Omdat je nooit weet wanneer je het nodig gaat hebben

Toetsmethodes die dus totaal niet werken

Ik ben sinds kort weer terug op de universiteit. En tot mijn grote teleurstelling is de situatie qua toetsen in de tussentijd niet echt verbeterd.

De onwetenheidstoets

Om de een of andere reden zijn heel veel docenten fan van de zogeheten “onwetenheidstoets” (ook wel de “zoek-het-zelf-maar-uit”)

Het idee is als volgt:

Hey iedereen, we hebben het de afgelopen weken gehad over onderwerp X. Weet je wat hier ook mee te maken heeft? Onderwerpen A, B, C, en D. Succes met de opgaven!

In plaats van de daadwerkelijke stof toetsen, willen de docenten het niet te makkelijk maken en toetsen ze iets geavanceerders dat we nooit hebben gehad.

Ik zal een voorbeeld geven.

Ik volg nu een vak Artificial Intelligence. Onze eerste opdracht was het maken van een damcomputer: een algoritme dat het liefst goed genoeg was om te kunnen winnen van een menselijke damspeler. De specifieke onderdelen waren als volgt:

  • Schrijf het algoritme dat we hebben behandeld in de les en leg dit uit ( = klein percentage van je punt)
  • Voeg verbeteringen toe: quiescence, transposition tables, obliged moves, heuristics, … ( = de rest van je punt)

Ik overdrijf niet als ik zeg dat dit de letterlijke instructie was. De opdracht had simpelweg een opsomming van een aantal termen die verder totaal niet (diepgaand) waren uitgelegd. Op de slides stond simpelweg dezelfde opsomming, zonder verdere instructie.

Oftewel, alles wat we hebben geleerd en geoefend in het college was totaal niet van toepassing. Je moest gewoon zelf, in je vrije tijd ofzo, bronnen zoeken en leren wat deze termen betekenden en hoe je ze kon inbouwen.

Wat is het doel hiervan? Waarom doen ze dit? Toetsen horen je begrip van het vak te toetsen – het zit ook een beetje in het woord. Ze horen niet te toetsen of je toevallig heel goed kunt Googlen en kunt ontdekken wat een aantal vage termen onderaan de slides betekenen.

De alles-of-niets toets

Het wordt nog erger: vaak worden dit soort toetsen gecombineerd met de “alles-of-niets toets” (ook wel de “zeg NEE tegen feedback en moeite doen”)

Laten we bij hetzelfde voorbeeld blijven. We kregen te horen dat ons punt afhing van een aantal “tests” die ze de computer lieten doen. We wisten niet hoe of wat, we wisten niet wat ze gingen testen of hoeveel “bedenktijd” onze damcomputer kreeg, we wisten niks.

Ik heb (samen met mijn groepsgenoot) behoorlijk hard gewerkt aan deze opdracht … en uiteindelijk een 3,9 gekregen. Nou, dat punt maakt me verder niet uit, het gaat me om het principe hier.

Dit lage punt kwam doordat het hele punt afhing van een stuk of 20 testjes: ze zetten een bepaalde opstelling neer en jouw algoritme moest dan de “beste” zet teruggeven. Je hoeft maar ergens een klein foutje te hebben, ergens code te hebben die nét te langzaam is of nét iets anders probeert te doen, en je mist al die punten.

We hebben onze damcomputer uitvoerig getest: hij was best sterk en deed redelijk intelligente dingen (met enkele beurten vooruitkijken en tactische zetten). Maar ja, omdat hij niet precies deed wat ze wilden, kregen we nul punten. Nul punten voor inzet, nul punten voor de code, slechts een handjevol punten voor het lange en gedetailleerde verslag.

Waarom doen ze dit? Wat leren mensen hiervan? Je wordt alleen beloond voor exact doen wat ze willen, en niet voor je leerproces of de gedeeltes die je wél goed hebt gedaan.

En als je het fout (of goed) hebt, heb je géén idee waarom, want de precieze tests en meetmethodes willen ze niet prijsgeven. (Want, ja, dat zou de studenten van volgend jaar een voordeel geven! Want elk jaar een paar nieuwe toetsjes bedenken is natuurlijk onbegonnen werk.)

Ik weet nog steeds niet wat we verkeerd hebben gedaan of hoe we het beter hadden kunnen doen. Ik heb nauwelijks iets geleerd wat met het vak of het eindtentamen te maken had. In plaats daarvan heb ik urenlang door Google pagina’s moeten spitten om te ontdekken wat transposition tables überhaupt zijn en wat je ermee moet doen.

Wat hebben we geleerd? Tja, alleen dat ik de volgende keer een stuk minder moeite ga doen.

Conclusie

Ik snap het niet. Waarom zou je toetsen maken die niet daadwerkelijk de stof leren en toetsen? Wat is het hele punt dan nog?

Naast het voorbeeld hierboven heb ik natuurlijk talloze andere voorbeelden.

Zo waren er veel vakken waarvoor geen antwoorden beschikbaar waren van oefententamens. Tja, dan kon ik wel die tentamens oefenen, maar ik kon niet controleren of ik het goed had, dus had ik er nog steeds niet veel aan. Vaak trokken ze diezelfde lijn dan door naar de huiswerkopgaven: “je hebt een 3 voor het huiswerk, maar we zeggen je niet waarom. Zo, nieuwe week, laten we doorgaan op het onderwerp van vorige week!”

Ik heb één van mijn vakken tweemaal opnieuw niet gehaald omdat de docent het leuk vond om door te vragen. Als je opdracht 1 niet (helemaal) wist, had je opdracht 2, 3 en 4 ook meteen fout, want daarvoor had je eerdere informatie nodig! (Al was het in dit geval wel heel lullig: ik had een 5,3 en 5,4 gehaald, terwijl in beide gevallen een 5,5 voldoende was.)

Het wordt nog erger: ik studeer wiskunde. (Ja, dat is al erg op zich, maar deze paragraaf gaat nog verder.) Daar moet je vaak dingen bewijzen. Om iets te bewijzen, moet je vaak tot een bepaald “inzicht” of “trucje” komen. Natuurlijk kun je dit ietwat trainen, maar je hebt nooit zekerheid. Of je ziet het trucje (in die drie uur die je hebt voor je tentamen), of je ziet het niet. Dus je kunt het hele vak perfect kennen en kunnen … maar toch een onvoldoende halen omdat je niet een Eureka-moment had waarbij je precies de juiste formule ontdekte.

Huh, wat bedoel je met trucjes/inzichten? Nou, stel je moet bewijzen dat A = B. Ik had een keer een tentamen waarbij je A en B allebei moest omschrijven naar iets anders wat er niet meer op leek. (Bijvoorbeeld, je hebt zoiets als Taylorreeksen, wat soms een andere manier is om een getal op te schrijven.) Vervolgens moest je inzien dat je die definities kon afkorten en kon samennemen aan één kant (zoiets als C + D = 0). En als laatste moest je inzien dat het resultaat toevallig weer een andere reeks was (in dit geval de sinus-reeks). Ja, je ziet het toevallig, of je ziet het niet. Ik wist heus wel wat Taylorreeksen waren, maar zoiets ga ik toch nooit uitvogelen op een tentamen met tijdsdruk? Dus daar gaat de helft van je punten.

Het is simpelweg oneerlijk en onpraktisch, maar toch blijft iedereen ermee doorgaan. Inmiddels is het haast een hemelse verademing als ik een vak heb dat wel fatsoenlijke toetsen en huiswerkopdrachten kan maken. Dan ga ik haast met hervonden plezier naar die toetsen toe.

Nou, dit was weer een nieuwe aflevering van “top 4 toetsmethodes waarmee je dus eigenlijk alleen toetst hoe goed iemand kan Googlen of hoeveel talent iemand al had voor het vak”. Tot de volgende keer!

 

Er zijn (nog) geen reacties.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *