Omdat je nooit weet wanneer je het nodig gaat hebben

Wat als toetsen en tentamens zouden verdwijnen?

Op mijn bureau staat een map met mijn diploma’s. De meest noemenswaardige zijn mijn diploma van de middelbare school (Gymnasium) en van de universiteit (Bachelor Technische Wiskunde).

Als ik daarnaar kijk, zie ik allemaal hoge cijfers achter vakken die ik allang ben vergeten. Ik heb blijkbaar goede punten gehaald voor Scheikunde, maar welke vraag je me ook stelt over dat vak, ik zou het antwoord niet weten. Ik heb sommige vakken van mijn studie bijna met een tien afgesloten, maar geef me een wiskundig probleem en ik ren gillend weg.

Iedereen is geobsedeerd met toetsen en de cijfers die je daarvoor haalt, terwijl de praktijk uitwijst dat ze helemaal niks zeggen. Om een goed punt te halen hoef je alleen maar wat informatie op te dreunen die je de dagen vantevoren in je geheugen hebt gepropt. Als de toets eenmaal is geweest, ben je alles kwijt, maar krijg je toch een diploma. Een diploma waarnaar iedereen kijkt en denkt: “Oh, hé, dat is het bewijs dat je dit allemaal kunt! Hier, jij krijgt een baan!”

Dus ik stel al jaren voor dat we toetsen uit het onderwijssysteem halen. Ze zijn zinloos. Onderzoek wijst uit dat ze niet adequaat vaardigheden controleren, niks communiceren over je voortgang of kunnen, en ook nog eens een negatief effect hebben op je prestaties.

(Lees bijvoorbeeld het boek Punished by Rewards. Of kijk even om je heen in de echte wereld. Of denk gewoon terug aan je eigen schooltijd en hoe nuttig dat allemaal was.)

En dan heb ik het nog niet eens over het feit dat de meeste dingen die je leert sowieso zinloos waren geweest, al had je ze volledig onthouden of begrepen.

Maar als ik dat zeg, komt er altijd dezelfde reactie: “Toetsen weghalen?! Ben je wel goed bij je hoofd? Dus jij stelt voor dat we alle kinderen zomaar een diploma geven? Dat we het enige middel weghalen waarmee we iedereen dwingen om tijd boven de studieboeken door te brengen?!”

Iedereen doet alsof een wereld zonder toetsen onmogelijk is. Ondenkbaar. Het zou een chaos worden, een anarchie! Alle kinderen zouden niks meer leren! We zouden niet kunnen controleren waaraan kinderen hun tijd besteden en of ze wel een vaardigheid hebben geleerd!

Oké, prima, laten we er eens naar kijken. Wat als we alle toetsen en tentamens weghalen?

Dit artikel is een kleine aanvulling op mijn Boek Tegen School, een gids voor kinderen en jongeren die wél iets willen leren en de negatieve gevolgen van het verschrikkelijke onderwijs willen beperken. Koop het boek als dit je iets lijkt. Of je kent iemand die het kan gebruiken!

(De reden waarom dit niet in het boek staat, was omdat ik ergens een grens moest trekken, want een deurstopper van 500 pagina’s is niet bepaald “makkelijk lezen”. Zeker niet voor jongeren. Dus op dit blog staan vele aanvullingen.)

Vraag 1: hoe controleren we of iemand iets kan?

Nou, revolutionair idee, je vraagt die persoon om datgene te doen.

Je wilt weten of iemand piano kan spelen? Vraag diegene om iets op de piano te spelen. Je wilt weten of iemand bepaalde soorten problemen kan oplossen? Geef diegene een probleem, wacht op een oplossing. Je wilt weten of iemand goed met taal om kan gaan? Vraag diegene een verhaal te schrijven.

Dit is natuurlijk ook een “toets”, want je toetst of iemand iets kan, maar het is van een hele andere soort dan waar iedereen aan denkt (en waarmee het onderwijs volzit).

Er zijn enkele belangrijke verschillen:

  • Er zit geen cijfer aan vast. Wat is het nut daarvan? Het is een arbitrair getalletje, bepaald door een paar docenten. (Degene die de toets opstelde en degene die hem nakeek.)
  • Het is geen momentopname; je hebt oneindig veel herkansingen. Als het niet lukt, krijg je feedback en wordt je aangespoord te blijven proberen, totdat het lukt.
  • Er wordt alleen gekeken of je iets kan. Er zijn geen andere feitjes die je moet opdreunen, rare regeltjes om aan te voldoen, ongerelateerde zaken die om wat voor reden dan ook een groot deel van je cijfer bepalen.

Op deze manier is het geen “toets of je binnen een uur kunt opschrijven wat wij vragen”, maar een “we kijken of je iets al kan, en zo niet helpen we je verder”

Maar er is natuurlijk nog iets veel sterkers, namelijk tijd. De meeste mensen krijgen een baan op basis van hun netwerk, hun vorige banen, hun portfolio, allerlei dingen uit hun verleden die laten zien dat ze iets kunnen.

Als iemand aan de slag gaat met een bepaald vakgebied, zal diegene over tijd dingen creëren. Diegene zal een spoor achterlaten van projecten, van werk, van mensen waarmee diegene heeft samengewerkt. Een spoor dat wel 5-10 jaar kan omvatten, met allerlei uiteenlopende prestaties. Dat is een veel sterker en consistenter bewijs van iemands kunnen, dan een eenmalige toets ooit kan zijn.

Oftewel, je wilt weten of iemand een goede wiskundige is? Vraag diegene om de laatste vijf projecten te laten zien waaraan hij of zij heeft gewerkt. Als dat niet kan, stuur diegene een probleem dat veel voorkomt bij deze specifieke baan, en kijk hoe diegene het aanpakt. (Hoewel ik het begrijp als je automatisch mensen negeert die geen enkele geschiedenis kunnen overleggen, zeker als je een groter bedrijf bent dat vele sollicitaties doet.)

Dat is alles wat je nodig hebt. Geen toetsen op de opleiding, geen diploma’s, geen willekeurige cijfers, geen informatie in je hoofd stampen die je nooit nodig hebt.

Het is belachelijk dat ik nog steeds op LinkedIn banen aangeboden krijg puur en alleen omdat mensen zien dat ik een wiskundediploma heb. Ik kan geen wiskunde. Ik zeg al jaren overal dat ik géén baan in de wiskunde wil, mede omdat ik er niks van bak. Maar die mensen doen niet dat kleine beetje extra onderzoek naar mij, mijn ervaring, mijn kunnen. Ze zien een diploma en — pats — hier heb je een baan die vaag gerelateerd is aan wiskunde!

Als ik iemand zou zoeken om mee samen te werken (bijvoorbeeld aan een computerspel), dan vraag ik diegene om een paar zelfgemaakte spellen te laten zien. Als diegene dat kan, en de projecten maken indruk, is diegene aangenomen, want dat is alles wat ik hoef te weten. Het feit dat iemand wel of niet een diploma informatica heeft is compleet irrelevant. Met 99% kans heeft diegene nooit echte computerproblemen opgelost, of een afgemaakt digitaal product afgeleverd, of een computerspel gemaakt.

Vraag 2: hoe dwingen we kinderen om te studeren?

Nou, eh, niet.

Wie de fuck zijn wij om elke volgende generatie te dwingen iets te doen waar ze duidelijk géén zin in hebben, ongelukkig van worden, en objectief grotendeels nutteloos is?

Ten eerste zijn mensen van nature nieuwsgierig. Wij zijn probleemoplossers. Die willen werken aan dingen, nieuwe informatie leren, ontdekken hoe iets werkt.

Als je kijkt naar jonge kinderen, zie je dat dit volop aanwezig is. Je hoeft hen niet te dwingen om een papier te pakken en hun ziel en zaligheid in een tekening te leggen. Je hoeft hen niet te dwingen om naar buiten te gaan en te rennen, de planten te onderzoeken, elk beestje te bekijken, te springen in waterplassen. Dat is niet aangeleerd, dat is niet “kinderachtig”, dat is de kern van mens zijn en dingen willen ontdekken.

Ergens verliest men dat. Waar? Ironisch genoeg is de grootste boosdoener het onderwijssysteem zelf. Door alle tijd en energie weg te nemen voor dit soort zaken. Door aan alles een cijfer te hangen en te zeggen “dit is goed, dat is fout”. Door elke vorm van experimenteren, ontdekken en fouten maken keihard af te straffen.

Dus nee, mensen hoeven niet gedwongen te worden om te studeren. Als iets interessant en zinvol is, zullen kinderen er vanzelf naar kijken en het proberen te begrijpen. Dus schotel ze interessante dingen voor. Spoor ze aan om een actief leven te leiden en elke dag zoveel mogelijk te doen en te ervaren. Sta achter hen als ze hun zoveelste rare projectje beginnen, of op het punt staan een grote fout te maken, of iets nieuws willen proberen.

De reden waarom pubers niet elke avond boven hun boek willen hangen, is omdat ze er niks aan hebben. Op dat moment niet en in de toekomst niet. Het heeft geen praktisch nut. Het heeft hun interesse niet. Het zijn geen onderwerpen die van pas komen in het echte leven, dus er is geen reden voor hun hersenen om hen te belonen voor die kennis.

Dus ik vind het onmenselijk om hen te dwingen daar toch hun hele jeugd aan te verspillen. Het is een schande.

Het onderwijssysteem mag best blijven bestaan. Het mag zelfs in deze vorm blijven, als mensen dat graag willen. Maar het moet een optionele toevoeging zijn. Iets dat kan helpen als je vastloopt, als je hulp wilt, als je daar zelf voor kiest. Als een gids die je soms weer even op het rechte pad zet, een mentor die feedback kan geven. Niet iets dat zichzelf 100% van de tijd opdringt.

Ik ben dit blog niet begonnen omdat iemand mij dwong. Niet omdat ik er een cijfer voor krijg, of een diploma, of geld, of wat dan ook. Ik deed het omdat ik dat wilde doen. Omdat schrijven me interesseerde en ik er beter in wilde worden. En nu, jaren later, is het een gigantische website die mij stiekem een duizend maal betere schrijver heeft gemaakt. (En dat zonder in de Nederlands les te zitten, zinnen te ontleden, of een “hoogwaardig literair boek” te lezen!)

Als je kinderen met extrensieke beloningen dwingt om iets te bestuderen, gaan ze het misschien doen, maar alleen tot zoverre als nodig. Ze zullen niet écht iets leren, niet trots zijn op hun prestaties, niet extra moeite doen om goed te worden. En als de beloning weg is? (Wanneer je dat diploma hebt en los bent van het systeem?) Dan stopt alles.

Opvoeding en omgeving

Overigens zijn er natuurlijk redenen waarom deze innerlijke motivatie kan verdwijnen, en manieren waarop je hem juist kan aansporen. Opvoeding is cruciaal. Het verbaast me hoeveel mensen daar niet serieus over zijn.

Kinderen die van jongs af aan de hele dag op een mobieltje spelletjes spelen, verliezen binnen de kortste keren de zin om iets anders te gaan doen. Het spelletje geeft constant directe beloningen, zonder enige moeite, en je kunt nauwelijks iets “fout” doen. (Dat zijn het soort trucjes waarmee die spellen verslavend worden gemaakt, overigens.)

Uiteindelijk gaat het allemaal over het creëren van een omgeving die géén afbreuk doet aan kinderen, en hen waar mogelijk ondersteunt. En ja, dat is niet makkelijk, of zwart-wit. Maar een systeem gebaseerd op toetsen is met zekerheid een hele negatieve factor die deze omgeving vernietigt.

Onderzoek wijst bijvoorbeeld ook uit dat je met toetsen de intrinsieke motivatie vernietigt. Dus iemand die eigenlijk heel graag tekende, omdat ze dat leuk vond en erin geïnteresseerd was, verliest die motivatie wanneer het ineens voor school moet en er een punt aan vast zit.

Vraag 3: maar sommige dingen moeten toch echt getoetst worden?

Meestal noemen mensen op dit punt het belang van basisvaardigheden als “taal” en “rekenen”. Die moeten toch zeker van jongs af aan worden aangeleerd? En een soort bewijs/controle hebben van iemands progressie? En je kunt dat toch niet anders toetsen dan met een schriftelijke toets?

En ja, het is ook een groot goed dat iedereen in dit land hierin wordt onderwezen. Ik zet ook geen vraagtekens bij deze vaardigheden op zich. De enige vraagteken die ik wederom zet is: werken de huidige methodes wel?

De “rekentoets” is inmiddels alweer afgeschaft omdat iedereen te slecht scoorde. Er is een groeiend analfabetisme in Nederland, met jongeren die niks meer lezen en zelfs de simpelste teksten niet meer begrijpen.

Dus heel leuk dat ze voldoendes halen op toetsen … maar het zegt dus niks over de realiteit. Het geeft de schooldirecteur een excuus om te zeggen “wij doen het perfect, al onze studenten scoren zeer goed!”, terwijl de kinderen niet daadwerkelijk iets leren.

En het is niet moeilijk te zien hoe dat komt. Op welke manier denkt men dat een schriftelijke toets ook maar enigszins een indicatie is van iemands kunnen? Hoe kan je de juiste vertaling van een woordje opschrijven of een simpele zin in de juiste stukjes hakken gelijkstellen aan een goede beheersing van een taal?

Wil je weten of iemand taal beheerst? Vraag diegene, keer op keer, om te laten zien dat diegene wel wat met taal kan. Laat kinderen zelf kiezen hoe ze dat doen. Geef ze geen cijfer, geef ze zinvolle feedback. Herhaal dit tot ze 18 zijn — en voila, moet je eens zien hoe goed ze kunnen lezen en schrijven.

Als mensen iets meer verstand hebben van onderwijs, geven ze vaak nog een vervolgargument. Iets als: “Oh maar, een tijd geleden las ik ook een artikel over dat rijtjes/tafels stampen veel betere resultaten gaf dan dingen zoals verhaalsommetjes. Dus ik vind het een hele mooie gedachte, Tiamo, maar in de praktijk werken de huidige methodes gewoon veel beter!”

Als je daar iets dieper induikt, zie je dat “betere resultaten” wordt gedefinieerd volgens de typische schoolmethode: een strakke schriftelijke toets die allerlei specifieke feitjes test. Ja, het is niet zo raar dat iemand die wekenlang tafels in z’n hoofd heeft gestampt, vervolgens beter scoort op een toets die je vraagt om de tafel van 7 op te dreunen.

Maar die persoon die alle tafels in z’n geheugen heeft gebrand, zal hopeloos zijn als een daadwerkelijk rekenprobleem zich voordoet.

En daarmee komen we bij de crux van het argument …

Leren is geen rechte lijn

Ik heb het al vaak gezegd, maar ik doe het lekker nogmaals, want zelfs ik vergeet dit nog wel eens in deze discussies.

Het laatste argument dat nu nog over is (voor toetsen en cijfers), is dat het een objectieve en precieze indicatie geeft van iemands voortgang en hoe hard iemand voor iets heeft gestudeerd.

Ten eerste: als de informatie op zichzelf zinloos is, en de toets slecht opgesteld, is veel studeren juist een slechte keus.

Maar ten tweede: dat doen cijfers dus niet.

Als iemand een 6 haalt voor Engels … wat zegt dat? Dat diegene een paar woordjes even niet naar boven kan halen, die toevallig cruciaal waren op deze toets? Dat diegene slecht had geslapen en daarom niet kon concentreren? Dat diegene nog vier andere toetsen had die dag en besloot deze te negeren, want ze stond best prima voor Engels? Dat de docent erg streng is en besloot voor elke spellingsfout een half punt af te trekken?

Dat die leerling de laatste tijd hard heeft gestudeerd om de past perfect te begrijpen, en daarom bij deze toets een paar keer in verwarring werd gebracht met de past simple?

Leren is geen rechte lijn. Informatie die je vandaag weet, kan je volgende week vergeten zijn. Je kan dagenlang studeren en iets nog steeds totaal niet begrijpen. Maar na de toets, als je er een weekendje over hebt geslapen, klikt er iets in je hoofd en begrijp je alles.

Je punt voor een toets geeft alleen aan waar je toevallig in je leerproces zat op dat moment. Het kan zijn dat je nog ver voor je piek zat, of er net overheen was. Het kan zijn dat al die uren studeren zich toevallig uitbetalen, maar met grote kans waren ze zinloos (want die ene toets zit vaak véél te dicht op de eerste introductie van de stof zelf).

Dus nee, als je cijfers gaat gebruiken als indicatie van hoe goed je bezig bent, wordt je alleen maar het bos in gestuurd. Je krijgt een compleet verkeerd beeld van wat je kan, wat je wel/niet begrijpt, of waaraan je nog moet werken. Een slecht cijfer werkt vooral demotiverend, een goed cijfer geeft motivatie om achterover te leunen.

En misschien had je maar één dag extra nodig, één nachtje slapen, één goed gesprek met een vriend over dit hoofdstuk, om van een 2 naar een 10 te gaan.

Leren is geen rechte lijn. Als je al op deze manier wilt toetsen, zal je zeer regelmatig kleine toetsjes moeten doen, en altijd denken vanuit het doel dat de leerling uiteindelijk iets begrijpt.

Conclusie

Dat is mijn (samengevatte) reactie op de vraag “wat als toetsen en tentamens verdwijnen?”. Je zou er niks mee verliezen, want het huidige systeem is ofwel neutraal ofwel nadelig.

