Omdat je nooit weet wanneer je het nodig gaat hebben

Muzikale Mode

Er zijn een aantal onderwerpen in de muziektheorie die in mijn ogen altijd meer op magie leken. Ik kwam ze overal tegen, en ze leken enorm handig, maar nergens vond ik een uitleg die ik kon begrijpen.

Eén van die onderwerpen is modaliteit, en eindelijk, eindelijk heb ik het onder de knie.

Waarvoor kan ik modaliteit gebruiken? Kort gezegd: als je modi begrijpt, kun je duizend duizend keer meer akkoordenschema’s en melodieën gebruiken. Het voegt variatie toe aan je muziek, en je kunt veel beter precies de melodie schrijven die bij het gevoel/de tekst/de situatie past.

Oké, cool, dus wat is het? Het is een handige techniek om binnen één toonsoort zeven verschillende akkoordenschema’s/toonladders te gebruiken, zonder dat je klinkt als een valse walvis.

(Ik heb geen idee waarom ik hiervoor een walvis koos. Naar mijn idee zijn er een hoop beesten die vervelender geluid maken, zoals een duif die ‘s ochtends vroeg op je dakpannen gaat lopen timmeren. Of eerder: alle duiven in Nederland die zich om 6 uur ‘s ochtends boven mijn hoofd hebben verzameld. Misschien koos ik walvissen omdat ze wel zo’n beetje het hardste geluid produceren.)

Dus, laten we beginnen!

De Moeder der Toonladders

De Majeur toonladder is ook wel de moeder aller toonladders. (Daarom heet hij ook majeur, en niet médiocre of petite.) Alle andere modi (en andere delen van muziektheorie) zijn ervan afgeleid.

Gelukkig is het ook de simpelste toonladder, en kennen de meeste mensen hem wel. Stel H = een halve stap (halftone), en W = een hele stap (whole tone). Dan gaat de majeur toonladder als volgt:

W W H W W W H

Toegepast op, bijvoorbeeld, de toonsoort G, geeft dit:

G A B C D E F# (G)

Deze toonladder werkt altijd, maar waarom? Wie heeft hem uitgevonden? Is het een wet van de natuur?

Waar komt de toonladder vandaan?

Lang, lang geleden kwam men ergens achter: elke toon klinkt goed samen met zijn kwint. (Het heet niet voor niets de perfect fifth.) De kwint is simpelweg de noot die op 7 halftonen afstand zit.

Doorgaand op ons voorbeeld hierboven: de grondnoot G klinkt goed samen met een D.
Want: G => G# => A => A# => B => C => C# => D

Er is geen enkele andere noot die “perfecter” samen klinkt. (Behalve natuurlijk G zelf.)

Maar goed, nu hebben we pas twee noten. Hoe komen we aan een derde noot voor de toonladder? We pakken de kwint van de noot D!

De D klinkt het best samen met een A.

Nu hebben we al G, D, A. Zoals je waarschijnlijk al verwacht, kunnen we doorgaan met de kwint pakken, en zo onze toonladder steeds langer maken, tot we terug komen bij G.

G => D => A => E => B => F# => C#

Ho, daar gaat iets mis. De C# zit helemaal niet in de Majeur toonladder, en zo komen we niet terug bij G. Om dit op te lossen, wordt deze stap, bij uitzondering, eentje korter. (Dit is ook de reden dat deze laatste noot van de toonladder, de F#, een dominant akkoord heeft en spanning opbouwt.)

Nu komt alles netjes uit:

G => D => A => E => B => F# => C ( => G)

Zet ze in de juiste volgorde, en je hebt je toonladder:

G => A => B => C => D => E => F# ( => G)

Ik laat dit zien omdat er dus een hele goede reden is waarom onze toonladder dit patroon heeft. We kunnen niet zomaar op een willekeurige manier door de octaaf lopen en denken dat we een goed-klinkende toonladder krijgen. Er is een goede reden waarom de Majeur toonladder de baas is, en altijd werkt.

Hoe komen we dan aan die zeven verschillende modi? Nou, wat we wél kunnen doen, is op een andere plek beginnen in de Majeur toonladder!

De 7 modi

Ofwel, de zeven modi worden gevormd door gewoon steeds de toonladder eentje naar links te schuiven. (Het beste visueel te zien aan het diagonale patroon van de H’s.)

NaamIntervallen
IonischW W H W W W H
DorischW H W W W H W
FrygischH W W W H W W
LydischW W W H W W H
MixolydischW W H W W H W
EolischW H W W H W W
LocrischH W W H W W W

P.S. Ionisch is gewoon een andere naam voor Majeur, en Eolisch een andere naam voor (Relatieve) Mineur.

P.P.S. Wat is een relative mineur? Bijvoorbeeld, de toonladder van C Majeur is (als je alleen naar de noten kijkt) exact hetzelfde als A mineur. Dus A is de relatieve mineur van C.

Dit is alles! Laten we nu kijken hoe je dit toepast.

Een Frygische toonladder

Wat doe je om (bijvoorbeeld) de Frygische toonladder te krijgen? Je past het patroon toe (dat daarboven in de tabel staat), beginnend bij de grondtoon, in dit geval G. Je krijgt:

G => G# => A# => C => D => D# => F => G
H         W        W      W      H         W      W

Als je hier doorheen speelt, merk je dat hij vreemd klinkt. Deze toonladder wordt dan ook vooral gebruikt voor spannend/mysterieuze/enge stukken in (film)muziek.

Vanwege deze inherente spanning in de toonladder is het onwaarschijnlijk dat je een heel nummer hierin schrijft. Wat vaak gebeurd, echter, is dat mensen tijdens het nummer tijdelijk naar deze toonladder springen.

Zoiets:

P.S. Merk op dat ook in deze andere modus, de kwint (D) er nog steeds in zit. Dit zie je terugkomen in alle modi, behalve de laatste. De laatste modus is dan ook, praktisch, onbruikbaar omdat er geen stabiele toonrelatie in zit. (Vandaar de naam: loco = gek.)

P.P.S. Ik wilde als voorbeeld eerst het Harry Potter deuntje nemen (Hedwig’s Theme), aangezien die veel van modaliteit gebruik maakt. Maar dat kan niet, want die gebruikt een andere modus.

Van toonladder naar akkoorden

Om van zo’n modus de mogelijke akkoorden te ontdekken, gaat hetzelfde als altijd.

P.S. We schrijven akkoorden aan de hand van Romeinse cijfers. Een hoofdletter geeft een Majeur akkoord, en een kleine letter een Mineur akkoord.

Bij de standaard Majeur toonladder zijn de akkoorden dan:

I ii iii IV V vi vii*

G Am Bm C D Em F#dim

De Majeur is de 1e modus. Om even door te gaan op ons voorbeeld, kijken we nu weer naar de Frygische modus.

Dit is de 3e modus, wat betekent dat de hele riedel simpelweg twee keer naar links wordt geschoven! Zo dus:

Gm G# A# Cm Ddim D# Fm

Je kunt, in principe, deze akkoorden op elke denkbare manier aan elkaar rijgen en een resultaat krijgen.

Bijvoorbeeld, zo klinkt “G – Em – Ddim – Cm – G”

 

Nog meer akkoorden

Waar je pas écht het onderscheid ziet tussen verschillende modi, echter, is als je de septiem toevoegt. (Bovendien geeft dat je nog meer opties, omdat je een akkoord met en zonder septiem kunt spelen.)

Het patroon wordt:

I-Maj7   ii-7   iii-7   IV-Maj7   V-7   vi-7   vii*-7

Gmaj7   Am7   Bm7   Cmaj7   D7   Em7   F#dim7

En voor de Frygische modus:

Gm7   G#maj7   A#7   Cm7   Ddim7   D#maj7   Fm7

Als we willen kunnen we dit combineren tot het gekke akkoordenschema: “Gmaj7 – Em7 – Ddim7 – Cm7 – Gmaj7”

 

Dat was het.

Nu weet je alles over modaliteit. Althans, je weet genoeg om het praktisch toe te passen. Ze hebben vooral nut bij klassieke muziek, musical, jazz, en achtergrondmuziek (zoals o.a. filmmuziek), maar wie weet wat je er verder nog mee voor elkaar krijgt.

Verder wilde ik nog een grap maken dat modaliteit “de nieuwste mode” was, maar kon niks goeds bedenken.

Bonus: waarom zijn de akkoordenpatronen zoals ze zijn?

In het stukje akkoorden net heb ik het patroon genoemd alsof het algemene kennis is. Dat deed ik om het tempo erin te houden, maar het is op zich wel even interessant om te kijken waarom het zo is.

Zoals veel mensen wel weten, produceert elke toon zogenaamde boventonen. Als jij de E-snaar aanslaat op een gitaar, produceert deze niet alleen de basis E-klank, maar ook hogere klanken, steeds zachter en zachter. Dat is waarom een E op een piano anders klinkt dan dezelfde E op een gitaar: de boventonen worden anders verwerkt.

Hoe weet je wat de boventonen zijn van een noot? Simpel: je neemt alle veelvouden. Dus, de eerste boventoon van G is 2 maal de frequentie van G. De tweede boventoon is 3 maal die frequentie. De derde boventoon is 4 maal die frequentie, enzovoort.

Ofwel, de eerste boventonen van G zijn:

  • G*2 = G
  • G*3 = D
  • G*4 = G
  • G*5 = B
  • G*6 = D

Zie jij wat ik zie? Ik zie daar de kwint (D) en de terts (B) tussen de eerste (en dus meest opvallende) boventonen staan! Ofwel, het enige wat een standaard triade-akkoord doet, is de klank van de basisnoot versterken. Door de 1e, 3e en 5e noot tegelijk te spelen, geef je de basis noot extra kracht en breedte mee.

Alle andere mogelijke akkoorden (met een 2, 4, 6 of 7) komen daarna pas in de boventonen voor. Vanaf de 16e boventoon zitten ze allemaal zo dicht op elkaar, dat alle noten uit de toonladder worden gehaald, maar vanaf daar hoor je ze ook niet meer.

P.S. Dit is nog een reden waarom de Majeur toonladder de baas is. De Mineur noten komen pas veel later in de boventoon-reeks voor, en in zekere zin is een mineur akkoord dus harmonisch gezien minder sterk. Dat is vaak ook de reden waarom mensen verdriet en angst en andere negatieve emoties met mineurakkoorden associëren. Er zit simpelweg, van nature, een veel grotere mix van noten in die niet met elkaar overweg kunnen.

Bonus Bonus!

Hoe kom ik aan die boventonen? Onthoudt dat, als je de frequentie van een noot keer 2 doet, je precies dezelfde noot krijgt (maar dan een octaaf hoger). Dus, de eerste boventoon van G, is gewoon G. Elke frequentie daartussen (van 1 tot 2), geeft de rest van de noten in een octaaf.

Dus de afstand in frequentie tussen elke noot en de volgende is.

Want, er zitten 12 noten in een octaaf zitten, en de frequentie gaat in totaal keer 2.

Ik wil niet nog dieper op wiskunde ingaan, dus geloof dat de volgende formule klopt :p

Om uit te rekenen hoeveel tonen de “k”-de boventoon van de grondnoot afzit, gebruiken we dit:

Dan hoeven we alleen nog alle veelvouden van 12 hier vanaf te trekken, en het resultaat af te ronden, en we hebben ons antwoord! Dit heb ik een computer laten doen, en dit is de grondtoon + de eerste 30 boventonen:

  • 1 | 0
  • 2 | 0
  • 3 | 7 (kwint!)
  • 4 | 0
  • 5 | 4 (grote terts!)
  • 6 | 7 (kwint!)
  • 7 | 10 (kleine septiem!)
  • 8 | 0
  • 9 | 2 (grote secunde!)
  • 10 | 4 (grote terts!)
  • 11 | 6 (kwart!)
  • 12 | 7 (kwint!)
  • 13 | 8 (sextet!)
  • 14 | 10 (kleine septiem!)
  • 15 | 11 (grote septiem!)
  • 16 | 0
  • 17 | 1
  • 18 | 2
  • 19 | 3
  • 20 | 4
  • 21 | 5
  • 22 | 6
  • 23 | 6
  • 24 | 7
  • 25 | 8
  • 26 | 8
  • 27 | 9
  • 28 | 10
  • 29 | 10

Opmerking: deze getallen zijn afgerond. Boventonen zijn namelijk niet exact als de noten op de piano. Hoe verder je komt, hoe minder exact ze kloppen. Zo zit bijvoorbeeld de 10e boventoon een beetje onder de grote terts (3.8 als ik me niet vergis), en kan dus ook dienen als kleine terts, wat de basis vormt voor mineur akkoorden.

Er zijn (nog) geen reacties.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.