Omdat je nooit weet wanneer je het nodig gaat hebben

Schrijftip: alle leeftijden aanspreken

Ik ben in het algemeen iemand die verhalen niet alleen voor een specifieke leeftijd wil schrijven. Mijn kinderboeken zijn denk ik ook prima te lezen als je wat ouder bent. Mijn volwassen literatuur zijn ook prima jongerenboeken.

Maar dit was altijd meer een wens dan een vereiste. Mijn laatste project — De Levenssaga — moest voor alle leeftijden zijn. Het zijn korte moderne sprookjes, die ik supersprookjes ben gaan noemen, die zowel kinderen als volwassenen een goed fantasy verhaal moeten geven.

Ik koos hiervoor om twee redenen:

  • Het is een nogal innovatief project en ik denk dus dat het qua marketing helpt als het een grotere groep aanspreekt.
  • Het is ook een erg groot project, waarvan ik denk dat het in potentie héél goed kan worden, dus ik wil zoveel mogelijk mensen een kans geven om ervan te genieten, anders voelt het zonde.

Dus de laatste maanden heb ik deze verhalen flink verbeterd en ondertussen onderzoek gedaan hoe je voor alle leeftijden schrijft. Dit onderzoek bestond ook uit het bekijken van bekende reeksen (zoals Harry Potter of Discworld) die succesvol alle leeftijden aanspraken.

In dit artikel deel ik mijn bevindingen!

Stap 1: schrijf een goed verhaal

Het verbaast mij keer op keer dat schrijvers denken dat ze een verhaal dom en simpel moeten maken als het voor kinderen is. Ze zullen letterlijk expres een goed verhaal pakken en het slechter maken.

Er is geen verschil tussen kinderen en volwassenen in hun vermogen om het concept van een verhaal te begrijpen en ervan te genieten. Het is niet alsof kinderen in eerste instantie geen enkele spanning voelen bij verhalen, maar als ze door de puberteit gaan dan komt dat ineens.

Kijk maar naar Harry Potter. Het eerste deel doelde origineel op tieners, en dat is een verhaal vól complexe elementen, een andere wereld, mensen die doodgaan, de mishandeling van Harry door zijn pleeggezin, ga zo maar door. Kinderen kunnen zo’n verhaal lezen en begrijpen, net zo goed als volwassenen.

Dus de eerste stap is om je best te doen een goed verhaal te schrijven.

Denk niet dat het “simpeler” moet voor kinderen, of meer “voorspelbaar” of “repetitief”. Ja, maak het simpeler als dat het verhaal ten goede komt. Nee, niet alleen maar doen omdat je denkt dat het nodig is voor kinderen

Ik stel voor in het algemeen al je aannames over wat je perse met een verhaal moet doen, om wat voor reden dan ook, weg te halen. Focus op een goed verhaal vertellen, de rest komt later.

Stap 2: kinderen zijn volwassenen zonder ervaring

Natuurlijk zijn er verschillen. De grootste twee zijn:

  • Kinderen hebben niet de levenservaring van volwassenen
  • Met name de frontale kwab in de hersenen van kinderen is nog niet klaar met ontwikkelen

Gebruik universele ervaringen

Kinderen zijn niet dommer dan volwassenen. Ze zijn niet een soort slap aftreksel van een volwassene, die niks aan kunnen en elk willekeurig verhaal maar accepteren, en ik vind het schandalig dat velen er zo over denken.

(Als je dit blog volgt, ken je mijn hekel aan het onderwijssysteem, waarin kinderen praktisch als domme slaven worden behandeld. Ouders vinden het helemaal prima om hun kind te verplichten jarenlang alles te doen wat school vraagt en daar hun jeugd aan op te maken. Draai het eens om. Hoeveel volwassenen zouden die onzin accepteren? Hoe zou het klinken als mensen zeiden “joh die Peter moet niet zo zeuren, hij is maar een volwassene en moet gewoon even tien jaar lang doen wat wij hem commanderen”?)

Nee, kinderen missen slechts ervaring en vinden misschien andere dingen belangrijker.

Sommige ervaringen zijn universeel en maak je van jongs af aan mee, zoals vriendschap, de band met je ouders/familie, nieuwsgierigheid.

Andere ervaringen krijg je pas later en misschien alleen als je ervoor kiest. Denk aan politiek, belasting, het enorme belang van geld en inkomen, zelf vader/moeder worden, klaar zijn met school en een carrière moeten kiezen.

Je moet niet verwachten dat een kind een verhaal leest waarin dit soort ervaringen cruciaal zijn :p Want ze herkennen het niet, zonder uitleg snappen ze het misschien niet, en voor hen zijn dit saaie dingen zonder spanning.

Dus als je een universeel verhaal wilt, gebruik slechts universele ervaringen als de basis. Meer specifieke ervaringen mogen er best bij, maar alleen als sausje ernaast, niet het hoofdgerecht.

Denk wederom aan Harry Potter. De boeken zijn bijna compleet te reduceren tot: vriendschap, mysteries ontrafelen, en opgroeien. Allemaal dingen die iedereen kent en begrijpt.

Rowling had ervoor kunnen kiezen om één boek een verhaallijn te geven over, weet ik veel, financiële problemen bij het Ministerie van Magie. Je kan daar vast veel conflict, drama en mysteries uithalen. Het zou kinderen nogal verward achterlaten.

Gebruik misschien iets meer stappen in je plot

Het feit dat de hersenen van kinderen nog niet volgroeid zijn, is in mijn ogen minder belangrijk. Ik hoor wel eens mensen zeggen dat de frontale kwab verantwoordelijk is voor gevolgen begrijpen en logisch nadenken. En dat, om die reden, kinderverhalen zwaar moeten worden versimpeld en alleen kortetermijnconflict hanteren.

Dat is niet waar, het is een zwaar versimpelde weergave.

Natuurlijk begrijpen kinderen gevolgen! Ze weten (na één keer proberen) dat hun hand in een vuurtje houden pijn zal doen, dus daarna doen ze het niet meer. Ze weten dat als ze nu op de fiets stappen, ze over tien minuten op school staan. Het is bizar om te doen alsof kinderen gevolgen van acties niet begrijpen totdat ze achttien zijn :p

De frontale kwab is vooral verantwoordelijk voor lange termijn planning en consequenties van acties. (Logisch denken moet je leren, dat krijg je niet als cadeautje in je hersenen als je ouder wordt.)

Hoe kan je hiermee rekening houden?

Door je plot op te delen in meer stappen, die eventueel net iets meer worden uitgelegd.

Als jij in hoofdstuk twee iemand iets laat zeggen, en pas in hoofdstuk vijftien blijken uit het niets allerlei consequenties van die actie, dan denk ik dat je kinderen inderdaad kwijtraakt.

Maar als je het opdeelt in stukjes, om de paar hoofdstukken het volgende stapje vertelt, dan begrijpt iedereen het prima.

Op dezelfde manier moet je niet karakters laten wachten tot iets gebeurt, of plannen dat ze in de verre toekomst wat gaan doen. Laat dingen waar mogelijk direct gebeuren, karakters waar mogelijk direct actie ondernemen.

Maar in mijn ogen zijn dit algemene schrijftips! Dus in zekere zin is schrijven voor kinderen altijd een goede oefening.

Stap 3: beloof het juiste aan je lezer

De marketing en eerste hoofdstuk van boeken moeten overuren draaien. Je moet de lezer allerlei dingen vertellen, zoals waar het verhaal over gaat, waarom het spannend zou moeten zijn, maar vooral ook voor wie het is bedoeld.

Kinderboeken hebben vaak van die zinnetjes die specifiek gericht zijn op kinderen. Grappen die echt alleen een klein kind aanspreken. Hele korte zinnen met veel uitroeptekens of woorden die lollig klinken. Ze beginnen daarmee omdat het aanspreekt bij kinderen én omdat het dus laat zien wat voor boek het is.

Andersom zal een volwassen verhaal beginnen met een langer hoofdstuk, met langere zinnen en moeilijkere woorden, met een probleem dat misschien complexer is om in eerste instantie te begrijpen. Zo signaleer je ook aan je lezer wat voor boek ze kunnen verwachten.

Als je universeel wilt schrijven, moet je dus niet per ongeluk de verkeerde beloftes maken. Geen zinnetjes, zeker niet aan het begin, die iemand heel duidelijk het idee geven “dit is een kinderboek” of “dit is voor volwassenen”.

Eén van die korte verhalen begon bijvoorbeeld met een hele simplistische uitleg van de situatie: er was lange tijd vrede, nu werd het onrustig, het ging oorlog worden tussen de dieren. Dit stukje straalde zo’n energie van “volwassene legt een concept heel simpel uit aan een klein kind en vertelt je precies wat er gaat gebeuren”. Het is heel passend voor een kindersprookje, maar daardoor zal een volwassen lezer dit snel wegleggen met het idee “dit is niet voor mij”.

Dus voor al die korte verhalen ging ik op zoek naar een openingszin, een openingsparagraaf, die op een intelligente manier iedereen aanspreekt.

Voor dit verhaal werd het bijvoorbeeld: “De uilen hadden niet de schuld, maar ze kregen wél de schuld.”

Kind of volwassene, het idee van “schuld krijgen” is bekend, en ongeacht je leeftijd heb je nu de vraagmaar waarvan kregen ze de schuld?”

(Merk op dat de rest van het verhaal dus niet veranderde. Het was simpelweg een verandering in het imago dat je met je eerste hoofdstuk afgeeft.)

Overigens maak je onbewust ook beloftes op een andere manier. De thema’s die je kiest voor je verhaal. Het plot, de karakters, het tempo. Kijk naar boeken die je écht alleen als kinderboeken zou beschouwen en kijk welke elementen jou zo sterk dat idee geven. Probeer dat vervolgens zelf te voorkomen :p

Stap 4: versimpel je taal, maar niet te veel

Een gebrek aan ervaring betekent ook een gebrek aan vocabulaire. Dus maak je zinnen korter en gebruik bekendere woorden.

Maar je kan ook te ver gaan. In mijn originele edit van deze verhalen was bijna elke zin gereduceerd tot een soort telegramstijl. (“Hij liep naar de rand. Zijn vleugel sloeg de boom. Twee konijnen schoten langs.”)

Hoewel het heel duidelijk is, leest het niet lekker. Het geeft een soort gehaast gevoel, alsof je door het verhaal heen probeert te racen. En dat is logisch, want ultrakorte zinnen gebruiken schrijvers meestal alleen tijdens actiescenes als dingen snel en in paniek gebeuren.

Op dezelfde manier kan je best woorden gebruiken die een kind misschien niet kent. Dat is nou juist het hele idee: dankzij de context, dankzij het verhaal eromheen, leren ze wat die woorden betekenen. Je moet het alleen niet te veel doen, want dan wordt de context dus óók onduidelijk.

Als je kijkt naar de zinnen in Discworld en Harry Potter, zie je dat ze allesbehalve kort zijn. Soms gaan ze héél lang door, met bijzin na bijzin. Maar dit werkt omdat de zinnen zelf simpel zijn.

Het voorbeeld hierboven is makkelijk tot één duidelijke zin te maken, omdat de losse zinnetjes zo duidelijk mogelijk zijn. (“Hij liep naar de rand, sloeg zijn vleugel tegen de boom en bekeek twee konijnen die langs hupsten.”)

Dus bij twijfel, schrijf alles in eerste instantie in telegramstijl, maar verander het naar iets dat meer vloeit en zingt als je de tweede versie doet.

Stap 5: kinderen lezen graag oudere leeftijden

Volwassenen maakt het niet zoveel uit. Het is niet alsof ze een boek oppakken en denken “de hoofdpersoon is 34? Maar ik ben 40! Tja, dit kan ik niet lezen.”

Maar kinderen kijken volop vooruit en zijn veel met leeftijd en ontwikkeling bezig. Ze willen graag lezen over personages die ouder en verder zijn dan zij, niet personages die naar hun idee in hun verleden liggen.

Dus dan heb je twee opties.

  • De leeftijd van je hoofdpersonages is onbekend of vaag.
  • Maak al je hoofdpersonages ouder dan je denkt, richting jongvolwassenen, als je een grote groep kinderen wilt aanspreken.

Bij mijn korte verhalen wordt de leeftijd van personages nooit genoemd. Er is ook geen enkele andere maatstaf, want de wereld werkt niet zoals de onze (waarin je bijvoorbeeld tot je achttiende verplicht naar school gaat), en de hoofdpersonen zijn steeds andere diersoorten. Ik probeer simpelweg een goed personage te schrijven, die eventueel wat jeugdige trekjes heeft of een element dat kinderen zou aanspreken.

Ik moet toegeven dat dit een uitzonderlijke situatie is. (Wederom een reden waarom ik De Levenssaga universeel wilde maken.) Als jouw karakters wél mensen zijn, en wél in (ongeveer) onze wereld leven, is het lastig om leeftijd irrelevant en onduidelijk te maken. Dan kies je dus iets oudere personages voor de zekerheid, zolang ze nog wel redelijk jong zijn en mogelijkheid tot groei hebben.

Conclusie

Dus dat zijn mijn gedachten over universeel schrijven. Samenvattend:

  • Schrijf je beste verhaal, denk niet dat je iets moet doen of laten vanwege een leeftijdsgroep
  • Baseer je grotendeels op universele ervaringen en hak je plot in directe stukjes
  • Wees bewust van je beloftes aan de lezer en maak er geen die je doelgroep vastleggen
  • Versimpel taal door duidelijke zinnen, niet perse alleen maar korte zinnen of bekende woordjes
  • Voornamelijk kinderen willen oudere leeftijden lezen, dus maak leeftijd onduidelijk of hoger dan je denkt

Het is niet makkelijk. Het heeft nadelen. Door niet specifiek op één groep te richten, zal je dus minder effectief je doelgroep(en) aanspreken. Er zijn bepaalde verhaallijnen of scenes die ik héél graag wilde hebben, maar die gewoon niet kunnen in De Levenssaga, als ik het universeel wil houden.

Maar ik denk dat het mogelijk is. Ik denk dat meer verhalen het moeten doen en die beweging is al een beetje in gang gezet. Steeds meer volwassenen lezen “Young Adult” boeken en de zogenaamde schaamte daarover is ook wel verdwenen.

Een goed verhaal is een goed verhaal. Het is zonde als je het vastzet op een leeftijd en de rest de deur uit duwt. Ik vind Game of Thrones geweldig, ik vind tevens Avatar (de geanimeerde serie van Nickelodeon) een meesterwerk. Een goede animatiefilm voor kinderen kan mij net zo ontroeren als de film About Time (waarover ik laatst een recensie schreef).

Zoals de schrijver van “His Dark Materials” zei (ik parafraseer): “ik ga mijn boeken nooit indelen in jongensboek of meisjesboek. Wat is het nut? Het enige dat je doet is iemand met interesse, iemand die misschien zou genieten van mijn verhalen en wereld, de deur in de neus dichtgooien en zeggen dat dit niet voor hen is. Ik schrijf boeken.”

Er zijn (nog) geen reacties.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.