Tegelijkertijd zou een systeem van constante praktische toetsing, inclusief die cruciale feedback en experimentatie, daadwerkelijk helpen met het leerproces en zorgen dat mensen iets kunnen als ze een diploma hebben dat zegt dat ze het kunnen.

Maar de grootste clue is natuurlijk dat de hele wereld dit allang weet. Als je een baan wilt, vraagt men doorgaans om ervaring en andere mensen die kunnen zeggen “hé, ja, die persoon kan wel wat”. Als je iets creatiefs doet, wil men een portfolio zien.

Als je bij een sport of vereniging gaat, verwacht niemand dat je twee lessen later geweldig bent — nee, men begrijpt dat het jaren van regelmatige training duurt om goed te worden in iets. Het maakt geen reet uit of je een diploma hebt, welke vakken je hebt gedaan, en welke cijfertjes daarachter staan. Het gaat erom of je kan wat je moet kunnen, en toetsen helpen niets met het verkrijgen, bewijzen, of communiceren van deze vaardigheden.

Zit je zelf nog in het onderwijs? En wil je meer concrete tips, inclusief voorbeelden, cartoons, en meer leuks? Geef dan mijn Boek Tegen School een kans.

Maar goed, dat is allemaal wat negatief. Dus laat ik afsluiten met mijn grootste tip voor mensen die wél iets willen leren.

De grote valkuil: vergelijken

Het gevaar van cijfers en diploma’s is dat je gaat vergelijken met mensen om je heen. Die ander scoort een 8 voor wiskunde, jij een 5. Dus die ander is slimmer, en beter, en verder. En jij bent slecht en “wiskunde is gewoon niet voor jou”.

Dat is een hele logische en veelvoorkomende gedachte. Maar het is zinloos, want hoe goed of slecht andere mensen zijn zegt natuurlijk niets over jouw kunnen. En het zegt al helemaal niets over jouw mogelijkheid om te groeien en in de toekomst beter te zijn.

Dus vergelijk niet met anderen, vergelijk met je vroegere zelf.

Het is het aloude kleuterargument: “maar zij deed dat ook, dus ik mag het ook doen!” Omdat iemand anders stiekem een koekje heeft gepakt, vinden mensen dat zij het ook mogen doen. Omdat andere mensen in je omgeving nog ongezonder eten dan jij, gebruik je dat als excuus om zelf ongezond te eten.

Maar het is onzin. De gezondheid van andere mensen zegt niks over jouw gezondheid. Het feit dat andere mensen iets doen of hebben gedaan, maakt het niet ineens “juist” of “acceptabel” of “moreel verantwoord”. Vele mensen hebben iemand vermoord, of iets gestolen, of door rood gereden. (Die zin begon heel heftig en toen zwakte ik hem af :p) Maakt dat het ineens oké om dat te doen?

Dus als je iets doet, kijk dan naar je vroegere zelf. Kijk of de dingen die je nu schrijft beter zijn dan wat je een jaar geleden schreef. Kijk of de tekeningen die je maakt, de muziek die je speelt, de sociale interacties die je hebt, wat dan ook beter is dan jouw vroegere pogingen. Want meestal is het antwoord ja, wat enorm veel zelfvertrouwen en positieve energie geeft. En als dat niet zo is, kan je makkelijk de punten zien waarop je moet verbeteren of iets nieuws proberen. (“Oh, ik zie dat ik nog steeds uit automatisme dit en dit doe. Laat ik dat vanaf nu anders doen.”)

En als je dan op social media zit, en je ziet een of andere kunstenaar de meest prachtige tekeningen posten elke dag, moet je dus niet denken “och zo goed word ik nooit, ik geef op”. Die persoon heeft waarschijnlijk al vele jaren ervaring die jij niet hebt. En zelfs al zou diegene jong en talentvol en wat dan ook zijn, het maakt niks uit voor jouw ontwikkeling.

Zoals de schrijvers zeggen: eyes on your own paper. (Wat ik vroeger — als een idioot — opvatte als een advies tegen spieken bij toetsen. Maar het betekent gewoon: de kwaliteit van jouw boek en schrijfwerk wordt niet beter door naar andere schrijvers te kijken en het op te geven.)

Vertaald naar het onderwijs: een goed of slecht cijfer zegt niks over jouw (toekomstige) kunnen, al helemaal niet in vergelijking met de cijfers van je omgeving, of de mening van je ouders over die cijfers.

Probeer gewoon elke dag een beetje beter te zijn dan je vroegere zelf. Dan komt alles goed.

Er zijn (nog) geen reacties.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *