Omdat je nooit weet wanneer je het nodig gaat hebben

Spelrecensie: De Zoektocht naar El Dorado (999 games; 2020)

Ah! De oude meester Reiner Knizia is weer terug!

Het blijft me verbazen hoe ongelofelijk productief deze man is en hoeveel spellen hij heeft bedacht die klassiekers zijn geworden. En hij lijkt alleen maar beter worden. (Wat overigens weer laat zien dat je beter wordt door iets gewoon heel erg vaak te doen.)

Het mag geen verrassing zijn dat ik het spel El Dorado al een tijd volgde en meteen wilde proberen toen hij in Nederland uitkwam. Dat ging niet, want hij was direct uitverkocht, maar nu zijn we een tijd verder en schrijf ik deze recensie.

(Sinds de komst van internet én de stijging in populariteit van de bordspelhobby is dit een standaard patroon geworden. Een bekend of prijswinnend spel waait over naar Nederland? Het is al uitverkocht voordat het er is :p)

Ik heb het spel inmiddels een heel aantal keren gespeeld en kan zeggen dat het inderdaad een geweldig spel is!

★★★★★★★★★☆

Gestroomlijnd en simpel, mooi op tafel, met snelle beurten die toch altijd interessant zijn en je vooruit helpen. Elk onderdeel van het spel lijkt perfect op elkaar te passen, en precies zo simpel als het moet zijn, waardoor dit spel werkelijk voor iedereen een aanrader is. Mijn minpuntjes zijn slechts klein en misschien zelfs alleen van toepassing op de groepen waarmee ik speel.

Zoals altijd, schrijf ik deze recensies vooral vanuit mijn persoonlijke visie als spellenmaker. Ik zal dus benoemen wat de goede kanten zijn, wat je daarvan kan leren, en een aantal leuke anekdotes geven die mijn recensie ondersteunen.

Wat is het idee?

Iedereen is op expeditie door de jungle en probeert als eerste de stad El Dorado te vinden!

Het bord bestaat uit een aantal zeshoeken (vol vakjes) die je aan elkaar legt tot een parcours. Iedereen begint naast elkaar aan de linkerkant, en de eerste persoon die z’n poppetje helemaal naar rechts heeft gekregen (op El Dorado) wint!

Hoe verplaats je jouw poppetje? Nou, als je over water wilt, speel je een waterkaart uit je hand. Wil je door het bos? Speel de boskaart. Wil je door de steden? Je raadt het al: speel die kaart.

Hoe verder je komt, hoe hoger de getallen op de vakjes. Dus waar je eerst met een boskaart van waarde 1 over alle bosvakjes kon, moet je nu ineens eentje met 2 of 3 hebben!

Dus hoe kom je aan die betere kaarten? In plaats van te bewegen, kan je kaarten ook gebruiken om nieuwe kaarten te kopen. Op sommige kaarten staat letterlijk een munt: dat is hoeveel ze waard zijn. Alle andere kaarten zijn altijd een halve munt waard.

Ta da, dat zijn (bijna) alle regels van het spel!

De pluspunten

Dit is waarom het spel, in mijn ogen, bijna perfect is:

