[Aanvullende Informatie] Kapers van de Eenzame Kust

Leestijd: 15 (minuten)

Deze pagina bevat de geschiedenis/ontwikkeling van mijn musical “Kapers van de Eenzame Kust”, evenals aanvullende informatie om te helpen bij het opvoeren (zoals audities houden en zangles voor kinderen).

De hoofdpagina van deze musical (met natuurlijk de musical zelf en de bladmuziek) is deze: Kapers van de Eenzame Kust

Het ontwikkelingsproces

Ik vind het altijd leuk om te vertellen hoe iets tot stand is gekomen, dus dat doe ik hier.

De eerste versie

Voordat ik deze musical schreef, was ik bezig met een andere musical.. Ik leerde veel van dat proces en zat er helemaal in.

Mijn hoofd zat zó vol musicalideeën, dat ik op een dag in bed lag en in één klap het idee van deze musical in mijn hoofd kreeg. “De Kapers van de Eenzame Kust” – het klonk als een goede titel. Dat was niet het enige. Ik kreeg er twee nummers bij: het titelnummer (“De Kapers van de Eenzame Kust”) en “Hoor bij mij”.

Ik schreef de ideeën op, maar vond dat ik eerst mijn huidige musical moest afmaken. Gelukkig was de muziek voor die musical al af, dus alle nummers die ik vanaf nu schreef kon ik aan de Kapers geven. Binnen de korstste keren was bijna alle muziek voor de Kapers bedacht.

Als ik een nummer bedenk, komen de melodie en de tekst vaak tegelijkertijd in mij op. Door het schrijven van de muziek kreeg ik dus al een goed idee van waar de musical over zou moeten gaan.

Zodra die vorige musical af was, begon ik meteen aan deze. Ik hoefde eigenlijk alleen maar de scenes tussen de nummers te verbinden! Ik was heel enthousiast, wat betekende dat ik binnen de kortste keren een eerste versie had geschreven. Maar wat is de regel van eerste versies? Ze zijn belachelijk slecht.

Ik twijfelde over de richting waarin de musical moest gaan. Enerzijds wilde ik er een serieuze en complete familiemusical van maken, anderzijds was het originele idee om een kleinere groep 8 musical te maken. Uiteindelijk bevatte de eerste versie elementen van allebei, waardoor het allebei de doelen niet haalde. Toen besloot ik, na lang beraad, om de musical te splitsen in twee versies, ook al wist ik nog niet goed hoe.

Ik liet de musical een tijdje rusten om op nieuwe/betere ideeën te komen. (Altijd een goed idee. Hoe meer pauze, hoe beter.) Rond dit moment besloot ik om eerst de “volwassen versie” van het stuk te schrijven. Daarna kon ik die versimpelen naar de “afscheidsmusical”.

De tweede versie

Toen ik ging zitten voor de tweede versie, bedacht ik dat ik de personages nauwelijks had uitgewerkt. Ik had geen achtergrond, geen goede karaktertrekken, geen functie binnen de Kapers, eigenlijk niks. Dus toen heb ik een week de tijd genomen om alle personages vorm te geven, wat achteraf gezien veruit de beste keuze was.

Nu de personages zo sterk waren, kon het verhaal niet achter blijven. Bijna de hele musical moest herschreven. Waar de musical eerst zo’n 140 pagina’s was, werd hij nu zo’n 200 pagina’s, omdat ieder personage nu zó interessant was dat ze meer tijd moesten krijgen.

Ziet u het probleem al? Het was te lang! Te veel personages! Er waren 20 rollen in deze versie. En ze moesten bijna allemaal goed kunnen zingen, dansen en acteren.

Het was niet zo moeilijk om de minst belangrijke rollen te vinden. De vrienden van de hoofdpersonages kwamen (na de eerste paar scenes) niet meer voor in het stuk. De docenten van de hoofdpersonages kwamen nog wel voor, maar ook niet denderend veel.

Daarnaast had ik een “ouderprobleem”. Beide hoofdpersonen hadden twee ouders, waardoor 4 rollen gereserveerd waren voor ouders, wat ik veel vond. Dus toen heb ik er drie van gemaakt. (Dit klinkt heel stom waarschijnlijk, maar ik heb de vader van Milo gewoon helemaal uit het stuk gehaald. Hij voegde niks toe, en als hij weg was, had ik tenminste een interessante achtergrond voor Milo. Waarom heeft hij geen vader? Wat voor invloed heeft dat op hem?)

De derde versie

Dus daar ging ik weer: derde keer herschrijven. Met pijn in mijn hart moest ik hele leuke scenes en personages uit het stuk halen. Gelukkig kon ik deze wel bijna allemaal kwijt in de kinderenversie. (In deze versie gaan de vrienden op zoek naar de hoofdpersonages, niet de ouders.)

Er zijn slechts enkele scenes die bijna exact hetzelfde zijn gebleven sinds de eerste versie (waaronder de Proloog en de scene dat Milo en Anna elkaar ontmoeten en “Weet jij nog?” zingen). De rest is allemaal veranderd, toegevoegd, weggehaald, nog een keer veranderd.

Ik benadruk dit om te laten zien dat je niet treurig moet zijn als je eerste of tweede versie heel slecht is. Je moet gewoon schrijven, alles opschrijven wat je kunt bedenken, en bij de derde of vierde poging zal je zien dat alles op z’n plek valt. Het is iets wat ik jarenlang niet wist, en dat was niet handig.

Het resultaat? Het stuk ging terug naar 160 pagina’s en 13 rollen. Daarnaast was het overzichtelijker, simpeler, en beter te volgen. Deze derde versie is (grotendeels) het stuk dat u nu kunt downloaden.

Na het bekijken van andere scripts (zowel professioneel als amateur), zag ik wel degelijk enkele punten waar ik mijn script kon verbeteren/bijschaven. Dit verandert niks aan het verhaal, het maakt het script gewoon korter en efficiënter. (Zo had ik lange zinnen die, met een andere bewoording, stukken korter konden. Of ik vertelde iets wat een acteur of regisseur zelf moet beslissen.)

Hiermee ben ik aan de slag gegaan en na drie dagen was het script nog maar 155 pagina’s. (Dit noem ik nog steeds de derde versie, aangezien het dus vooral een cosmetische ingreep was :p)

Ik was best wel teleurgesteld hierover. Als je veel verhalen schrijft, dan leer je om jezelf genadeloos te editen. Ik heb echt véél dingen weggehaald en ingekort voor deze versie, en toch was er maar 5 pagina’s winst. Ach ja, uiteindelijk gaat het om het verhaal, niet om hoeveel pagina’s het script is.

(Een andere reden waarom zo’n edit weinig winst behaald, is vanwege de manier waarop zo’n officiële script layout werkt. Het probeert, bijvoorbeeld, om alle dialoog bij elkaar te houden. Als een karakter aan het einde van de pagina iets begint te zeggen, maar pas aan het begin van de volgende pagina eindigt, vindt het programma het “lelijk” als deze dialoog in twee stukken wordt gebroken. Dus het duwt de hele dialoog naar de volgende pagina en laat een stuk witruimte achter. Ja, dan win je weinig terrein natuurlijk :p)

De “groep 8 versie”

Nu de complete/volwassen versie af was, werd het tijd aan de afscheidsmusical te werken. Deze moest korter worden (hoogstens 90 pagina’s, ofwel ongeveer anderhalf uur), alleen maar kinderrollen bevatten, en iets simpelere muziek gebruiken.

Aangezien mijn plan vanaf het begin was om er een afscheidsmusical van te maken, heb ik de musical al relatief simpel gehouden in de meeste gebieden. Veel nummers gebruiken niet al te moeilijke akkoorden of iets dergelijks. Het decor is grotendeels zelf te bedenken en in elkaar te knutselen. De teksten zijn niet supermoeilijk om te acteren of uit te spreken voor kinderen.

Het enige probleem is dat het verhaal zelf, en de thema’s, te volwassen waren. Daardoor moest ik toch een significant deel van het stuk weggooien en opnieuw schrijven, inclusief compleet nieuwe personages en scenes/situaties/grapjes.

Hier ben ik nu nog mee bezig.

Aanvullend advies

Hieronder schrijf ik wat behulpzame tips voor de uitvoering van deze musical. Deze zijn vooral handig als de acteurs nog nooit een voorstelling hebben gedaan, zoals bij een groep 8.

Acteren 101

De musical verwacht van alle spelers een goede prestatie. Gelukkig wordt iedereen beter in acteren door het veel te doen!

Daarnaast zijn dit enkele acteertips:

  • Sta nooit met je rug naar het publiek.
  • Als je met iemand praat, kijk dan naar die persoon, of kijk naar voren (richting het publiek).
  • Als jij iets doet, doe dat dan overdreven. Iemand op de achterste rij moet ook kunnen zien wat jij doet.
  • Praat niet te snel. Veel kinderen willen zo snel mogelijk van hun tekst af zijn, wat ervoor zorgt dat men het niet verstaat en dat elke zin hetzelfde klinkt.
  • Leer de betekenis van wat je zegt. Als jij een grapje maakt, zeg dit dan lachend en enthousiast. Als jij boos bent, zeg je tekst dan hard en alsof je buiten adem bent. Als jij verdrietig bent, of moet nadenken, laat dan veel tijd tussen je zinnen zitten.
  • Sta rechtop. Het publiek moet je kunnen zien én het helpt enorm met zelfverzekerdheid.
  • Gezichtsuitdrukkingen zijn belangrijk! Mensen lezen emoties af aan iemands gezicht. Als jij op het toneel staat, hou dan altijd rekening moet hoe je kijkt. (Je moet niet staan lachen op de achtergrond, als voor jou iemand een heel verdrietig liedje zingt.)

Uiteindelijk heeft alles te maken met aandacht. Als jij op het toneel staat, moet jij met je aandacht helemaal in de scene zijn. Als jij aan het woord bent, moet jij de aandacht naar je toe trekken door duidelijk en overtuigend te praten/zingen.

Maar, als jij niet op het toneel staat, moet je ook de aandacht aan de anderen geven. Het is ongelofelijk storend als jij achter het toneel gaat lopen lachen en praten, terwijl een paar meter daarvoor klasgenoten proberen te spelen.

Daarnaast, als jij een moeilijker stuk moet spelen, moet je proberen je aandacht naar die emotie te brengen. Moet je verdrietig zijn? Denk aan momenten dat je verdrietig was. Denk aan hoe dat voelt. Moet je héél kwaad zijn? Hetzelfde idee.

Musicalmuziek 101

In mijn ervaring heeft elke groep wel een aantal mensen die veel liever muziek spelen dan op het toneel staan. De musical is op z’n mooist met live muziek erbij. Daarnaast heb ik de muziek zo simpel mogelijk gehouden, zonder dat het saai werd.

Toch kan de bladmuziek er heel intimiderend uitzien. Geen zorgen! Leerlingen kunnen zo nodig ook alleen de akkoorden spelen, of een aantal begeleidende basnoten. De achtergrondbegeleiding die ik geef is in die gevallen slechts een suggestie.

De melodie zelf, echter, kan natuurlijk niet zomaar van worden afgeweken. Naast bladmuziek lever ik ook een geluidsbestand van de melodie, zodat iedereen op gehoor de muziek kan leren. (Ik hoop ooit de nummers professioneel in te laten zingen door een groep die het stuk uitvoert.)

Audities 101

Je kunt dit het beste als een professionele show aanpakken, wat betekent dat er auditierondes zijn! Mijn groep 8 vond dit toentertijd hartstikke leuk.

(Op latere momenten heb ik wel eens voor iets anders geauditeert, maar daar was men vooral heel nerveus. Zorg dat iedereen op z’n gemak is bij de audities. Audities zijn er niet om mensen af te straffen of voor schut te zetten, ze zijn er om de juiste rol aan de juiste persoon te plakken.)

Voor elke rol heb ik een karakter en achtergrond geschreven. Ik noem daar enkele dingen die belangrijk zijn. Voor elk van die eigenschappen houdt u een auditieronde met een simpel spelletje/opdracht. Uiteindelijk kiest u de persoon die deze het beste uitvoert en dus de rol het beste zou kunnen uitvoeren.

Voorbeeld! Mijn groep 8 deed de musical “de rapper, de nerd en het meisje”. Voor de auditierondes van “nerd”, was de eerste opdracht dat je het lokaal binnen moest komen alsof er een feestje aan de gang was, en je kende niemand. De tweede opdracht was dat je bepaalde handelingen moest doen “als nerd” (dus rechtop staan, lopen, water drinken, etc.) En uiteindelijk was de laatste opdracht dat je de eerste scene van de nerd zo goed mogelijk moest uitspelen voor de hele klas.

Saillant detail: ik werd uiteindelijk de nerd, ook al had ik de eerste paar opdrachten verpest. Waarom? Omdat ik bij die laatste opdracht van tevoren mijn zinnen had ingestudeerd, en dus zonder script kon spelen, terwijl de rest met hun gezicht in hun script verborgen zat. Dat maakte een gigantisch verschil.

Zingen 101

Musicalmuziek is niet de makkelijkste muziek om te zingen: het vereist een redelijk groot zangbereik, een goede “zangtoon”, en je moet tegelijkertijd ook nog kunnen acteren/dansen.

Als je meerdere avonden op rij een voorstelling opvoert waarbij je urenlang aan het praten en zingen bent, kan dit zwaar worden voor je stem. Het allerlaatste wat je wilt is natuurlijk dat acteurs (blijvende) stemproblemen oplopen!

Opmerking: zoals ik eerder al zei, heb ik de muziek relatief simpel gehouden. Dit is al waar in de “volwassen versie”, maar zeker waar in de “afscheidsmusical” versie. Ik verwacht niet dat iedereen zomaar even 2 tot 2.5 octaaf zangbereik uit de mouw kan schudden. Vrijwel alle nummers vragen niet meer dan 1-1.5 octaaf. Maar zelfs dan bestaat kans op schade aan stembanden, of simpelweg uitputting/pijn/irritatie.

Daarom is regel 1: zingen moet comfortabel, los en vrij zijn. Het moet een extensie zijn van je praatstem, iets wat je urenlang kunt volhouden zonder dat je stembanden (… of nek- en kaakspieren) problemen geven.

Als – ondanks de beste inzet en oefeningen – een nummer niet comfortabel te zingen is, raad ik ten zeerste aan om het nummer te veranderen. U kunt de toonhoogte op en neer schuiven, u kunt de pieken (en dalen) van de melodie een beetje veranderen, u kunt lange uithalen inkorten, etc. Alles wat nodig is om de acteurs hun stem zeker weten te laten behouden.

De bladmuziek voor deze musical gaat uit van het “gemiddelde” zangbereik van een jongen/meisje. Het kan best dat deze niet klopt voor enkele van uw acteurs, en dan is de toonhoogte omhoog/omlaag schuiven de beste en snelste oplossing.

Nu vraagt u natuurlijk: hoe leer ik om comfortabel te zingen? (Misschien vraag je zelfs: hoe weet ik of ik mijn stem pijn doe of niet?)

Stemoefeningen

Het antwoord is natuurlijk: stemoefeningen! Ik stel voor dat u deze samen met de hele groep doet, want vrijwel iedereen moet één of meerdere nummers zingen in deze musical. (En het haalt iets van de “schaamte” weg die vaak rond zang en stemoefeningen hangt.)

Stemoefeningen hebben twee doelen: je stem opwarmen (zodat je consistent bent en geen schade aanricht) en betere techniek aanleren.

Vergelijk het met een warming-up voordat je gaat sporten. Als je zonder warming-up ineens keihard gaat rennen, is de kans groot dat je iets overstrekt, je lichaam het er even héél moeilijk mee heeft, en je nog steeds niet zo hard rent als wanneer je een warming-up had gedaan. Daarnaast zorgt een goede warming-up ervoor dat je de juiste spieren strekt, aansterkt, losmaakt, activeert. Hoe consistenter je die warming-up doet, hoe meer deze goede staat van zijn de natuurlijke houding wordt van je lichaam.

Met stemoefeningen is het precies hetzelfde. Een stemoefening is eigenlijk een “trucje” om jou te leren bepaalde noten op de juiste manier te leren zingen.

Ten eerste is iemands algehele conditie belangrijk:

  • Drink genoeg water! Wacht niet totdat je een droge keel krijgt, dan ben je te laat. Drink regelmatig een slok water.
  • Niet zingen vlak nadat je iets (zwaars) hebt gegeten, en zeker niet terwijl je iets eet.
  • Heb een goede houding (sta rechtop, nek/schouders ontspannen en naar achter, rechte rug, etc.) en goede conditie. Ademhaling is heel belangrijk. Als je niet genoeg lucht binnen kan krijgen, kan je ook niet ontspannen zingen.

Een leuke oefening om te doen is om de acteurs rond te laten rennen (of op hun plaats te laten springen/rennen), terwijl ze iets zingen. Enorm zwaar voor je conditie, enorm lastig om de juiste toon te houden als je geen goede techniek hebt.

De meeste mensen weten wel dat je “vanuit je buik moet ademhalen” als je zingt. Er is, echter, een “goede manier” om vanuit je buik adem te halen en een “hele foute manier”. In mijn ervaring kun je deze “tip” het beste gewoon niet geven. Met de juiste zangtechniek komt de juiste ademhaling vaak vanzelf, zeker als je die oefening van hierboven ook meeneemt.

Zing ik goed?

Dit is hoe goede techniek voelt:

Je voelt géén spanning in je keel of nek. De klank resoneert “rond de neus”.

Wat betekent dat? Zeg maar eens de letter “n” of “m” en houdt die enkele seconden vast (“nnnnnatuurlijk”). Vrijwel iedereen voelt de klank resoneren rond de neus/ogen. Dat is de plek waar je het geluid “voelt”.

Je wilt dat, bij alle andere mogelijke (mede)klinkers, het geluid ook op diezelfde plek zit. Je voelt nergens anders spanning, je voelt het geluid nergens anders.

Sommige mensen horen dit en plaatsen de klank vervolgens in hun neus. Het gevolg is een heel nasaal geluid, alsof je Bert en Ernie probeert na te doen terwijl je zingt. (Hoewel het niet altijd zo drastisch hoeft te klinken :p)

Je wilt dat de klank hoger dan dat resoneert. Hoe kun je dit testen?

Zing een mooie open klinker, zoals “aaaaa”. Luister hoe het klinkt.

Terwijl je nog steeds doorzingt, knijp je je neus dicht.

Klinkt de noot (ongeveer) hetzelfde? Gefeliciteerd, de klank zit niet in je neus!

Klinkt de noot anders? Nog even oefenen!

Nee, je hoeft niet je hoofd omhoog/omlaag te bewegen om hoge/lage noten te zingen. Nee, hoge noten hoeven niet harder te gaan, en je hoeft je mond niet wagenwijd open te doen. Ja, popzangers en -zangeressen doen dat, en daarom zijn die vaak rond hun 40e hun mooie kraakloze stem kwijt :p

Sterker nog, een goede oefening is om een nummer te zingen terwijl je je kaak zo min mogelijk beweegt. Je moet het niet vastzetten, je moet geen druk uitoefenen, gewoon je kaak lekker losjes laten hangen en de klank rond je neus plaatsen. Met wat oefening kom je erachter dat je prima kunt zingen zonder gekke bekken te trekken, en dat het zelfs een stuk fijner/makkelijker is!

Mijn lievelingsoefeningen

Bij deze oefeningen is het belangrijkste dus dat de klankproductie vrij, comfortabel en losjes gebeurt. Voelt de klank niet op de juiste plek? Stoppen, rust nemen, opnieuw beginnen. Voel je je nek dichttrekken? Stoppen, rust nemen, opnieuw beginnen. Begint je stem te kraken? You get the idea.

Als je elke dag 10 seconden met de juiste techniek zingt, zul je binnen enkele weken sterk verbeteren. Als je elke dag minutenlang oefeningen blijft doen tot je stem het begeeft, leer je slechte gewoontes aan en kom je geen stap verder.

Dat gezegd hebbende, hieronder een lijst van favoriete oefeningen.

1. Vocal onset. Om te kunnen zingen, moet je jouw stembanden tegen elkaar aan duwen. Als je ademhaalt, zijn de stembanden weer uit elkaar, zodat lucht er goed doorheen komt.

Oftewel, elke noot die je zingt begint met de stembanden tegen elkaar zetten, en eindigt met de stembanden weer netjes uit elkaar laten gaan. “Vocal onset” gaat over dat eerste stukje: hoe je een noot begint.

Veel mensen beginnen elke noot met heel veel spanning. Ze zijn bang een verkeerd geluid te maken, of hebben nog niet zoveel ervaring, dus ze zetten eerst alle nekspieren vast … en gaan dan pas de noot maken. Dat wil je natuurlijk niet. Je wilt een goede coördinatie hebben tussen het uitademen van de lucht en het samenbrengen van de stembanden.

Een simpele manier om deze coördinatie te verbeteren is om klinkers te zingen met een “j” klank ervoor. Kies een toonhoogte die comfortabel is en zing “ja ja jaaaaa”. Deze medeklinker (“j”) is doorgaans heel goed gecoördineerd. Het moet vrij voelen, je moet niet (vlak voordat je de noot zingt) ineens heel veel lucht uitademen of je spieren vastzetten.

Als dit goed gaat, kun je andere klinkers proberen en verschillende toonhoogtes.

Een andere hele goede oefening voor vocal onset vond ik in deze YouTube video (van een gecertificeerd orkestleider): Vocal Tip #1 – Vocal Onset Exercise

Vanaf minuut 4 begint hij met de daadwerkelijke oefening. (Daarvoor vertelt hij dat dit misschien wel de allerbelangrijkste oefening is die je kunt doen, maar dat hij juist vaak wordt vergeten. Ik kan me hier redelijk in vinden, sprekende uit eigen ervaring.)

2. Neurieën. Als je neuriet, gaat de klank automatisch richting de goede plek. Vaak is dit ook makkelijker en losser voor mensen, omdat ze niet te hoeven articuleren. Daarnaast is het veel meer geaccepteerd om te neurieën op openbare plekken (of terwijl je werkt), dan dat je uit volle borst een nummer begint op te dragen.

Eén valkuil hiermee is dat veel mensen met gesloten mond neurieën. Daarmee gaan ze (onbewust) hun kaakspieren aanspannen en trekken/duwen om de klank te maken. In plaats daarvan moet je proberen om te neurieën terwijl je kaak gewoon losjes naar beneden hangt. Dat lukt je alleen als de klank écht op de goede plek zet, en je spieren zijn nog ontspannen ook.

3. De “n” en “m”-klank gebruiken. Eerder vertelde ik al dat deze klanken helpen met de juiste plaatsing van het geluid. Je wilt deze dus “gebruiken” om ook de andere klinkers/medeklinkers goed te laten gaan. Hoe doe je dit? Door af te wisselen.

Een oefening die ik bij zangles vaak deed was iets van “om nom nom nom nom nom nooooom”. Je gaat op en neer de toonladder, terwijl je een klinker afwisselt met die fijne “n” klank. De “o” en de “a” zijn vaak het makkelijkst, daarna kun je alle andere klinkers erdoorheen gooien.

Een alternatieve oefening die ik vaak deed, combineerde deze klank met die “j” klank die ook leuk is (voor je vocal onset). Dan zong ik: “njeeeeeng njaaaaang njoooong”

Als je voelt dat hier teveel spanning bij zit, kun je de “blom blom blom blom blom blom blooooom” doen. De “b”-klank, gevolgd door de l, zorgt ervoor dat je de kaak lekker los kunt laten hangen. (Eventueel doe je geen “blom” maar “blup” of iets dergelijks.)

Eigenlijk kun je van alles bedenken, zolang het je maar helpt om vrij te zingen en met een mooie klank.

4. Lip trills (ook wel “de motorboot”). Tuit je lippen naar voren en doe een motorboot na (door met je lippen te trillen, ongeveer hetzelfde effect als wanneer je “brrr” of “broem broem” zegt). Terwijl je dit doet, ga je de melodie van een liedje zingen, of op en neer een toonladder.

Wat doet deze oefening? Het trillen van de lippen ontspant de kaak en nekspieren, en maakt het iets makkelijker om bepaalde noten/overgangen te zingen.

Onderschat deze oefening niet! Sommige mensen kunnen niet eens hun lippen laten trillen, zoveel spanning staat er op hun kaak. Andere mensen kunnen het wel, maar niet langer dan een paar seconden, waarna het ineens niet meer lukt of ze buiten adem zijn.

 

Mijn laatste opmerking is dat het gevaarlijk is om zo van afstand zangoefeningen te geven. Het liefst heb je een zangdocent erbij die goed meeluistert en (persoonlijke) aanwijzingen geeft. Uiteindelijk is het aan u om te luisteren en op te letten of men op een gezonde manier zingt.