken, maar het was duidelijk dat ze wist wat ze deed.

Ze had schijt aan hoe school dingen regelde. Ze behandelde lessen de helft van de tijd meer als colleges (ze gaf een goede presentatie voor een half uur, iedereen maakte notities, klaar), en de andere helft van de tijd maakte ze het praktisch en deden we iets compleet onverwachts.

Maar nog belangrijker is dat je niet hoefde te komen. Ze zei het keer op keer. “Als je hier niet wil zitten, als je iets beters te doen hebt, alsjeblieft, blijf weg. Je bent niet verplicht. Waarom zou je hier moeten zitten? Wat voor goeds levert dat op?”

Het is zó simpel. Het grootste deel van de leerlingen kwam nog steeds, want ze moesten die voldoendes halen. (De lijn! De lijn!) En ze gaf gewoon goed les. Altijd was er wel een handjevol dat wegbleef, omdat ze dan eerder naar huis konden, of gewoon moe waren en toch niet konden opletten.

Het is verbazingwekkend hoe “goed” het gedrag van leerlingen wordt als je hen niet behandeld als slaven die moeten gehoorzamen. Als je één duidelijke lijn trekt, en de rest is compleet vrij.

Ik moet nu altijd denken aan iemand die was blijven zitten van het jaar voor ons. Hij was klaar met blijven zitten en wilde nu vooruit met zijn leven. Dus heel vaak was hij degene die zorgde voor stilte en aandacht, als de docent niet in staat was om de leiding te pakken.

Hij vond het leuk om keihard in z’n handen te klappen als hij het genoeg vond. Dat maakte zooooo’n indruk op mij. Een grote stoere jongen van (bijna) 18 die ziet dat de incapabele docent het niet voor elkaar krijgt, en dus maar zelf de leiding neemt en zorgt dat iedereen stil wordt, want hij wil wél dingen bereiken. Dat kan dus ook! Leerlingen die het uit zichzelf opnemen voor docenten en orde houden!

Voorproefje van examen

Bij enkele vakken zei de docent, keer op keer, dat het examen niets meer was dan een herhaling van de stof uit het huiswerk.

Je kan wel raden dat dit een enorme motivatie geeft om het huiswerk te maken, en ook serieus te maken. Ook al was het wederom niet verplicht. Huiswerk werd niet gecontroleerd, telde niet zwaar mee voor je punt, niks van dat alles. Het kon de docent niks boeien of je het huiswerk maakte.

Maar deze simpele lijn — “het examen bestaat grotendeels uit huiswerkvragen” — was genoeg.

En in dat soort gevallen heeft het dus ook geen zin om het van iemand anders te kopiëren, of het af te raffelen. Er is geen enkel motief om zoiets te doen. Je hoeft er ook geen extra regels voor te bedenken.

Je kan nu opwerpen: “ja, maar, dan is het examen waardeloos, want het test alleen of je het huiswerk hebt gemaakt!”

Wat enerzijds natuurlijk de hele bedoeling is van het examen: testen of je iets begrijpt van wat er is behandeld. Vind het compleet belachelijk dat de meeste docenten denken dat je in het examen iets compleet nieuws moet vragen dat men nog nooit heeft gezien, want “anders is het te makkelijk”.

Anderzijds zijn examens sowieso waardeloze momentopnames die niks anders testen dan je kortetermijngeheugen, so who cares?

Creatieve Projecten

Als mensen de keuze hadden, zouden ze vrijwel allemaal iets creatiefs gaan doen. De wens om onszelf te uiten, om dingen te bedenken, problemen (creatief) op te lossen, zit diep in ons.

En dat merk je ook wanneer school een creatief project opgeeft. Zelfs leerlingen die niet bekend staan als “creatief”, vinden het leuk en doen ineens hun best.

De projecten waar de hele klas het hardste voor werkte, waren projecten die slechts één simpele opgave hadden en je verder compleet vrij lieten qua invulling.

“Beschrijf de historie van A, in welke vorm je wilt.”

Eén keer schreef ik, samen met een vriend, een moordverhaal om dit werkstuk heen. Was hartstikke leuk, kostte veel meer tijd dan ik er anders in had gestoken. En die vriend van mij was helemáál niet creatief aangelegd, maar vond het geweldig om mee te doen.

Een andere keer maakten we een “trailer” voor een film over ons onderwerp, waarna we die film gingen naspelen als toneelstuk in de klas. We kregen een 9,5. Ook al hadden wij vooral een weekend rotzooi geschopt en een slecht script geschreven, de pure passie en plezier die we erin legden waren genoeg voor een heel hoog punt.

Oftewel, in de meeste gevallen zal men meer moeite doen dan strikt noodzakelijk. En het enige dat je hoeft te doen, als docent, is controleren of ze in jouw ogen aan die ene simpele opgave hebben voldaan. De lijn die jij trekt.

Andere “regels”, zoals een woordenlimiet, strakke vormgeving of punten die ze moeten aanstippen, zullen deze creativiteit weghalen (en dus hun motivatie en de kans dat ze echt moeite doen), maar geen enkele extra “zekerheid” geven over hoe goed ze dat ene onderwerp hebben bestudeerd.

Kinderen en jongeren willen gewoon leven. Ze willen dingen leren, kunnen, bereiken. Als school zou ophouden met denken dat ze vooral moeten gehoorzamen en hele systemen bedenken in een nutteloze poging valsspelen te stoppen … zou het nog iets kunnen worden met de volgende generatie.

Er zijn (nog) geen reacties.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.