  • Extreem makkelijk te leren. Iedereen krijgt zelfs een eigen spelerstableau waarop de uitleg hierboven ook staat, met icoontjes en alles. Ik kan bijna die tableaus uitdelen en zeggen “dit is een nieuw spel, kijk naar je tableau, spelen maar!”
  • Beurten zijn snel. Je hebt altijd maar vier kaarten in je hand, die je heel duidelijk voor twee dingen kan gebruiken. Een beurt kan makkelijk maar 5-10 seconden duren (“ik beweeg met deze, met deze twee koop ik dat uit de markt, klaar!”) Zelfs mensen die normaal gesproken té veel nadenken en rekenen, zullen worden afgeremd. Want hoe hard je ook probeert, als je drie waterkaarten in je hand hebt maar geen water in de buurt, moet je wel kiezen voor kopen (ipv bewegen).
  • Altijd interessant. Elke keuze maakt uit, want je hebt maar zo weinig kaarten, en nóg minder in de hand. De beste zet was nooit “overduidelijk”. En als ik niks nuttigs kon doen, was dat altijd mijn eigen domme schuld, want ik had bijvoorbeeld te veel boskaarten gekocht (terwijl ik daar pas in het volgende stuk overheen moet).
  • Elke strategie is een poging waard. Je kunt snel racen: speel de hele tijd direct de kaarten die je hebt om te bewegen. Je kunt expres achterop raken, maar ondertussen sparen voor een flinke eindsprint. Je kunt mensen blokkeren, je kunt gaan voor de grotten met speciale krachten, enzovoort. Het spel heeft genoeg balancerende onderdelen om iedereen een kans te geven, zelfs als iemand een flinke voorsprong lijkt te hebben.
  • De combinatie “deck building” en “racing” is briljant.* Eigenlijk bijzonder dat het niet veel eerder/vaker is gedaan. In computerspellen weten ze dit namelijk allang: je kunt altijd je auto, of je machine, of je karakter upgraden zodat hij sneller, behendiger, sterker, etcetera is. Daar komt veel van het plezier vandaan: iets opbouwen waarvan je daarna de vruchten kan plukken.
  • Het marktsysteem is ook briljant. Omdat alle kaarten minstens een halve munt waard zijn, kan je zelfs met de slechtste hand nog iets van een strategie uitvoeren. Omdat kaarten altijd twee functies hebben, twijfel je elke beurt over je beste zet. Maar dat komt niet omdat je wordt tegengehouden of gestraft door het spel. Nee, je kan alleen maar beter en sneller worden, wat je ook doet! En dat is een geweldig gevoel.
    • En als we dan toch bezig zijn, is zelfs de markt briljant. Als één stapel op is, mag de volgende die iets koopt kiezen welke nieuwe stapel er komt. (Dus je kan strategisch wachten tot iemand anders een stapel opmaakt, en dan zelf bijvoorbeeld de “pionier” beschikbaar maken, omdat je binnenkort door heel veel bos moet.) Hiermee wordt de markt automatisch aangevuld, en worden kaarten steeds sterker gedurende het spel, maar je behoudt zelfstandige keuze en meerdere opties.
  • Thema en ontwerp passen goed. Het is gewoon heel intuïtief om over die borden te bewegen, door verschillende landschappen, als een expeditie. Past perfect bij de rest van het spel en nodigt ook uit om te spelen.
  • Tweespelervariant staat op zichzelf. De tweespelersvariant is gewoon net zo goed als met andere spelersaantallen. (Dat geldt zeker niet voor alle spellen.)
    • In mijn tweespelerpotjes zaten we verrassend vaak in elkaars weg. (Je kan niet op een vakje staan waar al iemand anders staat.) Het was echt veel interactiever en spannender dan je zou denken, afgaande op de grootte van het parcours.

*Wat is een “deck building” spel? Dat betekent dat iedereen begint met dezelfde (kleine) stapel kaarten, maar gedurende het spel dus steeds méér en bétere kaarten in de hand krijgt. (Je bouwt je deck dus uit.)

*Wat is een “racing” spel? Nee, het is niet een spel met raceauto’s. Het betekent simpelweg dat je wint als je als eerste op de eindbestemming komt. Dus het hele spel is een “race”.

Ja, ik ben behoorlijk positief over het spel. Maar ik durf dit allemaal te zeggen, omdat ik alle vertrouwen heb dat dit spel bij jouw spelersgroep — wat voor spelers het ook moge zijn — op z’n minst een klein succesje is. Bij mij thuis wilden zelfs mensen die niet bepaald “de grootste fan” zijn van bordspellen, dit spel nog een keer spelen.

Online zeggen mensen dingen zoals “oh maar het spel is niet vernieuwend, al die onderdelen bestonden allang” en “oh weer een expeditie door jungles met schatten, wat cliché”. Maar ik weet niet hoe ze denken dat zoiets een argument tegen een spel is. Kunst werkt met imitatie en iteratie. De reden dat dit spel zó gestroomlijnd en perfect is, komt juist doordat het leert van alle spellen die ervoor kwamen.

Minpunten

Hieronder mijn minpunten voor dit spel, waarbij ik opnieuw zeg dat het dus vooral kleine persoonlijke dingetjes zijn.

  • De titel en voorkant geven sommige mensen het verkeerde idee. Bij mij thuis dachten ze direct: “oh weer een of ander spel over territorium uitbouwen/kolonisatie/verovering”, en wezen het in eerste instantie resoluut af. (Maar ik heb het er doorheen geduwd, waar iedereen achteraf heel blij mee is :p)
  • Een iets grotere variatie qua kaarten, tegels en landschappen was fijn geweest. Maar goed, dat hebben ze dus bewaard voor de uitbreidingen. Hopelijk komen die snel in Nederland uit.
  • Een significant aantal potjes had toch een winnaar die minstens een hele zeshoek voorstond, of één duidelijke verliezer die minstens een hele zeshoek achterstond. Achteraf gezien kan ik aanwijzen waardoor het kwam, maar het liefst wil je natuurlijk dat een spel het onmogelijk maakt.
    • Die winnaar had een extreme mate van geluk.
    • En die verliezer had het hele spel zo’n instelling van “aaah wat een stom spel, ik sta achter, ik doe geen moeite meer” — en dat is gewoon een probleem met die persoon, dat doet hij bij alle spellen, zelfs als hij wint of het heel leuk vindt.
  • De muntenstrategie lijkt dominant, maar dat kan ik niet met grote zekerheid zeggen. (Als je aan het begin van het spel flink investeert in muntkaarten, kan je veel duurdere dingen kopen halverwege, en zo in de laatste beurten ineens het halve bord oversteken met je goede kaarten.)
    • Tegelijkertijd zit hier ook een balans in: koop er teveel en je kunt geen kant meer op met je stapels munten middenin het water. Dus misschien was de strategie toevallig een paar keer goed uitgevoerd.

Maar meer kan ik echt niet bedenken. Natuurlijk, voor sommige spelers waren er nog kleine onduidelijkheden, maar die waren opgelost door de regel een keer te herhalen en kwamen verder niet voor.

Ik wilde in eerste instantie nog iets zeggen over het ontwerp van de kaarten: “oh, hadden ze niet de basiskaarten kunnen aanmerken zodat je ze sneller terugvond? En duidelijk kunnen aangeven wanneer iets de prijs was van een kaart, en wanneer het de muntwaarde was?” Maar na het spelen van meer potjes en de spelregels een paar keer nalezen … blijkt dat hiermee allang rekening was gehouden :p Ik was gewoon te gehaast tijdens mijn eerste regeluitleg.

Voor wie is dit spel?

Iedereen! Jong, oud, spelfanaat, toekomstige spelfanaat, het maakt niet uit. Werkelijk iedereen waarmee ik het speelde begreep het meteen en zei tijdens (of na) het potje “goh dat is echt een leuk spel”.

Dat is bijzonder, kan ik je vertellen. Als je mijn andere recensies leest, zal je zien dat écht niet elk spel voor iedereen geschikt is. Maar bij deze durf ik het wel te zeggen.

Conclusie: de beste 20-25 euro die je kan uitgeven aan een bordspel (van gemiddelde lengte, met genoeg diepgang).

Wat leren we hiervan?

Dit zijn de grootste lessen die ik haalde uit dit bordspel:

  • Alles kan simpeler en gestroomlijnder. Er zijn veel mensen die dingen zeggen, als ze een spel niet leuk vinden (of niet begrijpen), als “ja het is gewoon een moeilijk spel” of “ik hou niet zo van competitieve dingen” of “bordspellen zijn niet zo mijn ding”. Het is gewoon niet waar. Een spel als deze bewijst dat je iets leuks, diepgaands, serieus kan maken zonder dat het enorm complex, langdradig, en overweldigend is.
  • Combineer twee genres. Het kan bijna een soort challenge worden. Pak twee willekeurige genres, combineer ze, en kijk wat eruit komt. Voor je het weet ontdek je iets geweldigs.
  • Maak alles (dubbel)nuttig. Als je spel kaarten gebruikt, zorg dan dat ze niet maar één specifieke functie hebben. (Dan is het ook niet echt een spel met keuzees en strategie; dan is het domweg “welke kaarten krijg ik toevallig in de hand?”) En als het kan, zorg dan dat alle functies op alle momenten nuttig kunnen zijn.
    • Ander voorbeeld: stel je spel gebruikt een speelbord, zorg dan dat elk vakje waarop je kan landen twee dingen kan bereiken, die je allebei op een andere manier zullen helpen.
  • Het is niet “stom” om de voorste te hinderen en de achterste te helpen. Niet zolang je het goed integreert met het thema en de regels. In dit spel, bijvoorbeeld, zitten er “blokkadestroken” tussen alle zeshoeken. De eerste persoon die daar langs gaat, moet óók over de blokkade. (Dit remt de voorste speler dus af.) Maar daarna krijg je wel die blokkade, die de winst kan betekenen in geval van gelijkspel.
    • Dit is overduidelijk een tactiek om mensen dichter bij elkaar te brengen.
    • Maar het is niet vervelend, omdat het perfect past bij het spel en wat je doet, en het levert toch een voordeeltje op voor die eerste speler.
  • Maak alles tastbaar, visueel en intuïtief. Het concept van “houten poppetje moet van A naar B om te winnen” is enorm intuïtief en begrijpelijk voor mensen. Als dat het doel van het spel is, als dat de actie is die je constant doet, wordt alles eromheen automatisch makkelijk om uit te leggen.
    • Bijvoorbeeld, je zou dit spel kunnen omzetten in iets dat met overwinningspunten werkt. Je doet het hele bord weg en geeft gewoon de speler die elke ronde de hoogste kaarten speelde een punt (of iets dergelijks). Degene met de meeste punten wint.
    • Het simuleert het idee van een race-spel … maar het is vele malen stommer en saaier.

Tot zover mijn gedachten over De Zoektocht naar El Dorado. Hieronder volgen enkele anekdotes of eerste gedachten die ik opschreef na een aantal potjes. (Niet allemaal, want ik wil ook een beetje in het moment blijven en gewoon losjes meespelen :p)

Anekdotes

Tweespelers (eerste potje)

Toch redelijk veel elkaar geblokkeerd. Als er één beurt meer was geweest, had ik gewonnen. Was altijd spannend, elke beslissingen, elke individuele kaart leek écht uit te maken.

Hoewel dat ook kwam door een vergeten regel van mijn kant. De schatkist kan je maar één keer gebruiken (daarom is hij ook zoveel munten waard), daarna moet je hem weggooien. Dat symbooltje had ik compleet over het hoofd gezien, dus mijn medespeler had al drie schatkisten voordat ik die regel oplas.

En tja, dan kan je niet zeggen “gooi je hele strategie en de helft van je deck weg” :p Dus hij mocht ze steeds opnieuw gebruiken, wat niet goed is voor de balans in zo’n spel.

Oftewel, lees gewoon de regels één keer goed door. En zeg tegen iedereen “dit is een eerste potje, het kan dat we halverwege ontdekken dat we iets verkeerd doen” Want zelfs na al die jaren, zelfs na al mijn ervaring met spelregels, ben ik ook nog menselijk en lees ik eens over dingen heen.

Vierspelers (op mijn verjaardag)

Het spel was snel uitgelegd. Zelfs aan mensen die weinig (van dit soort) spellen spelen en eerst wat sceptisch waren.

Uiteindelijk had iedereen erg veel plezier!

Er waren vele verhitte discussies, momenten waarop mensen toch op het laatste moment vol spanning iets anders kozen, blokkades ( = elkaar met je poppetje blokkeren) waren behoorlijk invloedrijk en veelgebruikt (maar zonder dat het vervelend werd). En dat was nog maar het eerste parcours, met de makkelijkste route en zonder de “uitbreidinkjes”!

Ik had dik verloren, maar dat was mijn eigen dikke schuld. Ik had te weinig geïnvesteerd in kaarten met hoge groene getallen, waardoor ik uiteindelijk met bergen goud zat, maar beurtenlang vaststond in de jungle.

Uiteindelijk won een andere speler met grote afstand. Mijn ervaring (tot nog toe) is dat dit spel vaak best wel een fotofinish heeft, dus ik was verbaasd door deze gigantische voorsprong.

Uiteindelijk, na wat denkwerk, kwam dit toch vooral vanwege een paar factoren die samenkwamen: één kaart op de markt werd bijna direct uitverkocht. Vervolgens pakte die speler, toevallig, al haar muntkaarten. Dus op haar eerste beurt, kon ze direct een hele waardevolle kaart van 4 goud kopen. De rest van het spel heeft ze met die voorsprong alleen maar méér uit kunnen lopen (altijd hogere getallen dan de rest, altijd meer geld, altijd de betere kaarten kopen).

Enerzijds is dat een klein beetje saai en demotiverend. Anderzijds heeft ze dat gewoon héél goed gespeeld en was dit zo’n enorm toevallige samenkomst van omstandigheden dat ik er wel langs kan kijken.

Eén van de spelers was een “team” van twee. Ze waren constant aan het discussiëren en wilden steeds allebei precies een andere actie doen. Uiteindelijk verloren ze best flink … en toen vertelden ze ons “oh oh, we hebben steeds gewoon onze volledige stapel kaarten bekeken en de vier kaarten gepakt die we leuk vonden?” Dat is dus niet volgens de regels! Doe dat niet! Het zou je een groot voordeel moeten geven, maar dit team … nee, dat had nooit gewonnen.

Vierspelers (met grotten uitbreiding)

De grotten zijn een geweldige toevoeging. Zorgen voor net die extra boost die je soms nodig hebt, geven je eigenlijk altijd een goed gevoel. (Wat je krijgt is altijd goed, en je vindt later wel een moment waarop die speciale kracht PERFECT uitkomt.)

Wel lijkt het alsof muntjes sparen, vooral aan het begin, een veilige en goede strategie lijkt te zijn. Tegelijkertijd, had ik dit potje ook redelijk wat geluk, en zat ik op het einde eventjes vast (omdat ik vooral geld had, en niks anders).

En twee van mijn medespelers hadden een wat onhandige instelling.

De ene bleef rustig “wachten” tot een andere speler uit de weg bewoog, waardoor ze letterlijk 4 beurten op rij niks deed!

De andere ging, vanaf het moment dat hij een paar vakjes achterstand, steeds zeggen “wat een stom spel” en “ik heb ook altijd pech” en “ik kan maar beter ophouden”

Uiteindelijk kwam die eerste nog best dichtbij. (Omdat ze eventjes kaarten had gespaard, en een plan had gemaakt, kon ze daarna veel inhalen. Dat is goed aan dit spel!)

De tweede … tja, met zo’n instelling ga je nooit beter spelen, alleen slechter. Dus die bleef inderdaad ver achter.

Desondanks — en dit is essentieel — had iedereen (inclusief die twee) plezier. Ze bleven constant in het spel, met hun gedachten bij het spel, en zelfs toen ik al gewonnen had wilden ze proberen om nog binnen te komen en kijken wie 2e, 3e, 4e werd. Dat is het teken van een goed spel.

Er zijn (nog) geen reacties.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *